woensdag, juni 27, 2012

Zeer Eerwaarde Heer Deken Jan Rutten (1916-2012)


 
“Vader, Ik wil dat zij, die Gij Mij gegeven hebt,
 met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen
die Gij Mij gegeven hebt.” (Joh. 17, 24)
 
 
 
Zeer Eerwaarde Heer
 
Jan Rutten
 
Pastoor-Deken Emeritus van Sint-Truiden
 
Stichter van Wiric en van Mensen helpen Mensen (CAW), Oprichter van de Schatkamer Onze-Lieve-Vrouwe Kerk en van de St. Jan Berchmansschool, ere-proost en lid van Pro Petri Sede, ere-voorzitter en lid van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Sint-Truiden, ere-lid van Amici Cantemus, ere-lid van de vzw Federatie van Geschied- en Oudheidkundige Kringen van Limburg
 
Geboren op Hoezerhof te Geistingen op 6 augustus 1916. Priesterwijding te Luik op 20 oktober 1940. Achtereenvolgens Leraar aan het Kleinseminarie Saint Roch, Ferrières (1940-1943), Kapelaan Ste. Véronique, Luik (1943-1952), Pastoor Ste. Marie, Ans (1952-1960), Pastoor St. Remacle, Luik (1960-1965), Pastoor-Deken van Sint-Truiden (1965-1993). Godvruchtig overleden te Sint-Truiden op 23 juni 2012, gesterkt door de genademiddelen van onze Moeder de Heilige Kerk en de pauselijke zegen.

Zoon van:
+ Renier en + Maria RUTTEN-SCHREURS

Broer van:
Maria en + Mathieu NIJSKENS-RUTTEN
+ Annie en + Sef VEUGELAERS-RUTTEN

Heeroom van:
Els & Michel MILIS-NIJSKENS, kinderen en kleinkinderen,
Marie-Josée & Jean KEMPS-NIJSKENS, kinderen en kleinkinderen,
Jeanine & Fons VERHULST-NIJSKENS, kinderen en kleinkinderen,
Renier & Mimi NIJSKENS-MAERTENS, kinderen en kleinkinderen,
Yvonne NIJSKENS, kinderen en kleinkind.
Anna & Jean-Claude DINANT-NIJSKENS, kinderen en kleinkinderen,
Cécile & Bernard CHANSON-NIJSKENS en kinderen,
Jacques NIJSKENS en kinderen,
Josée ( + Danny Muir) en Jean ROUSSARD-VEUGELAERS en kinderen,
René en Hilde CORDENS-VEUGELAERS en kinderen,
+ Bertine en Luk KUPERS-VEUGELAERS en kinderen,
Jacqueline VEUGELAERS en kinderen
Mieke en Jaak SMEETS-VEUGELAERS en kinderen,
Jeannine en Jaak VERSTRAETEN-VEUGELAERS en kinderen,
Yvonne VEUGELAERS en Dirk TOLLET,
Mon en Marc WETZELS-VEUGELAERS en kind,
Faby en Rob RAMAEKERS-VEUGELAERS en kind
 
Mgr. Jos SCHREURS

De families RUTTEN, SCHREURS, NIJSKENS, VEUGELAERS.

Dit melden u tevens
De priesters van het dekenaat Sint-Truiden
 
Met bijzondere dank aan al zijn trouwe vrienden voor de goede zorgen en aan het verzorgend personeel van rustoord ‘La Madrugada’ te Sint-Truiden
 
De plechtige Eucharistieviering, waarop u allen van harte bent uitgenodigd, zal gevierd worden in de kerk van O.L.V. ten Hemelopneming, Grote Markt te Sint-Truiden op ZATERDAG 30 JUNI 2012, OM 14.30U, gevolgd door de teraardebestelling op de plaatselijke begraafplaats.
 
Samenkomst en gelegenheid tot groeten in de kerk op zaterdag 30 juni 2012 vanaf 14u
 
Gebedswake op vrijdag 29 juni om 18u in de kerk van O.L.V. ten Hemelopneming te Sint-Truiden

Tevens zal in de H. Mis op zondag 1 juli om 11u in de kerk van O.L.V. ten Hemelopneming te Sint-Truiden voor hem gebeden worden.
 
