Posts tonen met het label priesterschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label priesterschap. Alle posts tonen

maandag, oktober 31, 2022

Is er wel een priestertekort?

Is er wel een priestertekort?

Het Ad Liminarapport van de Nederlandse bisschoppenconferentie, dat op 28 oktober 2022 werd gepubliceerd en dat -tenminste cijfermatig- de periode 2012-2021 bestrijkt, levert interessante cijfers op.

Zo leren we dat het aantal diocesane priesters, werkzaam in parochies, gedaald is van 439 in 2012 naar 355 in 2021. In dezelfde periode is het aantal katholieken gedaald van 4.044.000 of % 24,1 van de bevolking naar 3.667.000 of % 20,8 van de bevolking. 

Dit betekent bv. dat waar er in 2012 1 priester per 9211 katholieken was er in 2021 1 priester per 10329 katholieken is.

Wanneer we echter de kerkgang (gebaseerd op een telling in het voorjaar per weekend en gedaald van 226.100 of % 5,6 naar 89.800 of % 2,4) en de andere sacramenten tegenover elkaar zetten, stellen we als feit vast dat een parochiepriester in 2021 gemiddeld de volgende aantallen op zijn agenda heeft:

250 gelovigen per weekend

17 doopsels (0-17 jaar) per jaar

0,7 volwassenendoopsels per jaar

26 eerste communicanten per jaar

1,8 huwelijken per jaar

41 uitvaarten per jaar

Deze cijfers worden nog verminderd indien we de 149 actieve diakens in de parochies meetellen aangezien zij vaak ook doopsels en uitvaarten voor hun rekening nemen.

Dit levert dan volgende cijfers op:

12,5 doopsels (0-17 jaar) per jaar

0,5 volwassenendoopsels per jaar

29 uitvaarten per jaar

Is er wel een priestertekort?

maandag, september 01, 2014

Versus orientem en priesterlijke vroomheid

De Vultus Christi blog maakt een interessant argument (niet onbekend voor de lezers van onze blog) over het verband tussen 'versus Orientem' en priesterlijke identiteit.

"De fysieke herinrichting van de kerken, waardoor een priester verplicht is achter het altaar te staan, met het gezicht naar de mensen, heeft een vernietigend effect gehad op de theologie van het priesterschap en op de priesterlijke vroomheid. Helaas zijn vele priesters de Mis voornamelijk gaan  zien als geestelijk waar, gegeven aan de mensen voor hun opvoeding, onderricht, ondersteuning en comfort. Het idee het Heilig Offer op te dragen aan God, zelfs in afwezigheid van gelovigen, is snel aan het verdwijnen. Het wordt meer en meer gebruikelijk dat priesters afzien van het opdragen van het Heilig Offer behalve bij die gelegenheden waar er een ingeroosterde Mis is met mensen."

"In zekere zin heeft het weid verspreide gebruik om de Heilige Mis te vieren “met het gezicht naar de mensen” geleid tot een onvolledig en verkeerd begrijpen van de Heilige Eucharistie: de consecratie van brood en wijn in het ware Lichaam en Bloed van Christus wordt beschouwd niet zozeer in het licht van het Offer opgedragen aan God, maar in het licht van het Sacrament opgedragen aan het volk. Deze verandering in de richting van een protestants begrip van de Heilige Eucharistie wordt verder benadrukt door de weid verspreide praktijk dat iedereen aanwezig (of nagenoeg iedereen aanwezig) zich genoodzaakt voelt de Heilige Communie te ontvangen."

Lees hier meer met de ondersteunende argumentatie vanuit het Leergezag van Pius XII

donderdag, juni 27, 2013

Het nieuwe Directorium voor het Ambt en het Leven van de Priesters




Op 14 januari 2013 keurde Benedictus XVI de publicatie van een nieuw Directorium voor het Ambt en het Leven van de Priesters, vanwege de Congregatie voor de Clerus, goed. Een eerste versie was verschenen in 1994 en in het Nederlands in 1995 vertaald en uitgegeven als een bijzonder nummer van Kerkelijke Documentatie. De nieuwe editie is op www.clerus.org te downloaden.
Hier zijn enkele opvallende wijzigingen en aanvullingen ten opzichte van de eerste editie uit 1994.

