Posts tonen met het label Novus Ordo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Novus Ordo. Alle posts tonen

zaterdag, februari 09, 2013

"The only thing that can resuscitate our liturgy is clear positive legislation backed up by action"

Via Father Ray Blake komen deze interessante gedachten van Father Gary Dickson van "Catholic Collar and Tie"

We are told a new handbook on how to celebrate Holy Mass will be published this summer. While Redemptionis Sacramentum was dead on arrival, I suspect the proposed handbook will be still-born. The only thing that can resuscitate our liturgy is clear positive legislation backed up by action.

We have spent fifty years ‘advising and encouraging’ clergy at all levels -from Cardinals down to associate pastors and deacons- to follow liturgical norms, but we have had very little success with such exhortations. Why? I think because if we were to follow even the norms that are in place now for the Missanormativa of Paul VI, we would have a very different kind of liturgy than we currently have in most parishes. Some questions we can ask ourselves about the liturgy in our own parish to see if we are following norms or not are the following. All of these questions should be responded to with a ‘Yes’ if we are following norms; a negative response means we are not following the norms (according to the General Instruction and Redemptionis Sacramentum)
  • Do we ever use Latin for the Ordinary of the Mass? (cf. RS #112; GIRM #41)
  • Do we retain use of the Communion Plate? (cf. RS #93)
  • Do we use Extraordinary Ministers only in exceptional circumstances? (cf. RS #151)
  • Does the celebrant stay within the sanctuary at the Sign of Peace? (cf. RS #72)
  • Do we omit the chalice if the greater proportion of the congregation does not receive from it? (cf. RS #102)
  • Do we allow/encourage Communion kneeling and on the tongue? (cf. RS #92)
  • Do we keep the Church and adjoining rooms quiet before and after Mass? (cf. GIRM #45)
  • Do we omit hymn singing to have an organ voluntary at the end of Mass? (cf. Celebrating the Mass, Bishops Conference of England & Wales, #225) 
These may seem paltry things to some, but if they are so paltry, why refuse to follow them? It takes so little to put them into place, other than a sense of humility and obedience.
My personal reasons for taking liturgical norms seriously are two-fold. My first reason, in all honesty, is that I am not able to successfully subordinate my self-will to the will of God in all situations (i.e., I still sin), making liturgy the one area of my life where by the following norms I can subordinate myself with a measurable amount of success. Second (and this is a requirement of justice) because the people have a right to the liturgy with which the Church seeks to provide them. Justice is, after all, more widely applicable than just to issues of social poverty and/or oppression.
I return to a long-stated opinion here: if the Novus Ordo were celebrated exactly in accord with the Missal as provided by Pope Paul VI in 1970 in accord with liturgical continuity and the actual decrees of Vatican II, ie., altar-facing (rubric 133) with Latin (Sacrosactum concilium of Vatican II #54,116) and Communion on the tongue while kneeling (1970 GIRM 247) we would see significantly less hostility to the Church’s ancient form of Mass.

zaterdag, november 15, 2008

Sint-Albertus de Grote 1962 versus 1969/1970


De oratie van vandaag vormt een excellente illustratie van de inhoudelijke wijzigingen die zijn aangebracht in het missaal van de Novus Ordo.
Sint-Albertus, bisschop en kerkleraar is een heiligenfeest in de buitengewone vorm (=BGV) en een vrije gedachtenis in de gewone vorm (GV). Volgens het Calendarium Romanum 1969 betekent een vrije gedachtenis dat Sint-Albertus geen universele betekenis voor de Kerk heeft. Vreemd voor een kerkleraar!

De 1962 oratie:

Deus, qui beatum Albertum Pontificum tuum atque Doctorem
in humana sapientia divinae fidei subiicienda magnum effecisti:
da nobis, quaesumus,
ita eius magisterii inhaerere vestigiis
ut luce perfecta fruamur in caelis.

