De zogenaamde 'Pastorale constitutie' van Vaticanum II 'Gaudium et Spes' heeft als ondertitel: "Over de Kerk in de wereld van deze tijd" - "De Ecclesia in mundo huius temporis".
Father John Hunwicke schreef hierover volgende interessante opmerking:
"How long is hoc hodiernum tempus to be deemed to last?
A few hundred Council Fathers were worried by the incorporation into a
conciliar constitution of transient observations relating to a rapidly
changing world: which is why, to satisfy such traditionalist pedantry, a
long exculpatory Note is attached to that constitution's title. But -
still - how long was their hodiernum tempus?
In the World outside the conciliar aula, that 1960s tempus passed quite quickly. The Beatles soon became what they are now, a delightful but retro
taste. I recall the first of Ian Fleming's books to be made a film ...
that distant decade when female parishioners told me that I resembled
Sean Connery ... but, as the years passed after Dr No, the producers increasingly found Fleming's hodiernum tempus much too old-fashioned ... and commissioned new scripts. Among politicians, hoc hodiernum tempus
was marked by the Cold War and fears that the Menace of World Communism
would gobble up country after country until we had Soviet Commissars
looking over our shoulders as we ordered our books up to Duke Humphrey
or punted down the Cherwell. That tempus passed before the 1990s.
But perhaps hodierna tempora last longer in the Church? Did the hodiernum tempus Concilii Vaticani II end
with the death of the last pope who was himself a Father of the Council
- in 2005? (I presume that, long before then, the last conciliar
diocesan bishop had retired upon reaching the retirement age). Or will hoc hodiernum tempus end when the last old gentlemen ... Kuengs and Ratzingers ... who were bright young periti
of the Council, have passed to their (immensely varied but equally
deserved) rewards? Or let us consider the Babes of the Council: those
who ... despite the contraceptive frenzy of the time ... succeeded in
getting conceived during the conciliar decade. They are already in
middle age, tut-tutting in front of their mirrors over their white hairs
and counting the wrinkles round their eyes. In a generation they will
be retiring; a generation after that they will be as deadish as I shall
be. Which of these landmarks might indicate the end of hoc hodiernum tempus?
And what about the Internet? Even the invention of printing had a lesser effect than this innovation.
A preoccupation with "the Council"is in fact a determination to live in the increasingly distant past.
This point seems to me so blindingly obvious that I almost feel ashamed
to make it, lest you throw up your hands in boredom or despair and turn
elsewhere in your computers.
I wonder how long it will be for the obvious to become obvious to the blind."
Posts tonen met het label Gaudium et Spes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gaudium et Spes. Alle posts tonen
zondag, juni 14, 2020
vrijdag, april 08, 2016
Amoris laetitia en het belang van voetnoten
Voetnoot 329 is de enige keer dat het schrijven verwijst naar het traditionele antwoord inzake ‘hertrouwd’ gescheidenen. De voetnoot leest: “Johannes Paulus II, Esort. ap. Familiaris consortio (22 novembre 1981), 84: AAS 74 (1982), 186. In deze situaties, velen, kennend en aanvaardend de mogelijkheid samen te leven “als broer en zus” welke de Kerk hen geeft, brengen naar voren dat, indien er enkele tekenen van intimiteit ontbreken, “de huwelijkstrouw niet zelden gevaar kan lopen en het welzijn van de kinderen schade lijden kan.” (Gaudium et Spes 51).
Twee opmerkingen:
1/het traditionele antwoord wordt voorgesteld als een mogelijkheid maar FC 84 en de preek van Johannes Paulus II op 25 oktober 1980 waar FC 84 naar verwijst laat niet de minste onduidelijkheid dat het hier om een verplichting gaat (officium in se suscipiunt omnino continenter vivendi, scilicet se abstinendi ab actibus qui solis coniugibus competunt).
2/De verwijzing naar GS 51 lijkt uit de context gehaald want GS 51 heeft helemaal geen betrekking op het samenleven als broer en zus. De context van GS 51 luidt: “Het Concilie weet, dat de echtgenoten dikwijls door bepaalde factoren van het moderne leven worden belemmerd bij de harmonische ordening van hun huwelijksleven, en in een situatie kunnen verkeren waarin hun kindertal zich, althans tijdelijk, niet mag uitbreiden en waarin het niet gemakkelijk is, de beleving van de trouwe huwelijksliefde en de volledige levensgemeenschap te handhaven. Waar nu de intimiteit van het huwelijksleven wordt stil gelegd, kan de huwelijkstrouw niet zelden gevaar lopen en het welzijn van de kinderen schade lijden; want dan dreigt er gevaar voor de opvoeding van de kinderen en voor een moedig aanvaarden van meer kinderen. Er zijn mensen, die voor deze problemen ongeoorloofde oplossingen durven voorstellen en zelfs niet terugschrikken voor moord. De Kerk wijst er echter op, dat er geen werkelijke tegenspraak kan bestaan tussen de goddelijke wetten betreffende de voortplanting van het leven en de wetten omtrent de ontplooiing van de ware huwelijksliefde.”
Twee opmerkingen:
1/het traditionele antwoord wordt voorgesteld als een mogelijkheid maar FC 84 en de preek van Johannes Paulus II op 25 oktober 1980 waar FC 84 naar verwijst laat niet de minste onduidelijkheid dat het hier om een verplichting gaat (officium in se suscipiunt omnino continenter vivendi, scilicet se abstinendi ab actibus qui solis coniugibus competunt).
2/De verwijzing naar GS 51 lijkt uit de context gehaald want GS 51 heeft helemaal geen betrekking op het samenleven als broer en zus. De context van GS 51 luidt: “Het Concilie weet, dat de echtgenoten dikwijls door bepaalde factoren van het moderne leven worden belemmerd bij de harmonische ordening van hun huwelijksleven, en in een situatie kunnen verkeren waarin hun kindertal zich, althans tijdelijk, niet mag uitbreiden en waarin het niet gemakkelijk is, de beleving van de trouwe huwelijksliefde en de volledige levensgemeenschap te handhaven. Waar nu de intimiteit van het huwelijksleven wordt stil gelegd, kan de huwelijkstrouw niet zelden gevaar lopen en het welzijn van de kinderen schade lijden; want dan dreigt er gevaar voor de opvoeding van de kinderen en voor een moedig aanvaarden van meer kinderen. Er zijn mensen, die voor deze problemen ongeoorloofde oplossingen durven voorstellen en zelfs niet terugschrikken voor moord. De Kerk wijst er echter op, dat er geen werkelijke tegenspraak kan bestaan tussen de goddelijke wetten betreffende de voortplanting van het leven en de wetten omtrent de ontplooiing van de ware huwelijksliefde.”
Abonneren op:
Posts (Atom)
