donderdag, januari 14, 2021

De contradicties van het BTW-argument

Het “Zo ben ik nu eenmaal”-argument, “Ik ben zo geboren”-argument of andere Nederlandstalige equivalenten van het Engelse “Born this way”-argument (=BTW-argument) wordt vaak gebruikt om een aantal immorele activiteiten voor zichzelf en voor anderen goed te keuren.

Het argument bezit een aantal logische ongerijmdheden.

Hier zijn er enkelen:

1/ Indien men nu eenmaal zo geboren is, dan is bv. homoseksualiteit een onveranderbaar kenmerk. Maar uit het zo geboren zijn, volgt niet dat het onveranderbaar is. Men kan geboren zijn met zwart haar en het vervolgens blond verven. Omgekeerd volgt uit het feit dat een kenmerk verworven is, niet meteen dat het veranderlijk is. Men heeft de Nederlandse taal verworven, maar in normale omstandigheden (tenzij hersenbloeding, hersenoperatie, etc.) kan men dit kenmerk niet veranderen.

2/Indien men nu eenmaal zo geboren is, dan treft mij geen schuld. Hier moet men een onderscheid maken tussen het geboren worden met een bepaalde neiging en het handelen dat volgt op deze neiging.

3/Indien men nu eenmaal zo geboren is, dan heeft men het recht zo te zijn. Opnieuw is het onderscheid tussen neiging en handeling van belang. Zelfs indien men het recht bezit om eender wat te voelen, het recht om op basis daarvan te handelen is afhankelijk van een context. Blindgeborenen mogen het gevoel bezitten een auto te besturen maar zij hebben niet het recht dit te doen. Of je een recht hebt iets te doen is onafhankelijk van de oorsprong van het vermogen dit te doen.

4/Indien men nu eenmaal zo geboren is, dan kan dit geen afwijking zijn. Opnieuw volgt het tweede deel van de zin niet het eerste deel van de zin. Er zijn vele afwijkingen die een genetische basis hebben. Of een kenmerk een afwijking is hangt niet af van de oorsprong ervan.

5/Indien men nu eenmaal zo geboren is, dan is het ‘natuurlijk’. Ergens mee geboren zijn, bewijst echter niet dat het natuurlijk is net zo min is blind geboren zijn bewijst dat het natuurlijk is dat de mens blind geboren wordt.

6/Indien men nu eenmaal zo geboren is, dan zegt dit iets ‘diep’ en ‘allerbelangrijkst’ over de identiteit. Sommige mensen worden geboren met sproeten, maar dit zegt niets over hun identiteit. Men wordt niet geboren met gelovige overtuigingen en tocht zeggen deze iets over de identiteit van wie deze bezit.

maandag, augustus 10, 2020

Zomaar een kerk te lande

Allereerst herinner ik aan wat Pius XII zei in 1956: "Het tabernakel van het altaar scheiden is het scheiden' van twee dingen, die door hun oorsprong en hun aard verenigd moeten blijven." Met andere woorden, zeg me waar het tabernakel staat en ik zal zeggen wat voor een gelovige je bent. Voor de context zie deze eerdere post.

Laten we de proef op de som nemen in zomaar een kerk te lande.

Allereerst de situatie tot 1965. Altaar en tabernakel zijn verenigd.

Vervolgens vind de scheiding plaats om versus populum mogelijk te maken!

Vervolgens wordt het tabernakel verwijderd. Bemerk dat de plaats van het tabernakel is ingenomen door een lelijkheid en een klok! Blijkbaar geeft de liturgie geen voorsmaak meer op de hemel zoals Sacrosanctum Concilium schrijft maar gaat de tijd ofwel vooruit of helemaal niet!

Tot slot... is er niets meer behalve de gemeenschap die zichzelf viert!


zondag, juni 14, 2020

Gaudium et Spes

De zogenaamde 'Pastorale constitutie' van Vaticanum II 'Gaudium et Spes' heeft als ondertitel: "Over de Kerk in de wereld van deze tijd" - "De Ecclesia in mundo huius temporis".

Father John Hunwicke schreef hierover volgende interessante opmerking:

"How long is hoc hodiernum tempus to be deemed to last?

A few hundred Council Fathers were worried by the incorporation into a conciliar constitution of transient observations relating to a rapidly changing world: which is why, to satisfy such traditionalist pedantry, a long exculpatory Note is attached to that constitution's title. But - still - how long was their hodiernum tempus?

In the World outside the conciliar aula, that 1960s tempus passed quite quickly. The Beatles soon became what they are now, a delightful but retro taste. I recall the first of Ian Fleming's books to be made a film ... that distant decade when female parishioners told me that I resembled Sean Connery ... but, as the years passed after Dr No, the producers increasingly found Fleming's hodiernum tempus much too old-fashioned ... and commissioned new scripts. Among politicians, hoc hodiernum tempus was marked by the Cold War and fears that the Menace of World Communism would gobble up country after country until we had Soviet Commissars looking over our shoulders as we ordered our books up to Duke Humphrey or punted down the Cherwell. That tempus passed before the 1990s.

