"'Kom, we gaan voor ons volk' zijn de laatste, overgeleverde woorden van de filosofe en karmelietes Edith Stein aan haar zuster Rosa, wanneer ze beiden in Nederland afgehaald worden voor het transport naar Auschwitz. Deze zin wordt sindsdien vaak geciteerd, maar in het algemeen zonder dat men weet wat het "voor" eigenlijk betekende. Dit komt men te weten in het testament van Edith Stein van 1939. Terwijl ze een vermoeden heeft van haar gewelddadige dood, schrijft ze dat ze haar leven geeft "voor de verzoening van het ongeloof van het Joodse volk."
Zo opent een bijdrage in de FAZ van de Duitse filosoof Robert Spaemann over de brochure van het ZdK (Zentralkomitee der deutschen Katholiken) getiteld: „Nein zur Judenmission - Ja zum Dialog zwischen Juden und Christen“.
Een tweede bijdrage, getiteld "Was heisst 'das Zweite Vatikanum annehmen'" gaat in op de discussie rond de kwijtschelding van de excommunicatie van de vier door Mgr. Lefebvre gewijde bisschoppen. Ook wij gingen op deze vraag enige tijd geleden nader in. Verre van een "bevroren traditie" zoals sommigen dit thema in karikatuur-vorm geschilderd hebben, toont Spaemann dat de aanname van het Concilie niet kan betekenen "allen Beschlüssen des Konzils vollinhaltlich bedingungslos zustimmen." Immers - en hier komt de punchline - "Wenn es [dieses Verständnis] richtig wäre, dann müsste ein großer Teil der heutigen katholischen Theologieprofessoren, aber auch der Bischöfe, exkommuniziert, aber zumindest suspendiert werden. Denn sie denken gar nicht an eine solche vollständige Annahme des Konzils, die sie von anderen verlangen. Hier wirft jemand aus dem Glashaus mit Steinen. Schon das Kleine Konzilskompendium von Karl Rahner und Herbert Vorgrimler erteilt munter denjenigen Texten des Konzils Zensuren, die den eigenen theologischen Vorstellungen nicht entsprechen."
Vervolgens gaat Spaemann nader in op 7 voorbeelden van openlijke ongehoorzaamheid aan het Concilie
Nr. 5 gaat ons natuurlijk bijzonder ter harte: "5. Und wenn im Dekret über die Priesterausbildung gesagt wird, die jungen Theologen sollten „mit dem Heiligen Thomas als Meister“ lernen, „in die Heilsgeheimnisse spekulativ tiefer einzudringen“, so ist doch auch dies offenkundig ein frommer Wunsch geblieben."
maandag, april 27, 2009
maandag, maart 30, 2009
Persbericht Priesternetwerk Duitsland
Naar aanleiding van de Liturgische Tagung 27-29 maart in Herzogenrath/Rolduc is er een gezamenlijk persbericht verschenen van de organisatoren.
Enkele fragmenten:
"Für die Gemeindepfarrer unter uns ist die Wiederzulassung der "Alten Messe"eine Bereicherung des liturgischen Lebens der Pfarrgemeinden und auch der eigenen priesterlichen Spiritualität. Der Alte Ritus stellt durch die Betonung der Ehrfurcht und Anbetung eine heilsame und notwendige Korrektur mancher Fehlentwicklungen im Bereich der pfarrlichen Liturgie dar eine Liturgie, die in der Vergangenheit an nicht wenigen Orten von Willkür, Eigenmächtigkeiten und Subjektivismus überschattet worden war. Das Motu Proprio ist überdies nach unserer Überzeugung kein ,,Schritt zurück". Es ist im Gegenteil ein mutiger ,,Schritt nach vorne" und eine angemessene Antwort auf die Krise der Liturgie und der Sakramentenpastoral in den Pfarreien, in welchen der Sinn für die Sakralität weitgehend abhanden gekommen ist."
"Wir bedauern, dass trotz des mutigen Vorangehens unseres Papstes viele Bischöfe dem Anliegen der Wiederzulassung der Alten Messe weiterhin distanziert bis ablehnend gegenüber stehen."
"Gerade jüngere Priester und Seminaristen stehen dem alten Ritus interessiert und positiv gegenüber. Aber die Tatsache, dass z.B. bisher noch kein Diözesanbischof die alte Messe zelebriert hat, lässt gerade die Jüngeren unter uns zögern, ihre Sympathie für die Alte Messe öffentlich zu bekunden. Dabei wäre gerade ein Studium des Alten Ritus während der Priesterausbildung höchst wünschenswert und von der Sache her gefordert."
Geen commentaar behalve Verba legis tenaciter inhaerendum
Enkele fragmenten:
"Für die Gemeindepfarrer unter uns ist die Wiederzulassung der "Alten Messe"eine Bereicherung des liturgischen Lebens der Pfarrgemeinden und auch der eigenen priesterlichen Spiritualität. Der Alte Ritus stellt durch die Betonung der Ehrfurcht und Anbetung eine heilsame und notwendige Korrektur mancher Fehlentwicklungen im Bereich der pfarrlichen Liturgie dar eine Liturgie, die in der Vergangenheit an nicht wenigen Orten von Willkür, Eigenmächtigkeiten und Subjektivismus überschattet worden war. Das Motu Proprio ist überdies nach unserer Überzeugung kein ,,Schritt zurück". Es ist im Gegenteil ein mutiger ,,Schritt nach vorne" und eine angemessene Antwort auf die Krise der Liturgie und der Sakramentenpastoral in den Pfarreien, in welchen der Sinn für die Sakralität weitgehend abhanden gekommen ist."
