Posts tonen met het label buitengewone vorm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buitengewone vorm. Alle posts tonen

dinsdag, mei 09, 2023

Opnieuw ter herinnering

 Paus Franciscus tijdens een gesprek met Hongaarse Jezuïeten, gerapporteerd in Civiltà Cattolica.

Vraag:The Second Vatican Council talks about the relationship between the Church and the modern world. How can we reconcile the Church and the reality that is already beyond the modern? How do we find God’s voice while loving our time?

Antwoord: I wouldn’t know how to answer that theoretically, but I certainly know that the Council is still being applied. It takes a century for a Council to be assimilated, they say. And I know the resistance to its decrees is terrible. There is incredible support for restorationism, what I call “indietrismo” (backwardness), as the Letter to the Hebrews (10:39) says: “But we do not belong to those who shrink back.” The flow of history and grace goes from the roots upward like the sap of a tree that bears fruit. But without this flow you remain a mummy. Going backwards does not preserve life, ever. You must change, as St. Vincent of Lérins wrote in his Commonitory when he remarked that even the dogma of the Christian religion progresses, consolidating over the years, developing with time, deepening with age. But this is a change from the bottom up. The danger today is indietrismo, the reaction against the modern. It is a nostalgic disease. This is why I decided that now the permission to celebrate according to the Roman Missal of 1962 is mandatory for all newly consecrated priests. After all the necessary consultations, I decided this because I saw that the good pastoral measures put in place by John Paul II and Benedict XVI were being used in an ideological way, to go backward. It was necessary to stop this indietrismo, which was not in the pastoral vision of my predecessors.

 

woensdag, december 11, 2013

De bronnen van de liturgiehervorming

De notities van de commissie verantwoordelijk voor de hervorming van de liturgie zijn nu online te raadplegen op Fontes Commissionis Liturgicae. Een goudmijn aan informatie.
Lees bv. hier de discussie over behoud of afschaffen van de manipel (p. 3)
Of hier op p. 5 beweert Bonifatius Luykx OPraem dat in Afrika het Latijn gezien wordt als een restant van het kolonialisme en geassocieerd wordt met magie!

Paus Paulus VI in de VS in 1965

Paus Paulus VI te Rome op 18 oktober 1964, bij gelegenheid van de heiligverklaring van de martelaren van Uganda

zaterdag, februari 09, 2013

"The only thing that can resuscitate our liturgy is clear positive legislation backed up by action"

Via Father Ray Blake komen deze interessante gedachten van Father Gary Dickson van "Catholic Collar and Tie"

We are told a new handbook on how to celebrate Holy Mass will be published this summer. While Redemptionis Sacramentum was dead on arrival, I suspect the proposed handbook will be still-born. The only thing that can resuscitate our liturgy is clear positive legislation backed up by action.