A/Toegevoegd aan nr. 6 over de identiteit van de priester

“Dit bewustzijn van zijn identiteit is van bijzonder belang in de hedendaagse culturele context van de secularisatie waar “ de priester ‘vervreemd’ lijkt van het algemene aanvoelen, precies omwille van de meest fundamentele aspecten van zijn ambt, zoals daar zijn: een mens zijn van het heilige, onttrokken aan de wereld om ten gunste te spreken voor de wereld, waarbij hij tot deze zending aangesteld is door God en niet door de mensen (cf. Heb. 5,1)”[i]. 7/ Dit bewustzijn – gegrondvest op de ontologische band met Christus – neemt afstand van “functionalistische” opvattingen die de priester enkel hebben willen beschouwen als sociaal werker of uitvoerder van riten “met als gevaar het Priesterschap van Christus zelf te verraden” [ii] en het leven van de priester te reduceren tot een louter uitvoeren va plichten. Alle mensen een natuurlijke religieuze band die hen onderscheidt van elk ander levend wezen en die hen maakt tot zoekers van God. Echter, de mensen zoeken in de priester de man van God waarin zij Zijn Woord, Zijn Barmhartigheid en het Brood van de hemel ontdekken, het Brood dat “het Leven geeft aan de wereld” (Joh. 6, 33): “God is de enige rijkdom die de mensen uiteindelijk in een priester verlangen te vinden”[iii]. In het bewustzijn van zijn identiteit zal de priester, ten aanzien van tegenslag, ellende of verdrukking, ten aanzien van de geseculariseerde en relativistische mentaliteit die de fundamentele waarheden van ons geloof in twijfel trekt of ten aanzien van zovele andere situaties in de postmoderne cultuur, gelegenheden zien om zijn specifiek ambt van herder, geroepen om het Evangelie aan de wereld te verkondigen, uit te oefenen.”

B/Secties over missionair aspect van het priesterschap in de context van de Nieuwe Evangelisatie is sterk uitgebreid, nieuw is ook de sectie over het geestelijk vaderschap van de priester.

C/In de sectie over de gehoorzaamheid wordt, na het vaststellen dat een afwijkende mening op het gebied van geloof en zeden iets ernstigs is omdat het ergernis veroorzaakt en gelovigen in de war brengt, toegevoegd onder beroep op Benedictus XVI: “De oproep tot ongehoorzaamheid aan het definitieve Leergezag van de Kerk is niet een weg om de Kerk te vernieuwen.”

D/De sectie over de verplichting als geestelijke gekleed te gaan voegt toe: “De kerkelijke kleding is het uitwendig teken van een inwendige realiteit: “immers, de priester behoort niet meer toe aan zichzelf maar door het ontvangen van het sacramentele merkteken is hij “eigendom” van God. (CKK 1563, 1582). Zijn “toebehoren aan een Ander” moet voor iedereen herkenbaar worden door middel van een heldere getuigenis. … In de wijze van denken, spreken, beoordelen van de gebeurtenissen in de wereld, in de wijze van dienen en beminnen, zich verhouden tot personen, ook in de kleding, moet de priester de profetische kracht halen uit zijn sacramenteel toebehoren”.[iv]
Tevens wordt er toegevoegd dat ook de transeunt diaken ofwel de toog ofwel een passende kerkelijke kleding dient te dragen.

Het uitdrukkelijk noemen van de toog als eerste wordt nog onderstreept door de toevoeging van een andere sectie, nl. “Bovendien is de toog, ook in de vorm, de kleur en de waardigheid ervan, bijzonder geschikt omdat het de priesters duidelijk onderscheidt van de leken en beter het gewijde karakter van hun ambt doet inzien doordat het in herinnering brengt dat de priester altijd en op elk moment priester is, gewijd om te dienen, te onderrichten en de zielen te leiden en te heiligen, op de eerste plaats door middel van de viering van de sacramenten en de prediking van het Woord van God. Het dragen van het klerikale habijt fungeert bovendien als bescherming voor armoede en kuisheid.”