"Wir bedauern, dass trotz des mutigen Vorangehens unseres Papstes viele Bischöfe dem Anliegen der Wiederzulassung der Alten Messe weiterhin distanziert bis ablehnend gegenüber stehen."
"Gerade jüngere Priester und Seminaristen stehen dem alten Ritus interessiert und positiv gegenüber. Aber die Tatsache, dass z.B. bisher noch kein Diözesanbischof die alte Messe zelebriert hat, lässt gerade die Jüngeren unter uns zögern, ihre Sympathie für die Alte Messe öffentlich zu bekunden. Dabei wäre gerade ein Studium des Alten Ritus während der Priesterausbildung höchst wünschenswert und von der Sache her gefordert."
Geen commentaar behalve Verba legis tenaciter inhaerendum
maandag, maart 23, 2009
Summa Theologiae
De Summa Theologiae, het meesterwerk van Sint-Thomas van Aquino, kan lijken op een labyrint van kwesties. Het Nederlands Thomas Genootschap heeft een zeer overzichtelijke indeling gepubliceerd die de lezer toelaat om de interne logica van het werk te ontdekken.
Helaas zijn tot op heden slechts enkele onderdelen van het werk naar het Nederlands vertaald. Hier is meer informatie hieromtrent te vinden.
Helaas zijn tot op heden slechts enkele onderdelen van het werk naar het Nederlands vertaald. Hier is meer informatie hieromtrent te vinden.
zondag, maart 22, 2009
Een dissidente stem uit de wereld
CNA heeft het interessante verhaal van Dr. Edward Green van de Harvard University waar hij Senior Aids Prevention Researcher is.
Enkele citaten:
"According to Dr. Green, science is finding that the media is actually on the wrong side of the issue. In fact, Green says that not only do condoms not work, but that they may be “exacerbating the problem” in Africa."
"Green recalls that when the AIDS epidemic hit Africa, the “Industry” began using AIDS as a “dual purpose” marketing strategy to get more funding for condom distribution. This, he claims, effectively took “something that was a 2nd or 3rd grade device for avoiding unwanted pregnancies” and turned it into the “best weapon we [had] against AIDS.”
"Claiming to be a liberal himself, Green asserts that promoting Western “liberal ideology” where, “most Africans are conservative when it comes to sexual behavior,” is quite offensive to them."
"Green’s new book, “AIDS and Ideology,” to be completed in the next few months, will describe the industry in Africa that is “drawing billions of dollars a year promoting condoms, testing, drugs, and treatment of AIDS” and is clearly resistant to the idea that behavioral change is the solution."
Lees hier het hele interview.
Enkele citaten:
"According to Dr. Green, science is finding that the media is actually on the wrong side of the issue. In fact, Green says that not only do condoms not work, but that they may be “exacerbating the problem” in Africa."
"Green recalls that when the AIDS epidemic hit Africa, the “Industry” began using AIDS as a “dual purpose” marketing strategy to get more funding for condom distribution. This, he claims, effectively took “something that was a 2nd or 3rd grade device for avoiding unwanted pregnancies” and turned it into the “best weapon we [had] against AIDS.”
"Claiming to be a liberal himself, Green asserts that promoting Western “liberal ideology” where, “most Africans are conservative when it comes to sexual behavior,” is quite offensive to them."
"Green’s new book, “AIDS and Ideology,” to be completed in the next few months, will describe the industry in Africa that is “drawing billions of dollars a year promoting condoms, testing, drugs, and treatment of AIDS” and is clearly resistant to the idea that behavioral change is the solution."
Lees hier het hele interview.
Streven naar het bisschopsambt?
Het Nederlands Thomas Genootschap, in de sectie 'Publicaties' heeft een vertaling online van Sint-Thomas' kwestie: "Is het geoorloofd te verlangen naar het bisschopsambt?". Een kwestie die helaas ook vandaag brandend actueel is. Hier is de PDF
maandag, maart 16, 2009
Benedictus XVI over de priester
In zijn toespraak tot de Congregatie voor de Clerus vandaag maakte paus Benedictus XVI duidelijk dat aan priesters dient onderwezen te worden dat er geen cesuur is tussen Vaticanum II en de Traditie.
Tevens benadrukt hij dat de priester in de cultuur door zijn kleding moet zichtbaar zijn.
Hier is het betreffende fragment:
"De missie heeft haar wortels in het bijzonder in een goede opleiding, ontwikkeld in gemeenschap met de Kerk en haar ongebroken traditie, zonder enige cesuur of verleidingen van discontinuïteit. In die zin is het belangrijk om bij de priesters, vooral bij de jongere generaties, een correcte receptie van de teksten van het Tweede Vaticaans Concilie, geïnterpreteerd in het licht van de gehele leerstellige verwezenlijkingen. Dringend lijkt ook te zijn het herstel van dat bewustzijn dat de priesters aanspoort aanwezig te zijn, identificeerbaar en herkenbaar, door zowel het oordeel van het geloof, als ook de persoonlijke deugden en ook door de priesterkleding, en dit op het gebied van cultuur en liefdadigheid, die altijd tot het hart van de missie van de Kerk behoren. "
Tevens benadrukt hij dat de priester in de cultuur door zijn kleding moet zichtbaar zijn.