We have spent fifty years ‘advising and encouraging’ clergy at all levels -from Cardinals down to associate pastors and deacons- to follow liturgical norms, but we have had very little success with such exhortations. Why? I think because if we were to follow even the norms that are in place now for the Missanormativa of Paul VI, we would have a very different kind of liturgy than we currently have in most parishes. Some questions we can ask ourselves about the liturgy in our own parish to see if we are following norms or not are the following. All of these questions should be responded to with a ‘Yes’ if we are following norms; a negative response means we are not following the norms (according to the General Instruction and Redemptionis Sacramentum)
  • Do we ever use Latin for the Ordinary of the Mass? (cf. RS #112; GIRM #41)
  • Do we retain use of the Communion Plate? (cf. RS #93)
  • Do we use Extraordinary Ministers only in exceptional circumstances? (cf. RS #151)
  • Does the celebrant stay within the sanctuary at the Sign of Peace? (cf. RS #72)
  • Do we omit the chalice if the greater proportion of the congregation does not receive from it? (cf. RS #102)
  • Do we allow/encourage Communion kneeling and on the tongue? (cf. RS #92)
  • Do we keep the Church and adjoining rooms quiet before and after Mass? (cf. GIRM #45)
  • Do we omit hymn singing to have an organ voluntary at the end of Mass? (cf. Celebrating the Mass, Bishops Conference of England & Wales, #225) 
These may seem paltry things to some, but if they are so paltry, why refuse to follow them? It takes so little to put them into place, other than a sense of humility and obedience.
My personal reasons for taking liturgical norms seriously are two-fold. My first reason, in all honesty, is that I am not able to successfully subordinate my self-will to the will of God in all situations (i.e., I still sin), making liturgy the one area of my life where by the following norms I can subordinate myself with a measurable amount of success. Second (and this is a requirement of justice) because the people have a right to the liturgy with which the Church seeks to provide them. Justice is, after all, more widely applicable than just to issues of social poverty and/or oppression.
I return to a long-stated opinion here: if the Novus Ordo were celebrated exactly in accord with the Missal as provided by Pope Paul VI in 1970 in accord with liturgical continuity and the actual decrees of Vatican II, ie., altar-facing (rubric 133) with Latin (Sacrosactum concilium of Vatican II #54,116) and Communion on the tongue while kneeling (1970 GIRM 247) we would see significantly less hostility to the Church’s ancient form of Mass.

zaterdag, september 17, 2011

Kardinaal Burke in Frankrijk en in de Tiltenberg

Zijn Eminentie Kardinaal Burke, die ook op 6 november in Amsterdam en op 7 november in de Tiltenberg zal zijn, heeft deze zomer een aantal plaatsen in Frankrijk bezocht, ondermeer de abdij de Fontgombault, één van deze prachtige plekpleisters van de Buitengewone Vorm. Het ICRSS heeft zoals gewoonlijk mooie foto's.


Slechts één bedenking: dit wordt moeilijk in de kleine kapel van de Tiltenberg!

woensdag, december 15, 2010

Mgr. Léonard leidt!

Onze vrienden van Mysterium Fidei melden het heugelijke nieuws dat op 30 januari om 17.30u in de Miniemenkerk te Brussel Mgr. Léonard de H. Mis in de Buitengewone Vorm zal celebreren. En dit ter gelegenheid van het begin van het apostolaat van het Petrusbroederschap aldaar aangezien Mgr. Léonard sinds 1 november 2010 deze kerk heeft toevertrouwd aan het Petrusbroederschap.

Be there! om God en onze Heilige Vader te danken voor de benoeming van Mgr. Léonard tot aartsbisschop en primaat van België!

zondag, oktober 10, 2010

Forma extraordinaria op het seminarie: het kan (2)

"It will obviously take time for the effects of the Motu Proprio Summorum Pontificum to reach the appropriate levels in the Church. You do have a right to be taught about the extraordinary form of the Roman Rite of the Mass because this is a very important part of the history of the Roman liturgy and one who is ignorant of his past cannot be expected to understand his present at any depth." (Ecclesia Dei, 6 mei 2008, bron)

De Buitengewone Vorm op seminaries: geen fictie in New Orleans en Connecticut.

Voor eerdere berichten zie hier en hier

woensdag, augustus 25, 2010

De aanhouder wint

Wij feliciteren van harte onze vrienden van de Sint-Agneskerk te Amsterdam met de aanwezigheid van de pauselijke nuntius, Mgr. F. Bacqué tijdens de H. Mis in de Buitengewone Vorm op 15 augustus.