E/De zin “Gewijd om het heilig offer voort te zetten, toont de priester op de meest duidelijke wijze zijn identiteit” wordt nu ondersteund door een mooi citaat van Thomas: “Sacerdos habet duos actus: unum principalem, supra corpus Christi verum; et alium secundarium, supra corpus Christi mysticum. Secundus autem actus dependet a primo, sed non convertitur” (ST, Suppl., q. 36, a. 2, ad 1) of te wel “De priester bezit twee handelingen: de voornaamste over het ware lichaam van Christus en de secundaire over het mystieke lichaam van Christus. De tweede handeling echter hangt af van de eerste maar niet omgekeerd.”

F/Vanzelfsprekend wordt de sectie over de viering van de Eucharistie aangevuld met het leergezag van Benedictus XVI hieromtrent.

G/Nieuwe en uitgebreide secties betreffen de misintenties en het getijdengebed.

H/Sterk uitgebreid is ook de sectie met de argumenten ten gunste van het celibaat.

Kortom, deze en andere aanvullingen maken een Nederlandse vertaling noodzakelijk!



[i]      Benedictus XVI,  Toespraak Tot de deelnemers van het theologisch congres, georganiseerd door de Congregatie voor de Clerus (12 maart 2010).
[ii]     Ibid.
[iii]    Benedictus XVI, Toespraak tot de deelnemers aan de plenaire sessie van de Congregatie voor de Clerus ( 16 maart 2009).
[iv] Benedictus XVI,  Toespraak Tot de deelnemers van het theologisch congres, georganiseerd door de Congregatie voor de Clerus (12 maart 2010).

dinsdag, mei 07, 2013

Rome gaat te rade bij het Missaal van 1962 voor de introductie van een nieuw feest

Per decreet van 23 juli 2012 vanwege de Congregatie voor de Eredienst is er de mogelijkheid dat bisschoppenconferenties in de plaatselijke kalender de viering opnemen van Onze Heer Jezus Christus Eeuwige Hogepriester, met de graad van feest, op donderdag na het Hoogfeest van Pinksteren.
De introductie van dit feest moet, volgens het decreet, gezien worden in de lijn van het Jaar van de Priester tot bevordering van een leven van heiligheid voor de clerus en de roeping tot het wijdingsambt. De Congregatie heeft hiervoor zowel een eigen misformulier, lectionarium als getijdengebed gepubliceerd.

Tot dusver heeft bij mijn weten de Belgische of Nederlandse kerkprovincie nog geen verzoek van dien aard bij de Congregatie ingediend.

De editio typica tertia van het Romeins Missaal (2002/2008) kent een votiefmis met dezelfde titel als het Missale Romanum van 1962. Deze teksten van de editio typica van 2002/2008 zijn dan weer in de editio typica van 1970/1975 identiek aan het tweede misformulier voor de Allerheiligste Eucharistie. Het misformulier van 1962 gaat terug op een decreet van de Ritencongregatie van 24 december 1935, volgend op een aankondiging in de encycliek Ad Catholici Sacerdotii Fastigium (20 december 1935), waarbij dit misformulier voorzien was voor elke eerste donderdag van de maand, naar analogie met de votiefmis voor het H. Hart voor elke eerste vrijdag van de maand.

Men zou nu kunnen verwacht hebben dat het decreet van 23 juli 2012 het misformulier uit het Romeins Missaal van de ‘novus ordo’ voorstelt. Maar neen, het nieuwe misformulier is nagenoeg een exacte kopie van het misformulier uit het Missaal van 1962! Het Collecta (afgezien van de inlassing “Spiritu Sancto largiente”), Super oblata en Postcommunio zijn identiek. Waar het misformulier van 1962 de prefatie van het H. Kruis heeft, geeft het misformulier van 2012 de prefatie van de Chrisma-mis, dus uit de novus ordo, aan.

Tegelijkertijd verbaast dit ook niet. Het misformulier van 1962 en dus van 2012 benadrukt veeleer het gewijde priesterschap en niet het volk in het algemeen zoals dit het geval is in het misformulier van 1970 e.v. Vergelijk bv. het volgende:
De collecta van 1962/2012: “ut, [Spiritu Sancto largiente], quos ministros et mysteriorum suorum dispensatores elegit, in accepto ministerio adimplendo fideles inveniantur. Per Dominuim nostrum.”
De collecta van 1970/1974/2002/2008: “ut populus, quem sanguine suo tibi acquisivit, ex eius memorialis participatio, virtutem cruces ipsius capiat et resurrectionis. Qui tecum.”