Hier is het betreffende fragment:
"De missie heeft haar wortels in het bijzonder in een goede opleiding, ontwikkeld in gemeenschap met de Kerk en haar ongebroken traditie, zonder enige cesuur of verleidingen van discontinuïteit. In die zin is het belangrijk om bij de priesters, vooral bij de jongere generaties, een correcte receptie van de teksten van het Tweede Vaticaans Concilie, geïnterpreteerd in het licht van de gehele leerstellige verwezenlijkingen. Dringend lijkt ook te zijn het herstel van dat bewustzijn dat de priesters aanspoort aanwezig te zijn, identificeerbaar en herkenbaar, door zowel het oordeel van het geloof, als ook de persoonlijke deugden en ook door de priesterkleding, en dit op het gebied van cultuur en liefdadigheid, die altijd tot het hart van de missie van de Kerk behoren. "
Anno Sacerdotale 19 juni 2009 - 19 juni 2010

Zonet, ter gelegenheid van de plenaire vergadering van de Congregatie voor de Clerus, heeft Paus Benedictus aangekondigd dat van 19 juni 2009 een Anno Sacerdotale zal gehouden worden en dit ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van het overlijden van de H. Jean-Marie Vianney, beter bekend als de Pastoor van Ars.
De toespraak van de Paus kan u hier vinden (vertalers zijn welkom)
Het jaar zal besluiten op 19 juni 2010 met een Incontro Mondiale Sacerdotale te Rome.
Op het programma staan o.a. de uitroeping van St. Jean-Marie Vianney als "Patroon van alle priesters ter wereld", de publicatie van het "Directorium voor Biechtvaders en Geestelijke Leidsmannen" en de uitgave van een bloemlezing van teksten van Paus Benedictus over het priesterschap.
Het is daarom zeer goed om eens de encycliek van de Zalige Johannes XXIII Sacerdotii Nostri Primordia van 1 augustus 1959 na te lezen, een prachtig schrijven dat alle aspecten van het priesterschap uitvoerig behandelt. (Helaas is de Nederlandse vertaling nog niet beschikbaar via www.rkdocumenten.nl)Onlangs is op dezelfde website ook een postume tekst van Pius XII uit 1958 over het priesterschap verschenen. Daar zegt Paus Pius XII ondermeer: "De mensen hebben gelijk, wanneer zij vragen om "heilige en geleerde" priesters. Dat de studie dan uw ascese zij, te meer omdat zij God als voorwerp heeft! Maar al hangen de volmaaktheid en de doeltreffendheid van het instrument af van God, de volgzaamheid hangt af van de menselijke wil. Een weerspannig instrument, onwillig in de handen van de kunstenaar, is nutteloos en gevaarlijk. Het wordt eerder een instrument van ondergang. God kan echter alles tot stand brengen met een goed gedisponeerd instrument, ook al is het onvolmaakt. Met een onwillig instrument daarentegen kan hij niets doen. Volgzaamheid betekent gehoorzaamheid, meer nog, "beschikbaarheid in de handen van God" voor welk werk, voor welke nood, voor welke verandering ook. Deze volledige beschikbaarheid wordt verkregen door zich los te maken van zijn persoonlijke inzichten, zijn eigen belangen en zelfs van de meest verheven ondernemingen."
Vermelden we ook Ad Catholicii Sacerdotii, de encycliek van Pius XI, de exhortatie Menti Nostrae van Pius XII, maar ook Fin dal principio van Leo XIII.
En hoe zouden Haerent animo van de Heilige Pius X kunnen vergeten, waar we o.a. lezen "Zeker, het verdient aanbeveling, dat priesters een vereniging vormen tot onderlinge hulp in tijden van tegenspoed, tot verdediging van hun eer en hun bedieningen tegen de sluwe aanvallen van vijanden, of voor andere soortgelijke doeleinden. Maar ongetwijfeld is het van nog meer belang, dat zij zich aaneensluiten tot uitbreiding van hun bezit aan gewijde wetenschap, en vooral tot ijveriger vasthouden aan het heilig doel van hun roeping en tot bevordering van de belangen van de zielen, door hun ideeën en hun krachten wederzijds ter beschikking te stellen."
zaterdag, maart 14, 2009
Exegese en theologie
De vreemde scheiding tussen bijbelse exegese en theologie
Enrico dal Covolo (Osservatore Romano 14 maart 2009)
Welke bijbelse exegese voor de katholieke Kerk vandaag, aan het begin van het derde millennium? Dat is de fundamentele vraag van het nieuwe boek van Mgr. Lorenzo Leuzzi, directeur van het bureau voor de universitaire pastoraal van het Vicariaat van Rome (La Parola nelle parole. Dal biblicismo al realismo della fede. I discorsi di Benedetto XVI al Sinodo dei Vescovi, Libreria Editrice Vaticana, p. 104).