(Vertaling: A Belgian Thomist)
God, die uw heilige bisschop en kerkleraar Albertus groot hebt gemaakt door de menselijke wijsheid ondergeschikt te maken aan het goddelijk geloof, geef ons, wij smeken U, dat wij zo het spoor van zijn leer volgen, dat wij het volmaakte licht mogen genieten in de hemel

De 1969/1970 oratie (vet de wijzigingen):

Deus qui beatum Albertum episcopum
in humana sapientia cum divina fide componenda magnum effecisti:
da nobis, quaesumus,
ita eius magisterii inhaerere doctrinis
ut per scientiarum progressus
ad profundiorem tui cognitionem et amorem perveniamus


(Vertaling: Altaarmissaal Nederlandse Kerkprovincie 1979)
God, Gij hebt de heilige bisschop Albertus groot doen zijn in het streven om menselijke wijsheid te verenigen met goddelijk geloof. Laat ons de leer die hij heeft verkondigd zo ter harte nemen, dat wij door de vooruitgang van de wetenschap U beter leren kennen en vuriger beminnen.
(Vertaling: A Belgian Thomist)
God, die de heilige bisschop Albertus groot hebt gemaakt door de vereniging van de menselijke wijsheid met het goddelijk geloof, geef ons, wij smeken U, zo vast te houden aan de inhoud van zijn leer dat, door de vooruitgang van de wetenschappen, wij mogen komen tot een diepere kennis en liefde van U

Enkele opmerkingen:
1/Alhoewel het een vrije gedachtenis is voor een bisschop en kerkleraar, wordt dit niet meer vermeld in het 1969 gebed.

2/De onderschikking van de menselijke wijsheid aan het geloof (1962) is niet hetzelfde als de vereniging ervan. Zoals de genade de natuur vervolmaakt en niet vernietigd, zo wordt menselijke wijsheid, wanneer het zich onderwerpt aan God en wat enkel door het geloof kan gekend worden, voltooid (1962). Dit is meer dan enkel een combinatie of vereniging (1969). Geloof en menselijke wijsheid staan niet op eenzelfde niveau!

3/1962 is zeer duidelijk: er is sprake van twee elementen, nl. de onderschikking van de menselijke wijsheid aan het geloof en de vraag dat wij de weg van zijn leer zo zouden volgen dat wij in de hemel geraken. 1969 maakt dit complexer en meer ambigu. Immers, hoe wordt er nu gevraagd dat wij tot een diepere liefde en kennis van God zouden komen? Is het door vast te houden aan zijn leer of door de vooruitgang van de wetenschappen? Het gebed suggereert zowel dat wij dit kunnen doen door vast te houden aan zijn leer als dat wij (zowaar!!) door de vooruitgang van de wetenschappen dit doel kunnen bereiken. Maar dit is zeer ambigu, meer zelfs: wij kunnen helemaal niet door de vooruitgang van de wetenschappen dit doen, misschien door een zich ontwikkelend inzicht in de wetenschappen of een diepere studie, aan de hand van Albertus, van de wetenschappen. Maar de vooruitgang als zodanig is geen weg tot God!!

4/De eschatologische dimensie ontbreekt volledig in het nieuwe gebed.

Besluit: het nieuwe gebed, gecomponeerd, gecreëerd aan een bureau, is ambigu en onvolledig.


Ceterum autem censeo, Missam extraordinariam esse promovendam

zaterdag, november 01, 2008

Kalenderhervorming 1969-I

We hebben er reeds vaker op gewezen: het verschil tussen de gewone vorm (=GV) en de buitengewone vorm (=BGV) ligt niet in de elementen die aan de oppervlakte anders lijken zoals het Gregoriaans, het Latijn, ‘versus Orientem’, etc. Al deze elementen zijn immers behouden in de GV. Het tegendeel is een perceptie die ontstaan is (en soms gepropageerd) maar die niet de hermeneutiek van de continuïteit weerspiegelt. Het verschil tussen de GV en de BGV ligt in de inhoud van de liturgische boeken. Eenzelfde redenering dient men toe te passen wat betreft Vaticanum II zoniet komt men in een hermeneutiek van de discontinuïteit terecht, een interpretatie-model dat zowel de Pius X-broederschap als de Nederlandse dominicanen delen.

Wat de inhoud van de liturgische boeken betreft, hebben wij eerder reeds gesproken over de ontoereikendheid van de implementatie van Sacrosanctum Concilium nr. 51.

Een ander enigma van de hervorming betreft de liturgische kalender. Het Calendarium Romanum (=CR) van 1969 geeft een verantwoording betreffende de talrijke veranderingen. Laten wij nader ingaan op enkele opvallende argumentaties.