Moge hij rusten in vrede
 
Rouwadres: Metsterenweg 125, 3800 Sint-Truiden



zaterdag, juni 16, 2012

Vergelijkende studies 1962 vs 1969/1970


Sinds de start van deze blog op 5 februari 2006 heb ik een aantal studies gepubliceerd waarin de gewone vorm van de Romeinse Ritus wordt vergeleken met de buitengewone vorm. Het doel van deze bijdragen is te laten zien dat beide missalen inhoudelijk van elkaar verschillen zodanig dat de buitengewone vorm en de hersacralisatie van de gewone vorm in een objectief kader komen te staan, weg van louter emotionele (voor)oordelen over de schoonheid van de celebratie, riten, gezangen en dergelijke (hoe belangrijk deze ook zijn). Zie bv. mijn bijdrage over Thomas van Aquino en de betekenis van kruistekens in de Canon van 26 augustus 2008

Voor de lezer hebben we deze bijdragen hier op een rij gezet:

12 april 2012: Feiten omtrent de celebratie ‘versus orientem’ (strikt genomen hoort dit niet in het rijtje aangezien ‘versus orientem’ perfect mogelijk is in de Novus Ordo, maar dit is zeer zeldzaam) 
7 maart 2012: “Concelebratie zoals wij die kennen behoort niet tot de Latijnse liturgische traditie” (een uitspraak van kardinaal Canizares – dit thema hopen wij in de toekomst verder uit te werken) 
12 december 2010: De Heilige Lucia op de Tiltenberg (vergelijking van het lectionarium van beide vormen aan de hand van de gedachtenis/feest van de H. Lucia) 
5 december 2009: Heiligen en engelen 
19 september 2009: Zijn beide missaals identiek? (algemene feiten ter ontkrachting van deze stelling) 

Johannes Paulus II over het Heilig Hart

 



Johannes Paulus II
Brief aan de Generaal-Overste van de Sociëteit van Jezus
Paray-le-Monial (Frankrijk)
5 oktober 1986

Aan de Zeer Eerwaarde Pater Peter-Hans Kolvenbach
Generaal-Overste van de Sociëteit van Jezus

Ter gelegenheid van mijn pelgrimstocht naar Paray-le-Monial, verlang ik te komen bidden in de kapel waar het graf van de Zalige Claude de La Colombiëre (1641-1682)[1] wordt vereerd. Hij was de “trouwe dienaar”, die de Heer in Zijn voorzienende liefde als geestelijk leidsman heeft gegeven aan de Heilige Margareta-Maria Alacoque. Daarom was hij ook de eerste die ertoe gebracht werd haar boodschap te verspreiden. In de weinige jaren van zijn religieuze leven en zijn intense dienst heeft hij zich getoond als een “voorbeeldige zoon” van de Sociëteit van Jezus. Volgens het getuigenis van de Heilige Margareta-Maria zelf heeft Christus aan hem de taak toebedeeld de eredienst voor Zijn Heilig Hart te verspreiden.

Ik weet met welke grote generositeit de Sociëteit van Jezus deze bewonderenswaardige zending ter harte heeft genomen en met welk een ijver zij de voorbije drie eeuwen geprobeerd heeft deze taak uit te voeren. Maar bij deze plechtige gelegenheid verlang ik alle leden van de Sociëteit aan te sporen om met nog meer ijver deze devotie te bevorderen, een devotie die méér dan ooit beantwoordt aan de verwachtingen van onze tijd.

Immers, indien de Heer in zijn Voorzienigheid gewild heeft dat, aan het begin van de moderne tijd in de 17e eeuw, vanuit Paray-le-Monial een krachtig elan ten gunste van de devotie voor het Hart van Christus zou uitgaan en dit op de wijze zoals deze in de openbaringen aan de Heilige Margareta-Maria zijn gegeven, dan is het toch ook zo dat de wezenlijke elementen van deze devotie op permanente wijze toebehoren aan de Kerk doorheen haar gehele geschiedenis. Want, vanaf het begin, heeft de Kerk haar blik gericht op het doorboorde Hart van Christus op het kruis, van waaruit bloed en water stromen, symbolen van de sacramenten die bepalend zijn voor de Kerk. In het Hart van het mensgeworden Woord hebben de Vaders van het Oosten en het Westen het begin gezien van geheel het verlossingswerk, vrucht van de liefde van de goddelijke Verlosser, waarvan het doorboorde Hart een bijzonder expressief symbool is. Het verlangen “de Heer op intieme wijze te kennen” en met Hem “een gesprek aan te gaan”, van hart tot hart, is, dankzij de Geestelijke Oefeningen, kenmerkend voor de apostolische en geestelijke dynamiek van Ignatius en dit geheel ten dienste van de liefde van het hart van God.