Voor meer info verwijzen wij naar M. Barba: La festa di Nostro Signore Gesù Cristo Somme e Eterno Sacerdote, in: Ephemerides Liturgicae 126 (2012) 321-347 met de Latijnse tekst van het decreet en de formulieren van de Congregatie op pp. 348-373

zondag, september 25, 2011

Studie is wezenlijk voor een seminarist!

Paus Benedictus XVI tot seminaristen in Freiburg, 24 september 2011
"Ja, ich glaube von dem Plan her muss ich wahrscheinlich Schluss machen, jetzt. Ich möchte Ihnen nur einen Punkt noch sagen. Zum Bereitwerden für das Priestertum, zum Weg dahin, gehört vor allem auch das Studieren. Das ist nicht eine akademische Zufälligkeit die sich in der westlichen Kirche ausgebildet hat, sondern wesentlich. Wir alle wissen, dass der heilige Petrus gesagt hat: „Seid jederzeit bereit, die Vernunft, den Logos eures Glaubens als Antwort denen zu geben, die danach fragen“. Unsere Welt, heute, ist eine rationalistische und verwissenschaftlichte Welt, wenn oft auch sehr scheinwissenschaftlich. Aber der Geist der Wissenschaftlichkeit, des Verstehens, der Erklärens, des Wissenkönnens, des Ablehnens des Nichtrationalen ist beherrschend in unserer Zeit. Das hat auch sein Grosses, wenn auch viel Anmaßung und Verkehrtheit dahinter sich oft verbirgt. Und der Glaube ist nicht eine Gefühlsnebenwelt, die wir dann uns auch noch leisten, sondern er ist das, was das Ganze umgreift und ihm Sinn gibt und es deutet und ihm auch die innere ethische Weisung gibt, dass es auf Gott hin und von Gott her verstanden und gelebt sei. Deswegen ist es wichtig, Bescheid zu wissen, zu verstehen, die Vernunft geöffnet zu haben, zu lernen. Natürlich werden in 20 Jahren schon wieder ganz andere philosophische Theorien Mode sein als heute: Wenn ich denke, was bei uns höchste, modernste Mode war und wie vergessen das alles ist … Trotzdem ist es nicht umsonst, dies zu lernen, denn es sind auch beständige Erkenntnisse dabei. Und vor allem, lernen wird darin überhaupt zu urteilen, mitzudenken – kritisch mitzudenken – und zu helfen, dass in dem Denken das Licht Gottes uns erleuchtet und nicht erlischt. Studieren ist wesentlich: Nur so können wir dieser Zeit standhalten und in ihr den Logos unseres Glaubens verkünden. Auch kritisch studieren, eben in dem Wissen, morgen wird ein anderer anderes sagen; aber wach und offen und demütig Lernende zu sein, um immer mit dem Herrn, vor dem Herrn und für ihn Lernende zu bleiben."

woensdag, april 14, 2010

Father Cessario, Thomas van Aquino en het Priesterschap

In dit Jaar van de Priester heeft Romanus Cessario O.P. (klik hier voor meer info en publicaties van zijn hand) zonet in het tijdschrift Nova & Vetera een prachtige bijdrage geschreven over de roeping van het priesterschap in het licht van Thomas van Aquino, getiteld: 
Aquinas on the Priest: Sacramental Realism and the Indispensable and Irreplaceable Vocation of the Priest

Deze bijdrage is nu ook hier in zijn geheel te lezen.

Enkele fragmenten:

"Once the seminarian and priest begin to cherish the world, then they will discover the freedom to redeem the world. He will find the cause for Redemption in the lives that people live, that is, their sins, an invitation to preach to them the Good News of Jesus Christ. Above all, the priest will find new satisfaction in his vocation inasmuch as he will come to appreciate the indispensability of his Headship, his Shepherding, and his Bridal love in a world that mistakes power for authority, relativism for moral truth, and egoism for love. This noble vocation imposes grave responsibilities on those who aspire to it and who exercise what they have already received. Each must examine his conscience: does the responsible exercise of priestly authority suffer from my lack of fortitude? Does the charge to instruct in the moral life provide me with an excuse to tinker with moral truth? Finally, the tough one. Does my pledge to love as Christ loves suffer diminishment when I find myself unloved?"