Reeds voorafgaand aan de Synode heeft de publicatie van Jezus van Nazareth van Benedictus XVI een beslissende etappe op deze dringende weg naar “eenheid tussen exegese en theologie” uitgestippeld. Zoals bekend bestond het originele voorstel van het boek van de Paus erin om de historisch-kritische methode te integreren met enkele andere nieuwe criteria, zoals deze gegroeid waren vooral in de laatste twee decennia in verschillende katholieke kringen van het bijbels-theologisch onderzoek.
De “nieuwe criteria” van de Paus waren vooral een substantieel vertrouwen in de historische betrouwbaarheid van de nieuwtestamentische gegevens, in tegenstelling tot het methodisch wantrouwen; een robuuste terugeising van de eenheid en de continuïteit tussen Oude en Nieuwe Testament; een meer “kerkelijke” hermeneutiek, trouw aan de levende traditie van de Kerk en het leergezag van haar Vaders, de eerste interpreten van de Schrift; een meer levende aandacht voor de zogenoemde analogia fidei, d.w.z. voor de interne consonanties en wederzijdse overeenkomsten tussen de verschillende geloofsgegevens.
Deze “nieuwe metode”- die de Paus definieerde als “canonieke exegese” (Jezus van Nazareth, p. 14)- heeft uiteindelijk tot doel om “de Jezus van de Evangelies voor te stellen als de ware Jezus, als de “historische Jezus” in de ware en eigenlijke zin” (p. 18). Zo bestaat er geen enkele scheiding tussen de Jezus van Nazareth en de Christus van het geloof.
De volgende en voorlopig laatste etappe in dezelfde weg naar “eenheid tussen exegese en theologie” bestond in de interventie van Benedictus XVI tijdens de 14e Algemene Vergadering van de laatste Synode. Deze interventie is integraal opgenomen in La Parole nelle parole en veelvuldig becommentarieerd in het boek. Bij nader toezien introduceert de interventie van de Paus een belangrijk nieuw element: vanuit de “nieuwe criteria” van de “canonieke exegese” fundeert en beveelt het een ware en eigenlijke “theologische exegese” aan. De centrale passage is de volgende: “Het Concilie wijst drie fundamentele, methodologische principes aan om zo in staat te zijn rekening te houden met de goddelijke, pneumatologische dimensie van de Bijbel.” Men dient dus de tekst te interpreteren vanuit de eenheid van geheel de Schrift; vandaag noemt men dit “canonieke exegese”. Ten tijde van het Concilie bestond deze uitdrukking nog niet, maar het Concilie zegt hetzelfde, namelijk dat men rekening moet houden met de eenheid van de gehele Schrift en de levende traditie van geheel de Kerk en tot slot dient men oog te hebben voor de analogie van het geloof.”
Op samenhangende wijze gaat de Paus naar het hart van ons probleem wanneer hij hieraan toevoegt: “Enkel waar de twee methodologische niveau’s, de historisch-kritische en de theologische, in acht worden genomen, kan men spreken van een “theologische exegese”, een exegese die aangepast is aan dit Boek. Terwijl men met betrekking tot het eerste niveau de huidige academische exegese op een zeer hoog niveau werkt en ons werkelijk hebt, kan hetzelfde niet gezegd worden van het andere niveau… En dit heeft eerder zware gevolgen.” Het zwaarste gevolg is zonder twijfel de verschrikkelijke scheiding tussen de zogenaamde “wetenschappelijke exegese” en de lectio divina, gebaseerd op de “geestelijke exegese” of “allegorie” van onze Vaders.
Deze scheiding vindt dan weer haar diepe wortels in de wederzijdse onverschilligheid tussen de zogenoemde rationele theologie, gebaseerd op de claim van wie beweert alles op eigen kracht te begrijpen, en de monastieke theologie, de “geknielde theologie”, waarbij de ware kennis van God te vinden is langs de contemplatieve ervaring van Zijn liefde.
Het centrale voorstel van Mgr. Leuzzi nodigt uit om deze scheiding te overbruggen en de weg van “biblicisme” naar “realisme van het geloof” te doorlopen.
Het is bekend dat het zogenaamde “realisme van het geloof” in het denken van Paus Ratzinger gefundeerd is op het feit dat in het centrum van ons geloof niet een reeks van woorden staat en ook niet een geheel van theoretische beweringen, maar de zeer werkelijke ontmoeting met een Persoon, Jezus van Nazareth, de Logos, de Verlosser van de wereld. Daarom staat dit “realisme van het geloof” tegenover elk “biblicisme” als ook tegenover elke slechts intellectualistische en abstracte visie op God. Hierin is de Paus afhankelijk van zijn geliefde meesters, de grote schrijvers en leraren van de Kerk, van Origenes tot Augustinus, tot aan Bonaventura. Voor hen allen is de hoogste vorm van kennis de liefde. Dit is nu juist het “realisme van het geloof”, dat de Kerk geroepen is om binnen te brengen in het culturele debat van vandaag als specifieke bijdrage aan het nieuwe humanisme.