Het Tweede Vaticaans Concilie herinnert ons eraan dat Christus, het mensgeworden Woord,  “ons met een menselijk hart heeft liefgehad”[2] en het verzekert ons: de boodschap van de Kerk “betekent geen aantasting van de mens, maar geeft hem veeleer licht, leven en vrijheid om zich te kunnen ontwikkelen; en buiten deze boodschap is niets in staat, het hart van de mens te bevredigen.”[3] Dichtbij het Hart van Christus leert het hart van de mens de ware en unieke zin van zijn leven en zijn bestemming kennen; begrijpt het de waarde van een leven dat authentiek christelijk is en weet het zich te beschermen tegen bepaalde perversies van het menselijk hart en is het in staat de kinderlijke liefde jegens God te verbinden met de liefde voor de naaste. Op deze wijze – en dit is het ware eerherstel dat door het Hart van de Verlosser gevraagd wordt – zal op de opeengestapelde ruïnes van haat en geweld de beschaving van het Hart van Christus kunnen opgebouwd worden.
Dit zijn de redenen waarom ik ten zeerste verlang dat u met volharding voortgaat met de verspreiding van de waarachtige eredienst van het Hart van Christus en dat u altijd bereid bent mijn broeders in het bisschopsambt daadwerkelijk te helpen deze eredienst overal te verspreiden door ervoor te zorgen dat de meest geschikte middelen gevonden worden om deze eredienst aan te bieden en te voltrekken zodanig dat de mens van vandaag, met zijn eigen mentaliteit en gevoeligheid, in de eredienst van het Hart van Christus het ware antwoord vindt op zijn vragen en verwachtingen.

Net zoals vorig jaar bij gelegenheid van het congres van het Apostolaat van het Gebed toen ik aan u in het bijzonder dit Apostolaat heb toevertrouwd dat zo nauw verbonden is met de devotie tot het Heilig Hart, zo vraag ik ook vandaag, tijdens mijn pelgrimstocht naar Paray-le-Monial, dat u alle mogelijke inspanningen zou verrichten om op steeds betere wijze de zending te vervullen die Christus zelf aan u heeft toevertrouwd, nl. de verspreiding van de eredienst van zijn goddelijk Hart.

De rijke, geestelijke vruchten die de devotie voor het Hart van Jezus heeft voortgebracht zijn genoegzaam bekend. Deze devotie drukt zich in het bijzonder uit in de praktijk van het heilig uur, de biecht en de H. Communie op de eerste vrijdagen van de maand en op deze wijze heeft deze devotie ertoe bijgedragen dat generaties van christenen aangespoord werden tot een intenser gebed en een meer veelvuldige deelname aan de sacramenten van Biecht en Eucharistie. Dit zijn tevens de wegen die wenselijke zijn om ook vandaag aan de gelovigen voor te houden.

Moge de moederlijke bescherming van de Heilige Maagd Maria u bijstaan: het was tijdens het feest van de Visitatie dat in 1688 deze zending aan jullie werd toevertrouwd. Moge bij uw apostolisch werk de Apostolische Zegen, die ik van harte aan de gehele Sociëteit van Jezus vanuit Paray-le-Monial geef, een steun en bemoediging zijn!

Vertaling uit het Frans: Dr. J. Vijgen
Bron: www.vatican.va


[1] Op 31 mei 1992 volgde zijn heiligverklaring.
[2] Gaudium et spes 22
[3] Gaudium et spes 21

dinsdag, mei 01, 2012

OLV van Kortenbos

Het Limburgse bedevaartsoord van Kortenbos heeft een nieuwe website www.parochiekortenbos.be en dit bij het begin van de Meimaand, gewijd aan Onze Moeder Gods Maria, die in Kortenbos wordt aanroepen als 'Behoudenis der Kranken'.