"Preaching is not ordered firstly and foremostly to stirring up the sentiments of believers, making hearts strangely warmed. It is not ordered to supply ersatz psychological counseling on how to get along in life without too much chagrin. It certainly is not ordered to providing your hearers with an Everyman's guide to the academic exegesis of the text assigned to be proclaimed on a given day in the Church of Christ. Preaching is ordered to return creation to the Master. In its entirety. This challenge is more than daunting. Just think of all the things that go wrong. Think of the mistakes people make. Think of the errors that men try to validate. No wonder the priest can never go it alone. To return everything to the Master, the priest must remain united with the Church."

"Many things that the priest is counseled to observe reflect his unique, sacred, graced relationship to the temporal. Celibacy of course affords the best example. The priest removes himself from the rhythms of marriage, in all their complexity, so that Christ's people can encounter a man whose heart and mind are set exclusively on God, his Truth, his mysteries. People today do not talk much about celibacy for contemplation. The fact of the matter is that the Christian tradition considers it the principal reason for the Bishop and priest and monk to forego marriage. Marriage is a thing of this earth. Very much of this earth. Indeed, even the most sanctified of marriages remains of this earth. Married life is pleasurable, but it is also distracting from pondering those revealed truths that can only be received in the purity of faith. Clerical attire is another. The priest dresses differently. Black suits and collars. Cassocks. Sacred vestments. This apparel is not a uniform. What the priest wears provides external signs of his priestly consecration. Removing them without a clear and compelling reason creates ambiguity in the minds of the people and, in all likelihood, in the mind of the priest. Evangelical "simplicity" is another. The priest lives outside the ordinary attachments of the consumer society inasmuch as he knows that his real treasure resides in a place that only the Resurrection allows entry. Ecclesial obedience also reveals that the priest cherishes his privileged relationship with the local bishop."

maandag, september 21, 2009

Paulus VI tot de clerus

Paus Paulus VI, Tot de priesters van Rome, 10 februari 1978

“Een berekende tactiek heeft bezit genomen van de psychologie van enkele priesters –Wij willen geloven dat het er weinig zijn- om het traditionele beeld van de priester te ontheiligen; een proces van ontwijding heeft bezit genomen van het instituut van het priesterschap om de standvastigheid ervan te verwoesten en de ruïnes ervan te bedekken; een waanzin van laïcisering heeft de uitwendige tekenen van het gewijde priesterhabijt afgerukt en heeft uit het hart van enkelen de heilige eerbied, die ze verschuldigd zijn aan hun eigen persoon, naar boven gehaald om deze te vervangen door een opzichtige ijdelheid voor het wereldse en soms tot aan de vermetelheid voor wat ongeoorloofd is en onscrupuleus.”

Bron: www.vatican.va

Infirmitatem nostram respice, omnipotens Deus: et, quia pondus propriae actionis gravat, beati Victoris Martyris tui intercessio gloriosa nos protegat. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculorum. Amen.

vrijdag, september 11, 2009

De interpretatie van Vaticanum II en het priesterschap


Benedictus XVI

Tot de bisschoppen van de bisschoppenconferentie van Brazilië tijdens het ‘ad limina’-bezoek

Castel Gandolfo

7 september 2009

Beminde broeders,

In de decennia volgend op het Tweede Vaticaans Concilie hebben sommigen de opening naar de wereld niet geïnterpreteerd als een eis die voortkomt uit de missionaire ijver van het Hart van Christus, maar als een overgang naar de secularisatie waarin zij enkele waarden ontdekten die een grote christelijke diepgang in zich dragen, zoals gelijkheid, vrijheid en solidariteit. Dezen toonden zich bereid om toegevingen te doen en om gebieden van samenwerking te ontdekken. Op deze wijze is men gekomen tot interventies van enkele kerkelijke verantwoordelijken in ethische debatten, als antwoord op de verwachtingen van de publieke opinie, maar men heeft opgehouden te praten over sommige fundamentele waarheden van het geloof, zoals de zonde, de genade, het theologale leven en de uitersten. Onbewust zijn vele kerkelijke gemeenschappen gevallen in een zelfsecularisatie; terwijl deze hoopten om diegenen die veraf waren te behagen, hebben ze diegenen die reeds aan het kerkelijke leven deelnemen zien weggaan, bedrogen en ontgoocheld: onze tijdgenoten, wanneer zij ons ontmoeten, willen datgene zien wat ze nergens anders zien, nl. de vreugde en de hoop die ontstaat vanuit het verblijven met de verrezen Heer.