Het Feest van het Allerkostbaarst Bloed 1 juli verdwijnt
CR geeft als reden (p. 67) dat dit feest overbodig is omdat Christus’ lijden al reeds vooral in de Goede Week gevierd wordt als ook op het Hoogfeest van het H. Sacrament en het feest van het Allerheiligste Hart van Christus en het feest van de Kruisverheffing. Maar daarentegen geldt dat Hebr. 12, 24 teruggrijpt naar de eerste tijden, naar Abel (“Gij zijt genaderd … tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, wiens vergoten bloed iets beters afroept dan het bloed van Abel.” Zie de secreta in de BGV) De oudtestamentische gebruiken betreffende de verzoening door het offeren van dieren verwezen reeds naar Christus en worden door Hem vervolmaakt zoals het epistel in de BGV (Hebr. 9, 11-15) duidelijk maakt (9, 14: “Hoeveel groter is de kracht van Christus’ bloed). Het Bloed van Christus neemt dus een centrale plaats in in Zijn verlossingswerk zoals onderstreept wordt door het graduale in de BGV: “Hic est qui venit per aquam et sanguinem, Jesus Christus: non in aqua solum, sed in aqua et sanguine” (1 Joh. 5, 6). Daarom bidt de postcommunio in de BGV terecht: “sanguis eius fiat nobis, quaesumus, fons aquae in vitam eternam salientis.” Het Feest van het Allerkostbaarst bloed drukt dus een ander aspect uit dan de feesten die CR noemt.

Verplaatsing Maria Koningin van 31 mei naar 22 augustus
CR geeft als reden dat zo het verband met Maria’s Tenhemelopneming, dat gevierd wordt op 15 augustus, beter uitkomt (p. 125). Volgens deze logica had men ook het feest van Christus Koning moeten verplaatsen naar kort na Zijn Hemelvaart, maar dat is niet gebeurd.


Onbevlekt Hart van Maria 22 augustus, eerst vrije gedachtenis derde zaterdag na Pinksteren, dan sinds 1996 verplichte gedachtenis dezelfde dag

22 augustus had sinds 1944 het feest van het Onbvlekte Hart van Maria, werd vervolgens een vrije gedachtenis volgens CR 1969 en sinds 1996 een verplichte gedachtenis. Deze overgang van vrij naar verplicht heeft zonder meer te maken met de derde verschijning te Fatima waar Maria opriep de wereld toe te wijden aan Haar Onbevlekt Hart, wat Johannes Paulus II tot tweemaal toe (1984 en 2000) gedaan heeft.

2 februari: De zuivering van de Maagd Maria – Maria Lichtmis heet nu Opdracht van de Heer in de Tempel –Maria Lichtmis “quo manifestius intelligi possit quod agitur de festivitate Domini” (CR p. 115).
Maar het gaat wel degelijk om de zuivering van Maria zoals Lucas 2, 22 getuigt. Het gaat om twee feiten: de zuivering van Maria én de voorstelling van de Heer die beide in deze volgorde door Lucas worden genoemd. Weliswaar voldoet de plaatsing van dit feest bij de Mariafeesten niet helemaal, maar evenmin de nu gekozen oplossing die lijkt voor het éne te kiezen ten nadele van het andere.

H. Naam van Maria (12 september) verdwenen in CR 1969, sinds 2002 terug als vrije gedachtenis
CR, p. 138 geeft als reden dat dit feest een verdubbeling is van het feest van de Geboorte van Maria. Men zou eenzelfde redenering dan verwachten voor de verwijdering van het feest van de H. Naam van Jezus (eerste zondag van het jaar of 2 januari in de BGV). CR p. 67 probeert echter de verwijdering van het feest van de Jezus’ H. Naam te rechtvaardigen door te zeggen dat hiervan sprake zal zijn in de eerste lezing en het evangelie van 1 januari. Maar dit is toch niet hetzelfde dan het vieren van de H. Naam. Bovendien gaat het niet over de Naam van Jezus zonder meer maar over de naamgeving, een feit dat tot het heilsmysterie behoort: door de engel Gabriel een Maria genoemd en door Hem ‘waargemaakt’. Wie deze naam zal aanroepen, zal zalig worden. Evenmin als in de Naamgeving van Jezus een herhaling van Kerstmis is gezien geworden, zo is dit ook niet met deze twee feesten van Maria gebeurd geworden. Heeft men hier een theorie ingeroepen om de meer politiek correcte reden, nl. de herinnering aan de overwinning op de Turken als oorsprong van het feest, te verdoezelen?