Gebed tot Onze Lieve Vrouw van Kortenbos

Gedenk,

Onze Lieve Vrouw van Kortenbos,

de onuitsprekelijke macht

die uw goddelijke Zoon u gegeven

heeft op Zijn aanbiddelijk Hart.

Vol vertrouwen op uw goedheid

komen wij uw bescherming afsmeken,

hemelse schatmeesteres van Jezus’ Hart,

dat gij naar welgevallen kunt openen

om de mensen te laten delen in Zijn liefde en Barmhartigheid.

Verleen ons, wij smeken u, de gunsten die wij verzoeken …

Neen, wij kunnen niet afgewezen worden omdat gij onze Moeder zijt.

Onze Lieve Vrouw van Kortenbos, verhoor ons gebed.

Onze Lieve Vrouw van Kortenbos, behoudenis der kranken, bidt voor ons

dinsdag, april 24, 2012

Pro multis = voor velen

Nu onze Heilige Vader (zie hier) in een voor hen beschamend schrijven aan de Duitstalige bisschoppen opnieuw heeft onderstreept dat 'pro multis' wel degelijk dient vertaald te worden met 'voor velen' en we ons opnieuw kunnen afvragen waar de sinds 2006 gevraagde catechese vanwege de Nederlandstalige bisschoppen blijft, wil ik graag herinneren aan mijn bijdrage uit 2010 waar ik uitvoerig op de historische en theologische achtergronden van deze kwestie ben ingegaan.

Zo schrijft Sint-Thomas hierover: (In Matth. 26,28): "Weliswaar werd het Bloed tot vergeving van de zonden vergoten niet voor velen maar voor allen volgens 1 Joh. 2,2: "Hij is de verzoening voor onze zonden, maar niet enkel voor onze zonden maar ook voor die van de gehele wereld." Maar omdat velen zich onwaardig maken om zulk een werking te ontvangen (se reddunt indignos), wordt wat betreft de werkzaamheid (quantum ad efficaciam) gezegd dat het Bloed voor velen vergoten werd."

UPDATE TER CORRECTIE EN AANVULLING 25 APRIL 2012

In  het mededelingenblad van de Nederlandse Kerkprovincie (Rkkerk.nl, Blad voor katholiek Nederland, 5 (2007)), nr. 1, p.19-21; overgenomen in het Bulletin van de Vereniging voor Latijnse Liturgie) verscheen van de hand van Mag. Dr. J. Hermans, secretaris van de NRL, begin 2007 de korte bijdrage “Vaticaan vraagt wijziging in vertaling van de consecratiewoorden ‘pro multis’.” Hier wordt het theologische en pastorale belang van de nieuwe vertaling als volgt verwoord: het is "een oproep na te denken over het wezen van de verlossing door Jezus Christus en het menselijk antwoord van iedereen die voor de vraag gesteld wordt of men Christus daadwerkelijk toelaat en ontvangt als de Verlosser van eigen zondighei" (p. 21).

De stilte van de Romeinse Canon


“Terwijl een diepe stilte alles omgaf en de nacht was voortgesneld tot de helft van zijn baan, daalde uw almachtig Woord, o Heer, van zijn koninklijke troon, alleluia” (Magnificat-antifoon van de Vespers van 26 december)

Eén van de meest opvallende verschillen tussen de beide vormen van de Romeinse Ritus is de stilte waarmee in de buitengewone vorm de Romeinse Canon wordt gebeden.
Net zoals bij de gebedsrichting zwijgt Sacrosanctum Concilium in alle talen over het eeuwenoude gebruik de Romeinse Canon in stilte te bidden. Daarom spreekt ook Paulus VI in zijn Apostolisch Motu Proprio Sacram Liturgiam over het van kracht worden van bepaalde voorschriften van de Constitutie over de Heilige Liturgie van 25 januari 1964 niet hierover.
Maar in nr. 48 van Inter Oecumenici, de Instructie voor de uitvoering ([sic!] van de Constitutie over de heilige Liturgie vanwege het Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie van 26 september 1964 wordt bepaald dat de doxologie van de Romeinse Canon hardop dient gebeden te worden.
Drie jaar later bepaalt de Congregatie voor de Riten in Tres abhinc annos, de tweede Instructie voor de juiste uitvoering [sic!] van de Constitutie over de H. Liturgie  van 4 mei 1967 in nr. 10 dat “In Missen met gelovigen, ook al worden ze geconcelebreerd, mag de celebrant de canon hardop lezen, naargelang het hem goed dunkt.”
Vanzelfsprekend is men in beide gevallen (1964 en 1967) niet in staat om deze bepaling te funderen vanuit Sacrosanctum Concilium!

