Posts tonen met het label Dino Staffa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dino Staffa. Alle posts tonen

vrijdag, oktober 03, 2014

De lotgevallen van een citaat: Mons. Dino Staffa en Thomas op Vaticanum II

“Ter verdediging van Sint Thomas staat de toenmalige mons. Dino Staffa, secretaris van de H. Congregatie voor de Seminaries, op. Hij verzet zich tegen de poging het denken van de Aquinaat terzijde te schuiven om meer open te lijken ten aanzien van de hedendaagse wereld: “Zoals het nieuwe dat zich losmaakt van het ware geen vooruitgang is, zo ook is de ijver die de voorheen ontdekte waarheid negeert of verwerpt geen vooruitgang. Want dan zou de wijsbegeerte niets anders worden dan een onvermoeibare en absurde zoektocht die niet het object van haar onderzoek kan vinden, nu niet en niet in de toekomst. [ …] De leer van Sint-Thomas, krachtens het feit dat zij steunt op eeuwige waarheden, is niet eigen aan de middeleeuwen, maar geldig voor alle tijden, voor alle plaatsen ( en niet enkel voor de westelijke landen), en is toegankelijk voor alle mensen in de mate dat ze beantwoordt aan de fundamentele eisen van de menselijke rede.”
Dit citaat kwam ik tegen in het artikel van Michael Konrad, ‘San Tommaso d’Aquino nella recezione del concilio Vaticano II’, in: CVII-Studi e Ricerche VII/2 (2013),  pp. 216-270 het tijdschrift van het Centro Studi e Ricerche sul Concilio Vaticano II van de Pauselijke Lateraanse Universiteit te Rome.

Maar er is wat aan de hand met dit citaat. Konrad verwijst naar de Acta Synodalia III, VIII, 719. Daar is inderdaad een toespraak te vinden van Mons. en later Kardinaal Dino Staffa. Wanneer we zoeken naar het Latijnse origineel vinden we het volgende:
"Ut novum quod dissentit a vero non est progressus, sic pariter progressum non constituit labor qui veritatem iam detectam et probatam ignoret aut respuat, nam secus philosophia nihil aliud fieret quam absurda investigatio assidua et inutilis, quin posset, nunc vel inposterum, inquisitionis suae obiectum invenire."
Dit stemt inderdaad overeen met de Italiaanse vertaling die Konrad geeft en waarvan ik de Nederlandse vertaling boven heb gegeven.

Maar de rest van het citaat van Konrad, te beginnen met “De leer van Sint-Thomas” vinden we pas onderaan p. 719. Konrad voegt terecht […] om aan te geven dat hij een stuk tekst overslaat. Onderaan p. 719 lezen we: “Non absque ratione, docet Paulus VI f.r., S. Thomas salutatus fuit homo omnium horarum [NU BEGINT DE TEKST DIE KONRAD AANHAALT]. Doctrina enim sua, quae in essentia innitur rerum, ideoque in earum certa et immutabilii veritate, nec medii aevi est nec determinatae gentis propria, sed tempus et spatium transcendit, ita ut minus valida non sit pro nostrae aetatis hominibus.”

Dit is dus niet een tekst van Mons. Staffa maar, zoals Staffa zelf aangeeft, een citaat uit een brief van 7 maart 1964, te vinden in AAS 56 (1964), p. 304 waar inderdaad Paulus VI aan de magister-generaal van de Predikheren, Aniceto Fernandez, een brief in het Engels schrijft ter bedanking voor de overhandiging van een nieuw volume in de kritische editie van Sint-Thomas. Daar lezen wij:
“Not without reason he has been hailed as the ‘man of every hour’. His philosophical knowledge, which reflects the essences of really existing things, in their certain and unchanging truth, is neither medieval nor proper to any particular nation; it transcends time and space and is no less valid for humanity in our day.”

Vatten we nog eens samen wat er gebeurd is:
1/Konrad beweert een Italiaanse vertaling te geven van een citaat van Mons. Dino Staffa waaruit zou moeten blijken dat Staffa zich verzet tegen het terzijde schuiven van Thomas om meer open te lijken voor de hedendaagse wereld.
2/Deze Italiaanse vertaling is gedeeltelijk foutief; Staffa zegt bv. niet “en niet enkel voor de westelijke landen” maar vooral: Konrad schrijft een uitspraak toe aan Staffa die in feite afkomstig is van Paus Paulus VI.
3/Maar ook Staffa maakt een fout door het Engelse origineel “philosophical knowledge” te vertalen als “doctrina”
4/Het punt dat Mons. Staffa wil maken is NIET dat er een tegenstelling bestaat tussen Thomas en openheid of tussen Thomas en de hedendaagse wereld  zoals Konrad suggereert met zijn inleidende zin. Staffa wil enkel aanduiden dat vooruitgang op waarheid moet gebaseerd zijn en dat Thomas geen relict is.
5/Zelfs in de veronderstelling dat de intentie van Konrad goed is blijft het feit wel staan dat hij een citaat aan Staffa toeschrijft wat eigenlijk van Paus Paulus VI afkomstig is. Het is natuurlijk niet in het voordeel van aanhangers van een clash tussen ‘conservatieven’ en ‘open geesten’ over Thomas dat Paus Paulus VI zich schaart bij de conservatieven.