Vandaag is er een nieuwe generatie die, geboren in deze kerkelijke, geseculariseerde omgeving, in plaats van openheid en consensus waar te nemen, daarentegen steeds meer in de maatschappij de afgrond van de verschillen en de tegenstellingen ten aanzien van het Leergezag van de Kerk ziet uitbreiding nemen, in het bijzonder op het gebied van de ethiek. In deze woestijn van God getuigt de nieuwe generatie van een grote dorst naar transcendentie.

Het zijn de jongeren van deze nieuwe generatie die vandaag aan de poort van het seminarie kloppen en die nood hebben om daar opvoeders aan te treffen die ware mannen van God zijn, priesters die geheel gewijd zijn aan de vorming, die getuigenis afleggen van de zelfgave aan de Kerk door middel van het celibaat en een streng leven, naar het model van Christus de Goede Herder. Zo zullen deze jongeren leren om gevoelig te zijn voor de ontmoeting met de Heer, in de dagelijkse deelname aan de Eucharistie, in het beminnen van de stilte en het gebed en door op de eerste plaats de glorie van God en de verlossing van de zielen na te streven.

Beminde broeders, zoals jullie weten is het de taak van de bisschop om fundamentele criteria vast te leggen voor de vorming van de seminaristen en de priesters in getrouwheid aan de universele normen van de Kerk: het is in deze geest dat men de reflecties over het thema van de Algemene Vergadering van jullie Bisschoppenconferentie, afgelopen april, moet ontwikkelen.

In de zekerheid dat ik kan rekenen op jullie ijver voor wat betreft de priesterlijke vorming, nodig ik alle bisschoppen, hun priesters en seminaristen uit om in hun eigen leven de liefde van Christus, Priester en Goede Herder na te bootsen, zoals dit de Heilige Pastoor van Ars gedaan heeft. En dat zij, zoals hij, als model en bescherming van hun eigen roeping de Moeder Maagd nemen, zij die op unieke wijze antwoord heeft gegeven aan de roepstem van God en in haar hart en in haar vlees het mensgeworden Woord ontvangen heeft om het te schenken aan de mensheid.

maandag, maart 09, 2009

Paus Pius XII over het priesterschap

Het immer actieve www.rkdocumenten.nl heeft recent een postume tekst van paus Pius XII over het priesterschap online gezet; een soort van geestelijk testament.
Enkele fragmenten:

"Een uitgesproken vijand van de “wereld” (Vgl. 1 Joh. 2, 15), vreest hij haar wraak niet, bezwijkt niet voor haar bedreigingen en verwacht van haar geen beloning. Ook van de Kerk verwacht hij geen aardse beloning voor zijn inspanningen, uiterst voldaan als hij is met de eer "de medewerker van God" te mogen zijn en met de onuitsprekelijke troost die God voor zijn dienaren heeft weggelegd."

"olgzaamheid betekent gehoorzaamheid, meer nog, "beschikbaarheid in de handen van God" voor welk werk, voor welke nood, voor welke verandering ook. Deze volledige beschikbaarheid wordt verkregen door zich los te maken van zijn persoonlijke inzichten, zijn eigen belangen en zelfs van de meest verheven ondernemingen. Deze onthechting is gebaseerd op die ootmoedige waarheid welke de Heer ons leerde: ,”Als gij alles zult hebben gedaan wat u is opgedragen, zeg dan: Wij zijn nutteloze dienaren!” (Lc. 17, 10)."

"En de oudere geestelijken zouden Wij willen aanraden: Stel de jonge priester niet teleur. Ongetwijfeld zijn de desillusies onvermijdelijk, hetzij zij voortkomen uit algemeen menselijke oorzaken, hetzij uit bijzondere plaatselijke omstandigheden; zij mogen echter niet het gevolg zijn van het feit dat oudere priesters, misschien ontmoedigd door de teleurstellingen van het werkelijke leven, de frisse energie van de jonge priester verstikken. De rijpe ervaring eist niet een beslist neen, laat hem plannen maken, laat hem proberen, en als het niet wil lukken, bemoedig hem en spoor hem aan tot nieuwe pogingen."