Catharina van Alexandrië (25 november, GV en BGV) en Sint-Apollinaris (20 juli GV, 23 juli BGV) zijn twee andere voorbeelden van ‘herstel’.
Deze twee heiligen waren in 1969 afgevoerd van de algemene kalender aangezien Apollinaris geen universele betekenis heeft (CR p. 131) en van Catharina “nihil certum affirmari potest” (CR p. 147). Maar tegelijkertijd zegt CR dat (p. 69) er in verband met Sint-Caecilia “historicae difficultates non paucae exstant” maar dat men omwille van de devotie (popularis devotionis causa) Cecilia bewaard heeft in de algemene kalender. Verwachtte men minder tegenstand van de filosofen dan van de zangers? Maar vooral: zijn er tussen 1969 en 2002 dergelijke historische vondsten gebeurd dat het leven van Catharina veel duidelijker is geworden of is tussen 1969 en 2002 de verering voor Sint-Apollinaris op mondiale schaal gestegen? Of was CR 1969 een typisch product van deze utilitaristische en rationalistische kruideniers?

Er zijn geen heiligenfeesten meer
Volgens CR zijn alle vroegere onderscheidingen vervangen door die tussen sollemnitas, fest en memoria, waarbij deze laatste onderscheiden is in verplicht en vrij. Sollemnitas en festum zijn voor de feesten van Christus, voor een aantal feesten van Maria, voor de apostelen en evangelisten, Johannes de Doper, Stephanus, de aartsengelen en nog enkele anderen. Alle andere heiligenfeesten zijn nu ‘gedegradeerd’ tot gedachtenis. Gedegradeerd want men heeft nu nog slechts één bijzonder gebed, geen speciale lezingen, enz. Dit zal vreemde effecten geven wanneer de lectio continua niet overeenkomt of zelfs haaks staat op de heilige van de dag. Maar daarover later meer.

Wie heeft een universele betekenis?
Het onderscheid tussen een vrije en verplichte gedachtenis, zo stelt CR, p. 12, heeft te maken met de universele betekenis van de heilige (“sancti qui nomen universale prae se ferunt in Ecclesia universa obligatorie celebrantur; ceteri … ad libitum tamen celebrandi.”)
Hoe kan het dan dat de Kerk de viering van een heilige eens verplicht heeft gesteld op de algemene kalender, en dat dan later wordt gezegd dat deze heilige geen universele betekenis meer heeft?
Geven we enkele voorbeelden:
1/Er zijn heiligen die tot Kerkleraar zijn verheven omdat zij voor de leer van de Kerk en het geloof van uitzonderlijke betekenis zijn. Deze zullen toch wel van universele betekenis zijn? Blijkbaar niet want Anselmus, Cyrillus, Bellarminus, Albertus zijn slechts een vrije gedachtenis waard.
2/Zelfs een heilige paus als Pius V is slechts een vrije gedachtenis waard. Was zijn leven niet van universele betekenis? Of is hij te zeer met ‘Tridentijnse ritus’ verbonden?

(wordt vervolgd)

zondag, oktober 05, 2008

Hermeneutiek van de continuïteit in actie!

1. De Ecclesia Dei-commissie heeft nu een website, weliswaar onvolledig: http://www.ecclesiadei-pontcommissio.org
2. Kritiek op de 'tafel van het Woord' in de Novus Orde (Italiaans-Engels) door don Nicola Bux, één van de recentelijk benoemde consultoren inzake liturgie
3. "The Vatican plans to remove the Eucharistic Prayers for Children from the authorized prayers of the Roman Missal." Voor meer!
4. Mgr. Gänswein over de liturgie.

zaterdag, augustus 16, 2008

Mgr. Ranjith en de Novus Ordo

NLM heeft een gedetailleerde en van commentaar voorziene fotoreportage over Mgr. Ranjith in de Beierse bedevaartsplaats Maria Vesperbild ter gelegenheid van de Tenhemelopneming van Maria. Een mogelijk voorbeeld van de hervorming van de hervormde liturgie.

Zo werd bijvoorbeeld de tongcommunie knielend ontvangen nadat werd aangekondigd dat dit op verzoek van Mgr. Ranjith en in navolging van Paus Benedictus gebeuren zou.


P.S. Dit item kan ook gelden als een blijk van onze toewijding aan de Novus Ordo aangezien eruit blijkt dat het gewone een buitengewone ontwikkeling kan kennen.