De ervaring van Jezus Christus –zo zei de Paus aan de universiteitsdocenten op 23 juni 2007- kan men niet beperken tot de zuiver intellectuele sfeer. Zij “bevat ook een vernieuwd vermogen om … zich te laten enthousiasmeren door de werkelijkheid, waarvan de waarheid kan ontdekt worden door de liefde te verenigen met de kennis.” Dit “realisme van het geloof” drukt zich vooral uit in de heiligen, uitgelezen getuigen van de waarheid en de liefde. Maar de Paus richt een levendig appel tot getuigenis aan alle gelovigen, en onder hen, in het bijzonder tot diegenen die “geroepen zijn om de deugd van de intellectuele liefde te belichamen, door hun eerste roeping te herontdekken die erin bestaat toekomstige generaties te vormen door zowel het onderricht maar ook door middel van de profetische getuigenis van het eigen leven.”
Terwijl het “realisme van het geloof” de oude scheiding tussen exegese en theologie herstelt, fundeert het “de nieuwe evangelisatie” en bevordert het “het nieuwe humanisme”, het einddoel van de dialoog tussen cultuur en geloof in het licht van de crisis van de moderniteit. Tot slot zouden we kunne verwijzen naar een heldere passage in Spe salvi, waar Benedictus weerlegt dat “het niet de wetenschap is die de mens verlost. De mens wordt verlost door middel van de liefde” (nr. 26).
Met andere woorden, het is niet het “biblicisme”, niet enkel de woorden die verlossen. Wat verlost, is het unieke Woord van Liefde dat Jezus Christus, de Zoon van God. “Indien Hij bestaat” –en Hij bestaat- “de absolute Liefde met Zijn absolute zekerheid, dan –en enkel dan” is de mens verlost, wat hem ook moge gebeuren.”
Vertaling: A Belgian Thomist
Enrico dal Covolo (Osservatore Romano 14 maart 2009)
Welke bijbelse exegese voor de katholieke Kerk vandaag, aan het begin van het derde millennium? Dat is de fundamentele vraag van het nieuwe boek van Mgr. Lorenzo Leuzzi, directeur van het bureau voor de universitaire pastoraal van het Vicariaat van Rome (La Parola nelle parole. Dal biblicismo al realismo della fede. I discorsi di Benedetto XVI al Sinodo dei Vescovi, Libreria Editrice Vaticana, p. 104).
Reeds voorafgaand aan de Synode heeft de publicatie van Jezus van Nazareth van Benedictus XVI een beslissende etappe op deze dringende weg naar “eenheid tussen exegese en theologie” uitgestippeld. Zoals bekend bestond het originele voorstel van het boek van de Paus erin om de historisch-kritische methode te integreren met enkele andere nieuwe criteria, zoals deze gegroeid waren vooral in de laatste twee decennia in verschillende katholieke kringen van het bijbels-theologisch onderzoek.
De “nieuwe criteria” van de Paus waren vooral een substantieel vertrouwen in de historische betrouwbaarheid van de nieuwtestamentische gegevens, in tegenstelling tot het methodisch wantrouwen; een robuuste terugeising van de eenheid en de continuïteit tussen Oude en Nieuwe Testament; een meer “kerkelijke” hermeneutiek, trouw aan de levende traditie van de Kerk en het leergezag van haar Vaders, de eerste interpreten van de Schrift; een meer levende aandacht voor de zogenoemde analogia fidei, d.w.z. voor de interne consonanties en wederzijdse overeenkomsten tussen de verschillende geloofsgegevens.
Deze “nieuwe metode”- die de Paus definieerde als “canonieke exegese” (Jezus van Nazareth, p. 14)- heeft uiteindelijk tot doel om “de Jezus van de Evangelies voor te stellen als de ware Jezus, als de “historische Jezus” in de ware en eigenlijke zin” (p. 18). Zo bestaat er geen enkele scheiding tussen de Jezus van Nazareth en de Christus van het geloof.
De volgende en voorlopig laatste etappe in dezelfde weg naar “eenheid tussen exegese en theologie” bestond in de interventie van Benedictus XVI tijdens de 14e Algemene Vergadering van de laatste Synode. Deze interventie is integraal opgenomen in La Parole nelle parole en veelvuldig becommentarieerd in het boek. Bij nader toezien introduceert de interventie van de Paus een belangrijk nieuw element: vanuit de “nieuwe criteria” van de “canonieke exegese” fundeert en beveelt het een ware en eigenlijke “theologische exegese” aan. De centrale passage is de volgende: “Het Concilie wijst drie fundamentele, methodologische principes aan om zo in staat te zijn rekening te houden met de goddelijke, pneumatologische dimensie van de Bijbel.” Men dient dus de tekst te interpreteren vanuit de eenheid van geheel de Schrift; vandaag noemt men dit “canonieke exegese”. Ten tijde van het Concilie bestond deze uitdrukking nog niet, maar het Concilie zegt hetzelfde, namelijk dat men rekening moet houden met de eenheid van de gehele Schrift en de levende traditie van geheel de Kerk en tot slot dient men oog te hebben voor de analogie van het geloof.”