Het eeuwenoude gebruik gaat terug tot de vroege 9e eeuw (zie Jungmann, Missarum Sollemnia II, 131). Het Concilie van Trente zag zich genoodzaakt deze praktijk te verdedigen: “Si quis dixerit, Ecclesiae Romanae ritum, quo submissa voce pars canonis et verba consecrationis proferuntur, damnandum esse; aut lingua tantum vulgari Missam celebrari debere; aut aquam non miscendam esse vino in calice offerendo, eo quod sit contra Christi institutionem: an. s.” (DH 1749). ‘Submissa voce’ of ‘secreto’ zoals het Missaal van 1570 dit bepaalt betekent volgens ditzelfde missaal dat de celebrant zijn eigen stem moet kunnen horen.

Deze eeuwenlange traditie heeft zeer goede gronden.

1/De mysteries van onze verlossing (Menswording, Dood en Verrijzenis) gebeurden in stilte. De liturgie stelt deze mysteries weer tegenwoordig en dus is het gepast deze tegenwoordigstelling opnieuw met stilte te omhullen, om “de onuitsprekelijke waarheden met een eerbiedwaardige stilte te vereren” (Pseudo-Dionysius, De divinis nominibus I, 3).

2/De stilte bewaart en beschermt het geheim dat gevierd wordt: “de waardigheid van de mysteries wordt het best bewaard door de stilte” (Basilius, De spiritu sancto, nr. 66).

3/De canon is als het allerheiligste van de tempel te Jeruzalem dat enkel de hogepriester éénmaal per jaar betreden mocht (Hebr. 9, 7). De stilte van de canon is er omwille van de heiligheid van het gebeuren waar enkel de priester in binnentreedt. De stilte van de canon brengt daarom op uitzonderlijke wijze de bijzondere plaats van de priester als middelaar ‘in persona Christi’ naar voren. De priester die ‘versus orientem’, naar God gericht, in stilte de canon bidt, geeft uitdrukking aan het woord van Hebr. 5, 1: “Want elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden”. De stilte van de canon is zo uitermate geschikt om de priesterlijke identiteit van het wijdingsambt te vormen en verdiepen.
Het is daarom niet verwonderlijk dat Luther dit beschouwt als een duivelse daad (“Hat nit hie der Teufel uns daö Hauptstuck von der Messe meisterlich gestohlen, und in ein Schweigen bracht?” (1520: Ein Sermon von dem neuen Testament, das ist von der heiligen Messe (Weimar Ausgabe 6, 362). Terecht heeft het Concilie van Trente daarom hierover een anathema uitgesproken! Het betreft hier de grondslagen van het katholieke geloof, nl. het gewijde priesterschap!

4/Het besef dat de priester geheel en al opgenomen is in het Christus-mysterie, zonder communicatie met het volk, vormt het hart van de priester zodanig dat er, wars van alles wat er rondom gebeurt, innerlijke ruimte wordt geschapen tot een persoonlijke vereniging met Christus die zich hier op het altaar in het offer als gave schenkt.