But perhaps hodierna tempora last longer in the Church? Did the hodiernum tempus Concilii Vaticani II end with the death of the last pope who was himself a Father of the Council - in 2005? (I presume that, long before then, the last conciliar diocesan bishop had retired upon reaching the retirement age). Or will hoc hodiernum tempus end when the last old gentlemen ... Kuengs and Ratzingers ... who were bright young periti of the Council, have passed to their (immensely varied but equally deserved) rewards? Or let us consider the Babes of the Council: those who ... despite the contraceptive frenzy of the time ... succeeded in getting conceived during the conciliar decade. They are already in middle age, tut-tutting in front of their mirrors over their white hairs and counting the wrinkles round their eyes. In a generation they will be retiring; a generation after that they will be as deadish as I shall be. Which of these landmarks might indicate the end of hoc hodiernum tempus?

And what about the Internet? Even the invention of printing had a lesser effect than this innovation.

A preoccupation with "the Council"is in fact a determination to live in the increasingly distant past.

This point seems to me so blindingly obvious that I almost feel ashamed to make it, lest you throw up your hands in boredom or despair and turn elsewhere in your computers.

I wonder how long it will be for the obvious to become obvious to the blind." 

dinsdag, maart 03, 2020

Chesterton

A queer and almost mad notion seems to have got into the modern head that, if you mix everybody and everything more or less anyhow, the mixture may be called unity, and the unity may be called peace.
It is supposed that, if you break down all doors and walls so that there is no domesticity, there will then be nothing but friendship. Surely somebody must have noticed by this time that the men living in a hotel quarrel at least as often as the men living in a street…
These foolish people trace all the chances of war to the very thing which will always be the best chance of peace — men’s habit of dwelling in their own boundaries and minding their own business. The only hope of attaining amity lies, not in ignoring boundaries, but, on the contrary, in respecting them.

Illustrated London News, 8 September 1917.

dinsdag, januari 28, 2020

Petrum et Paulum, 12 februari 1967


Apostolische Exhortatie van zijne heiligheid PAULUS VI, door de goddelijke voorzienigheid paus, aan alle bisschoppen die in vrede en gemeenschap leven met de Apostolische Stoel, ter gelegenheid van het negentiende eeuwfeest van de marteldood van de heilige apostelen Petrus en Paulus te Rome

Paus Paulus VI groet zijn eerbiedwaardige broeders en zendt hun zijn apostolische zegen.

De apostelen Petrus en Paulus worden door de christenen terecht als de voornaamste pijlers beschouwd niet alleen van deze Heilige Stoel van Rome, maar van geheel de Kerk van de levende God in heel haar verspreiding over de wereld. Wij achten het daarom in overeenstemming met ons apostolisch ambt u allen, eerbiedwaardige broeders, met nadruk aan te bevelen om elk in uw eigen bisdom en in eensgezindheid met ons het negentiende eeuwfeest te laten vieren van het martelaarschap dat deze twee te Rome zo moedig hebben ondergaan: Petrus, die door Christus de Heer als fundament van zijn Kerk is gekozen en als bis schop van deze heilige stad, en Paulus, de leraar van de heidenen (vgl. 1 Tim 2,7),  leermeester en vriend van de eerste christen gemeente van Rome.


Terwijl bij de mens van onze tijd het religieus gevoel, dat als het ware de grondslag is waarop het geloof steunt, aan het afnemen is, breken zich hier en daar op het veld van de katholieke leer nieuwe exegetische en theologische op vattingen baan, die vaak ontleend zijn aan stoutmoedige maar onbruikbare wijsgerige systemen. Deze opvattingen stellen de authentieke betekenis in twijfel van de waarheden die de Kerk uit kracht van haar gezag onderwijst, of misvormen haar; ja, onder voorwendsel het religieus denken aan te passen aan de huidige mentaliteit, verwaarlozen zij de richtlijnen van het kerkelijk leergezag, drukken een duidelijk, wat men noemt, historicistisch stempel op het theologisch onderzoek en gaan zover het getuigenis van de Heilige Schrift zijn gewijd karakter en historische betrouwbaarheid te ontzeggen; zelfs spant men zich in het volk van God een zogenaamde postconciliaire mentaliteit bij te brengen. 

Een dergelijke mentaliteit betekent evenwel een miskenning van de onwrikbare samenhang die er bestaat tussen enerzijds de rijke ontwikkelingen van het oecumenisch concilie op leerstellig en wetgevend gebied en anderzijds het gewijde erfgoed van kerkelijk leergezag en kerkelijke discipline; zij dreigt de traditionele geest van trouw jegens de Kerk af te breken en geeft voedsel aan een illusoir verlangen om het christendom een nieuwe interpretatie te geven, een interpretatie die echter nooit anders dan onrijp en onvruchtbaar kan zijn. Wat zou er overblijven van onze geloofswaarheden en van het geloof zelf, die theologale deugd, als dergelijke pogingen erin zouden sla gen zich aan het kerkelijk leergezag te onttrekken en de overhand te krijgen?

Om daarentegen een werkelijk authentiek geloof te versterken, om de studie te bevorderen van de bepalingen van het jongste oecumenisch concilie, om het katholiek denken te ondersteunen in zijn zoeken naar nieuwe theologische uitdrukkingsvormen, die overigens overeen moeten stem men met het geheel van de leer van de Kerk als gelijk naar inhoud en gelijk naar betekenis (vgl.Vincentius van Lérins, Commonitorium 1, 23; PL 50, 668; DS 3020); om ons met dit alles, herhalen wij, op weg te helpen, brengt de tijd ons nu het eeuwfeest van deze apostelen. 

AAS 59 (l967), pp. 193-200