Op samenhangende wijze gaat de Paus naar het hart van ons probleem wanneer hij hieraan toevoegt: “Enkel waar de twee methodologische niveau’s, de historisch-kritische en de theologische, in acht worden genomen, kan men spreken van een “theologische exegese”, een exegese die aangepast is aan dit Boek. Terwijl men met betrekking tot het eerste niveau de huidige academische exegese op een zeer hoog niveau werkt en ons werkelijk hebt, kan hetzelfde niet gezegd worden van het andere niveau… En dit heeft eerder zware gevolgen.” Het zwaarste gevolg is zonder twijfel de verschrikkelijke scheiding tussen de zogenaamde “wetenschappelijke exegese” en de lectio divina, gebaseerd op de “geestelijke exegese” of “allegorie” van onze Vaders.
Deze scheiding vindt dan weer haar diepe wortels in de wederzijdse onverschilligheid tussen de zogenoemde rationele theologie, gebaseerd op de claim van wie beweert alles op eigen kracht te begrijpen, en de monastieke theologie, de “geknielde theologie”, waarbij de ware kennis van God te vinden is langs de contemplatieve ervaring van Zijn liefde.
Het centrale voorstel van Mgr. Leuzzi nodigt uit om deze scheiding te overbruggen en de weg van “biblicisme” naar “realisme van het geloof” te doorlopen.
Het is bekend dat het zogenaamde “realisme van het geloof” in het denken van Paus Ratzinger gefundeerd is op het feit dat in het centrum van ons geloof niet een reeks van woorden staat en ook niet een geheel van theoretische beweringen, maar de zeer werkelijke ontmoeting met een Persoon, Jezus van Nazareth, de Logos, de Verlosser van de wereld. Daarom staat dit “realisme van het geloof” tegenover elk “biblicisme” als ook tegenover elke slechts intellectualistische en abstracte visie op God. Hierin is de Paus afhankelijk van zijn geliefde meesters, de grote schrijvers en leraren van de Kerk, van Origenes tot Augustinus, tot aan Bonaventura. Voor hen allen is de hoogste vorm van kennis de liefde. Dit is nu juist het “realisme van het geloof”, dat de Kerk geroepen is om binnen te brengen in het culturele debat van vandaag als specifieke bijdrage aan het nieuwe humanisme.
De ervaring van Jezus Christus –zo zei de Paus aan de universiteitsdocenten op 23 juni 2007- kan men niet beperken tot de zuiver intellectuele sfeer. Zij “bevat ook een vernieuwd vermogen om … zich te laten enthousiasmeren door de werkelijkheid, waarvan de waarheid kan ontdekt worden door de liefde te verenigen met de kennis.” Dit “realisme van het geloof” drukt zich vooral uit in de heiligen, uitgelezen getuigen van de waarheid en de liefde. Maar de Paus richt een levendig appel tot getuigenis aan alle gelovigen, en onder hen, in het bijzonder tot diegenen die “geroepen zijn om de deugd van de intellectuele liefde te belichamen, door hun eerste roeping te herontdekken die erin bestaat toekomstige generaties te vormen door zowel het onderricht maar ook door middel van de profetische getuigenis van het eigen leven.”
Terwijl het “realisme van het geloof” de oude scheiding tussen exegese en theologie herstelt, fundeert het “de nieuwe evangelisatie” en bevordert het “het nieuwe humanisme”, het einddoel van de dialoog tussen cultuur en geloof in het licht van de crisis van de moderniteit. Tot slot zouden we kunne verwijzen naar een heldere passage in Spe salvi, waar Benedictus weerlegt dat “het niet de wetenschap is die de mens verlost. De mens wordt verlost door middel van de liefde” (nr. 26).
Met andere woorden, het is niet het “biblicisme”, niet enkel de woorden die verlossen. Wat verlost, is het unieke Woord van Liefde dat Jezus Christus, de Zoon van God. “Indien Hij bestaat” –en Hij bestaat- “de absolute Liefde met Zijn absolute zekerheid, dan –en enkel dan” is de mens verlost, wat hem ook moge gebeuren.”
Vertaling: A Belgian Thomist
Kardinaal Ruini over het behoren tot de katholieke Kerk
Nu de brief van paus Benedictus XVI op redelijke termijn ook in het Nederlands beschikbaar is (hier), is het goed om een quasi-officiële commentaar van kardinaal Ruini, verschenen in de Osservatore Romano van 14 maart 2009, erop na te slaan. Zoals Benedictus XVI benadrukt heeft, dienen de discussies nu over de inhoud te gaan. Kardinaal Ruini neemt meteen een voorschot en vraagt als't ware aan allen (de Williamson's, de KRO-adepten, Jean-Pierre Wils-en, de Schönborn's van deze wereld, etc.): "wat betekent het behoren tot de Kerk eigenlijk?".
Hier is de tekst:
"Een echte nieuwigheid: zo zou ik de brief noemen die Benedictus XVI heeft geschreven aan de “medebroeders in het Bisschopsambt” over de opheffing van de excommunicatie van vier bisschoppen gewijd door Mgr. Lefebvre in 1988. Een nieuwigheid die zich vooral toont in het ten zeerste persoonlijk karakter van de brief, die echter gericht is aan alle bisschoppen van de katholieke Kerk en feitelijk, door de publicatie ervan, aan alle gelovigen: een persoonlijke boodschap, die de grenzen van het officiële karakter ervan overstijgt en aan de lezer op transparante wijze toelaat om als het ware in de ziel van de Paus binnen te gaan en van binnen uit deel te nemen aan zijn pastorale bekommernis, aan de fundamentele motieven die zijn keuzes begeleiden en ook aan de inwendige houding waarmee hij zijn dienstambt beleeft.