Kardinaal Dino Staffa
 
Besluit: Dit voorval bevestigt nog eens dat 1/elke referentie moet gecontroleerd worden in de bronnen zelf 2/hoe makkelijk het is bronnen te manipuleren

maandag, augustus 25, 2014

Het 'Klein Missaal' en de volkstaal



Met de publicatie van het ‘Klein Missaal’ wordt voor het grote publiek voor het eerst de vruchten zichtbaar van het vertalingswerk met het oog op een correctere Nederlandstalige editie van het Romeins Missaal. Misschien is dit een goed moment om zich te bezinnen omtrent de introductie van de volkstaal in de liturgie überhaupt, één van de meest genoemde ‘verworvenheden’ van Vaticanum II. Een aandachtig lezer van Sacrosanctum Concilium (1963) weet natuurlijk dat er in nr. 36 staat dat het gebruik van de Latijnse taal moet bewaard blijven. Hoe kon het anders wanneer we weten dat Paus Pius XII, nauwelijks zeven jaar vóór de publicatie van Sacrosanctum Concilium, nog schreef: “Het zal niettemin overbodig zijn nogmaals in herinnering te brengen, dat de Kerk ernstige motieven heeft om in de Latijnse ritus de onvoorwaardelijke verplichting voor de celebrerende priester te handhaven om de Latijnse taal te gebruiken en even­eens, wanneer het gregoriaans het heilig Offer begeleidt, dat dit geschiedt in de taal van de Kerk.” (22 september 1956, Toespraak tot de deelnemers aan het internationaal liturgisch congres te Assisi).

De praktijk wijst echter uit dat het Latijn nagenoeg verdwenen is uit het leven van de Kerk en van de gelovigen. Zelfs in een internationale context wordt vaak toevlucht gezocht in het Engels en het Italiaans, zelfs indien celebranten en/of gelovigen deze taal nauwelijks meester zijn. Er zijn zelfs gevallen bekend waarin de consecratie door celebrant en concelebrant(en) in verschillende talen wordt verricht, iets wat uitdrukkelijk ingaat tegen Redemptionis Sacramentum nr. 113, maar wat de afwezigheid van het Latijn zelfs bij ambtsdragers nogmaals onderstreept.

In het licht hiervan zijn enkele opmerkingen voorafgaand aan de promulgatie van Sacrosanctum Concilium interessant.

Toekomstig kardinaal Dino Staffa, secretaris van de Congregatie voor de Seminaries en Universiteiten geeft volgende algemeen-culturele achtergrond:

In het schema wordt toegevoegd dat de gewijde liturgie zich moet aanpassen aan de veranderde tijden en gewoonten. Hier moeten wij ook aandacht hebben voor de gevolgen. Immers, de gewoonten, ja zelfs het uitzicht van de maatschappij zelf en vooral vandaag, verandert snel en zal nog sneller veranderen. Wat vandaag in overeenstemming lijkt met de verzuchtingen van de menigte zal in dertig of ten hoogste vijftig jaar reeds ongepast lijken. Men zou hieruit dus moeten besluiten dat in dertig of vijftig jaar de liturgie opnieuw integraal of nagenoeg integraal zal moeten hervormd worden. Dit lijkt mij logisch na wat gezegd is maar dit is helemaal niet gepast wat betreft de gewijde liturgie, helemaal niet nuttig voor de waardigheid van de Kerk, helemaal niet veilig voor de integriteit en eenheid van het geloof en helemaal niet bevorderlijk voor de eenheid van de discipline.
Terwijl dus de wereld elke dag steeds sneller naar eenheid op weg is door de grenzen van staten te overstijgen, vooral wat betreft de wijze van handelen en leven, verbreken wij de wonderbaarlijke liturgische eenheid van de Latijnse Kerk en verdelen wij deze in landen, regio’s, ja zelfs provincies? (Bron: Acta Synodalia I/I, pp. 428-429)

Mgr. Carolus de Mello, bisschop van Palmas onderstreept het hellende vlak. Veranderingen in de taal zijn het begin van een reeks van veranderingen die men, tegen het gezag van de Kerk in, zal doorvoeren.

De verandering van de taal brengt het gevaar van het laïcisme met zich mee. [de Latijnse term is ‘laicismus’: uit de context blijkt dat hij hiermee de overheersing door de leken bedoelt] Vandaag is het de taal, morgen zal het iets anders zijn. Vandaag gebeurt dit tesamen met de priesters die hun meningen gunstig gezind zijn, morgen zal dit gebeuren tegen of zonder de priesters, meer zelfs, zonder de bisschoppen. Deze zaken moeten wij voorzien. Indien wij op dit gebied verzaken, dit wil zeggen aan de éénmakende taal in de Romeinse liturgie voor de westelijke gebieden, dan zullen hierdoor op een dag andere zaken zich aandienen.” (Bron: Acta Synodalia I/I, p. 542)

Ik laat aan de lezer het oordeel of deze woorden al dan niet van profetische aard zijn.