5/Het luidop bidden van de canon verhindert dat het volk komt tot een participatio actuosa. Meer of minder aandachtig hoort men wel naar de woorden maar tot echt gebed komt het niet. Of zoals een Nederlandse bisschop ooit zei: “De mensen hebben opgehouden te bidden toen ze alles begonnen te verstaan en hun handmissaals niet meer konden gebruiken”. Paradoxalerwijze gebeurt hier vaak wat men aan de ‘oude’ Mis verweet, nl. dat het volk enkel erbij zit en luistert. Niet enkel ondanks maar precies dankzij het feit dat nu de woorden ogenschijnlijk verstaan worden, ontstaat er een passiviteit van het horen. De stilte daarentegen vereist een inwendige deelname om zich met de heilige handeling te verenigen. Bovendien wordt het volk niet beperkt tot het horen zoals in de novus ordo; integendeel, het allerheiligste hart van de H. Mis dat in stilte geschiedt laat de mogelijkheid om naar eigen vermogen en aard en dus op velerlei wijze in het geheim binnen te treden.
De stilte van de canon maakt bij uitstek mogelijk te komen tot een contemplatieve beschouwing en ontmoeting met Christus.


donderdag, april 12, 2012

Feiten omtrent de celebratie 'versus orientem'


Wetenschappelijk feit 1: de bewijslast ligt bij hen die een eeuwenlange traditie van gebedsrichting ‘versus orientem’ of ‘versus apsidem’ willen wijzigen.
Immers, zowel in het antieke heidendom als in het jodendom is de gebedsrichting op het Allerheiligste gericht. De mens richt zich bij het offeren naar Diegene aan wie hij het offer opdraagt en niet voor diegene en met diegene voor wie en met wie hij offert.
Bovendien is er geen enkele katholieke of orthodoxie liturgie die ‘versus populum’ celebreert, minstens tijdens het Hooggebed.
Daarenboven is er de uitspraak van Pius XII: “Het tabernakel van het altaar scheiden is het scheiden' van twee dingen, die door hun oorsprong en hun aard verenigd moeten blijven.” (22 sept. 1956).
Daarenboven is er het feit dat Sacrosanctum Concilium zwijgt over dit onderwerp en dus veranderingen niet gewenst heeft.
Wetenschappelijk feit 2: De ‘oude Kerk’ kende geen celebratie ‘versus populum’ ondanks de misverstanden die Romeinse basilieken kunnen veroorzaken. Zelfs in deze architectonische context is er geen ‘versus populum’ in de zin van een tegenover elkaar staan en elkaar aankijken van celebrant en volk. De studie van Uwe Michael Lang heeft dit aangetoond.
Wetenschappelijk feit 3: Celebratie ‘versus orientem’ maakt de theologie van de H. Mis zichtbaar. De uitwendige richting van gebed is een manifestatie van de inwendige richting van het gebed. De gebeden richten zich immers niet tot de gelovigen maar tot de Vader. Er is hier geen sprake van dialoog maar van aanbidding. Door deze gebedsrichting wordt er een dam opgeworpen tegen het huidige gevaar de liturgie te reduceren tot een pedagogie en catechese.
Wetenschappelijk feit 4: Elke H. Mis wordt gevierd in de verwachting van de wederkomst van Christus en geeft in zekere zin daar een voorsmaak van. De celebratie ‘versus orientem’ verhindert dat de gemeenschap zichzelf viert, bijna letterlijk als in een kring maar integendeel als in een processie naar de komende Heer opgaat.
Wetenschappelijk feit 5: Indien zoals wij belijden de H. Mis op de eerste plaats een offer is waarbij de priester ‘in persona Christi’ handelt en dus ipso facto op God de Vader gericht is, dan is ‘versus orientem’ de aangewezen celebratierichting en niet ‘versus populum’ aangezien dan, zoals de praktijk geleerd heeft alhoewel niet de iure, de H. Mis primair verstaan wordt als een maaltijd waarbij het volk dialoogpartner is en de priester ‘voorzitter’. Integendeel, bij het offer richt de offeraar zich naar de persoon aan wie het offer gebracht wordt.
Wetenschappelijk feit 6: Celebratie ‘versus orientem’ de-individualiseert de priester terwijl ‘versus populum’ riskeert een schadelijk klerikalisme te installeren bij de ‘voorzitter’. De priester die ‘versus orientem’ celebreert heeft geen ‘publiek’ waarvan hij afhankelijk kan worden maar concentreert zich volledig op het gevierde mysterie. De gelovigen wordt een grotere gelegenheid tot innerlijke deelname aan het offer geboden en dit net doordat gedeelten van het offer voor hen verborgen en verhuld worden zodanig dat de gelovigen zich net niet fixeren op het zichtbare handelen van de priester maar op het onzichtbare handelen van de Hogepriester.