Vanuit dit perspectief verbergt de brief zeker niet de moeilijkheden van het ogenblik en hun onmiddellijke oorzaken, integendeel de brief onderstreept deze, maar de brief gaat tevens dieper, naar de geestelijke, culturele en kerkelijke wortels van de obstakels die de weg van de Kerk bemoeilijken en die van ieder van ons bekering en vernieuwing vragen. Indien we enige vergelijkingen willen vinden voor deze brief, dan moeten we denken aan enkele brieven die, vooral in de eerste eeuwen van het christendom, bisschoppen van belangrijke zetels – in het bijzonder de bisschoppen van Rome- gezonden hebben aan hun medebroeders over problemen die toen nog meer zorgwekkend waren.
Benedictus XVI heeft met deze precisering die hem eigen is, de positieve betekenis en de grenzen van de maatregel van de opheffing van de excommunicatie verduidelijkt: het zou daarom nutteloos zijn om terug te keren naar wat perfect duidelijk is in zijn brief. Het kan daarentegen zeer nuttig zijn om na te denken -en zo ons deze ten zeerste eigen te maken- over de grote prioriteiten van zijn pontificaat, die hij heeft duidelijk gemaakt vanaf het begin ervan en die hij opnieuw voorlegt en uitdiept met pijn in het hart –en ik zou zeggen- en met dramatische overtuiging in deze brief.
De eerste prioriteit is de broeders in het geloof bevestigen: concreet, in deze tijd, “is het de allereerste prioriteit God aanwezig te stellen in deze wereld en voor de mensen de weg naar God te openen”, naar de God die zich volledig getoond heeft in Jezus Christus. Wanneer we kijken naar onze broeders in de mensheid, maar ook binnen de Kerk en vooral in ons zelf, dan kunnen we ons er rekenschap van geven dat dit daadwerkelijk, in de concreetheid van het leven en van de geschiedenis, de beslissende vraag is: een vraag die vaak genegeerd of verwijderd wordt, of afgedaan als voorbijgestreefd, maar in werkelijkheid is het de vraag waar alles vanaf hangt, de enige sleutel die geheel de rechtmatige en noodzakelijke ruimte voor het denken van de mens kan openen en voor het hart van de mens een solide hoop kan bieden.
Binnen de hoogste prioriteit die aan God toekomt, vindt de mens meteen de prioriteit van de liefde en van de gemeenschap tussen ons; concreet, de prioriteit van de eenheid van de gelovigen in Christus en de prioriteit van de vrede tussen alle mensen. Van hieruit komt het lijden dat Benedictus XVI niet verbergt ten aanzien van de neiging om “elkaar te bijten en te klauwen”, welk helaas vandaag aanwezig is tussen ons net zoals het aanwezig was tussen de Galaten waarvoor Sint-Paulus schreef.
We raken hier aan een zenuwpunt dat het katholicisme de afgelopen eeuwen ontdekt heeft, een punt van breekbaarheid en lijden waarvan wij ons beter en meer bewust moeten worden. Ik verwijs naar het verzwakken en soms praktisch uitdoven van wat het betekent kerkelijk toe te behoren, d.w.z. van de vreugde en de dankbaarheid deel uit te maken van de katholieke Kerk. Het betreft hier niet iets secundair of bijkomstig dat terecht zou moeten plaats maken voor onze individuele vrijheid en onze persoonlijke verhouding tot God of ook voor vele andere wijzen van toebehoren die meer concreet en meer belonend lijken.
Het is daarentegen nodig om in onszelf deze overtuiging van het geloof, die vanaf het begin kenmerkend is geweest voor het christendom, te herstellen, volgens dewelke de betekenis van de Kerk een wezenlijk deel is van ons toebehoren aan Christus. Hier liggen de wortels van het ontvangen van het leergezag van de Kerk en de kracht om ons leven te richten naar haar onderrichtingen, maar ook van een houding die de sfeer van de gevoelens omarmt en zich spontaan vertaalt in het gevoelen van affectie voor diegenen die in het geloof vaders en broeders zijn. Indien deze gevoelens levend zouden zijn in ons, dan zouden wij ver blijven van de bittere smaak van het vinden van schuld in onze vermeende tegenstander, die in werkelijkheid onze broeder is, een houding die helaas opbloeit in vele woorden, gebaren en stiltes, zoals de brief van de Paus, in oprechtheid en smart, ons helpt in te zien.
Kardinaal Camillo Ruini, Emeritus Vicaris-Generaal van Rome
Bron: Osservatore Romano 14 maart 2009
Vertaling uit het Italiaans: A Belgian Thomist
Hier is de tekst:
"Een echte nieuwigheid: zo zou ik de brief noemen die Benedictus XVI heeft geschreven aan de “medebroeders in het Bisschopsambt” over de opheffing van de excommunicatie van vier bisschoppen gewijd door Mgr. Lefebvre in 1988. Een nieuwigheid die zich vooral toont in het ten zeerste persoonlijk karakter van de brief, die echter gericht is aan alle bisschoppen van de katholieke Kerk en feitelijk, door de publicatie ervan, aan alle gelovigen: een persoonlijke boodschap, die de grenzen van het officiële karakter ervan overstijgt en aan de lezer op transparante wijze toelaat om als het ware in de ziel van de Paus binnen te gaan en van binnen uit deel te nemen aan zijn pastorale bekommernis, aan de fundamentele motieven die zijn keuzes begeleiden en ook aan de inwendige houding waarmee hij zijn dienstambt beleeft.
Vanuit dit perspectief verbergt de brief zeker niet de moeilijkheden van het ogenblik en hun onmiddellijke oorzaken, integendeel de brief onderstreept deze, maar de brief gaat tevens dieper, naar de geestelijke, culturele en kerkelijke wortels van de obstakels die de weg van de Kerk bemoeilijken en die van ieder van ons bekering en vernieuwing vragen. Indien we enige vergelijkingen willen vinden voor deze brief, dan moeten we denken aan enkele brieven die, vooral in de eerste eeuwen van het christendom, bisschoppen van belangrijke zetels – in het bijzonder de bisschoppen van Rome- gezonden hebben aan hun medebroeders over problemen die toen nog meer zorgwekkend waren.
Benedictus XVI heeft met deze precisering die hem eigen is, de positieve betekenis en de grenzen van de maatregel van de opheffing van de excommunicatie verduidelijkt: het zou daarom nutteloos zijn om terug te keren naar wat perfect duidelijk is in zijn brief. Het kan daarentegen zeer nuttig zijn om na te denken -en zo ons deze ten zeerste eigen te maken- over de grote prioriteiten van zijn pontificaat, die hij heeft duidelijk gemaakt vanaf het begin ervan en die hij opnieuw voorlegt en uitdiept met pijn in het hart –en ik zou zeggen- en met dramatische overtuiging in deze brief.
De eerste prioriteit is de broeders in het geloof bevestigen: concreet, in deze tijd, “is het de allereerste prioriteit God aanwezig te stellen in deze wereld en voor de mensen de weg naar God te openen”, naar de God die zich volledig getoond heeft in Jezus Christus. Wanneer we kijken naar onze broeders in de mensheid, maar ook binnen de Kerk en vooral in ons zelf, dan kunnen we ons er rekenschap van geven dat dit daadwerkelijk, in de concreetheid van het leven en van de geschiedenis, de beslissende vraag is: een vraag die vaak genegeerd of verwijderd wordt, of afgedaan als voorbijgestreefd, maar in werkelijkheid is het de vraag waar alles vanaf hangt, de enige sleutel die geheel de rechtmatige en noodzakelijke ruimte voor het denken van de mens kan openen en voor het hart van de mens een solide hoop kan bieden.
Binnen de hoogste prioriteit die aan God toekomt, vindt de mens meteen de prioriteit van de liefde en van de gemeenschap tussen ons; concreet, de prioriteit van de eenheid van de gelovigen in Christus en de prioriteit van de vrede tussen alle mensen. Van hieruit komt het lijden dat Benedictus XVI niet verbergt ten aanzien van de neiging om “elkaar te bijten en te klauwen”, welk helaas vandaag aanwezig is tussen ons net zoals het aanwezig was tussen de Galaten waarvoor Sint-Paulus schreef.
We raken hier aan een zenuwpunt dat het katholicisme de afgelopen eeuwen ontdekt heeft, een punt van breekbaarheid en lijden waarvan wij ons beter en meer bewust moeten worden. Ik verwijs naar het verzwakken en soms praktisch uitdoven van wat het betekent kerkelijk toe te behoren, d.w.z. van de vreugde en de dankbaarheid deel uit te maken van de katholieke Kerk. Het betreft hier niet iets secundair of bijkomstig dat terecht zou moeten plaats maken voor onze individuele vrijheid en onze persoonlijke verhouding tot God of ook voor vele andere wijzen van toebehoren die meer concreet en meer belonend lijken.
Het is daarentegen nodig om in onszelf deze overtuiging van het geloof, die vanaf het begin kenmerkend is geweest voor het christendom, te herstellen, volgens dewelke de betekenis van de Kerk een wezenlijk deel is van ons toebehoren aan Christus. Hier liggen de wortels van het ontvangen van het leergezag van de Kerk en de kracht om ons leven te richten naar haar onderrichtingen, maar ook van een houding die de sfeer van de gevoelens omarmt en zich spontaan vertaalt in het gevoelen van affectie voor diegenen die in het geloof vaders en broeders zijn. Indien deze gevoelens levend zouden zijn in ons, dan zouden wij ver blijven van de bittere smaak van het vinden van schuld in onze vermeende tegenstander, die in werkelijkheid onze broeder is, een houding die helaas opbloeit in vele woorden, gebaren en stiltes, zoals de brief van de Paus, in oprechtheid en smart, ons helpt in te zien.
Kardinaal Camillo Ruini, Emeritus Vicaris-Generaal van Rome
Bron: Osservatore Romano 14 maart 2009
Vertaling uit het Italiaans: A Belgian Thomist
Abonneren op:
Posts (Atom)