Meer foto- en videomateriaal is te vinden hier, hier, hier en hier.

woensdag, december 30, 2009

Woorden wekken, voorbeelden trekken

Dit aloude gezegde kan men toepassen op elk onderdeel van het menselijk leven en dus ook op het kerkelijk leven. Meer zelfs, het vormt vaak een maatstaf, ja zelfs spiegel waarmee een groter inzicht kan verworven worden in een bepaald maatschappelijk en kerkelijk fenomeen.
Kardinaal Danneels
Zo kan men, nu wij de nadagen van kardinaal Danneels als primaat meemaken, dit gezegde toepassen op de erfenis van kardinaal Danneels. Immers, hij was/is het die altijd in de media geroemd werd voor de wijze waarop hij de Kerk 'relevant' kon maken naar buiten toe en dan met name door zijn beeldrijk en spitsvondig taalgebruik. Woorden wekken...
Hierbij gaat het niet om de vraag of een andere benadering dan deze van kardinaal Danneels in staat zou zijn geweest om het anti-katholicisme in de Belgische politiek en media te keren. Dit is een vraag voor cultuurhistorici. Het gaat echter wel om de interne 'spirit' en organisatie van de katholieke Kerk. Welke katholieke ouder kan in Vlaanderen met zijn hand op het hart instaan voor de katholiciteit van de 'katholieke' school? Welke praktiserende katholiek durft  zijn hand in het vuur steken voor de orthodoxie van de Leuvense theologie-faculteit? Wie beantwoordt de gewetenslast van zovelen die in 'katholieke' ziekenhuizen geconfronteerd worden met niet-katholieke handelingen? Van welke preekstoel klinkt nog een katholiek geluid? Dit zijn enkele vragen die, nu na een tijdperk, ofwel helaas opgeworpen moeten worden of nog altijd niet beantwoord zijn geworden?
In de mate dat het Danneels-tijdperk de gewetens van katholieken heeft bezwaard, geeft de spiegel die we voorhouden een misvormd beeld.
De wereldkerk
Ook wanneer we ons gezichtsveld uitbreiden naar de wereldkerk, constateren we dat nog nooit er zulk een overvloed aan Romeinse documenten is geweest (voor wie zich wil oriënteren hierin vormt www.rkdocumenten.nl een goed uitgangspunt). Woorden wekken...
Rome liet echter niet na om, ook wanneer individuele verantwoordelijken faalden, te handelen (met de soms gebruikelijke vertraging, eigen aan een 'multinational' en het subsidiariteitsprincipe). Of het nu gaat om het kerkelijk wetboek, de catechismus, de ondersteuning van nieuwe bewegingen, de activering door bv. heilig-en zaligverklaringen of waarschuwingen en veroordelingen, dit alles zijn concrete handelingen ter implementatie van de geloofsinhoud.
De lijst van gevallen die aan deze concrete woorden en voorbeelden geen gevolg gaven is helaas ellenlang én wereldwijd. 'Geen gevolg geven' kan vele vormen aannemen: het laten voortbestaan of voorthandelen van onorthodoxe instituties en personen, schuldige onwetendheid omtrent toestanden, ja zelfs Romeinse veroordelingen (!), tot het actief ondersteunen van heterodoxe bewegingen en stromingen. Wie het katholieke nieuws in de Lage Landen en wereldwijd volgt, kan voor elk van deze mogelijkheden wel een voorbeeld geven. Woorden wekken, voorbeelden trekken.
Sint-Thomas van Aquino
Geconfronteerd met deze situatie is het als het ware de plicht van elke katholiek zich te te laten doordringen van de bronnen van het katholieke geloof; niet op een protestantse wijze als een autodidact maar met een betrouwbare leiddraad zoals daar ondermeer is Sint-Thomas van Aquino en de thomistische traditie. In het filosofische en theologische landschap van vandaag en in het bijzonder van de Lage Landen, betekent dit een moeizame en soms eenzame weg afleggen.
De Heilige Wijdingen
Een centraal inzicht van Sint-Thomas betreft de relatie tussen het gewijde ambt of "Heilige Wijdingen" en de Eucharistie (Summa Theologiae, Supplementum, qq. 36-37). Door het sacrament van de Heilige Wijdingen wordt men aangesteld om anderen in de Goddelijke Werkelijkheid binnen te leiden en een tweevoudige handeling uit te voeren. De eerste en wezenlijke handeling betreft het werkelijke Lichaam van Christus;
de tweede, en deze is secundair, betreft het mystieke Lichaam van Christus.
De tweede handeling hangt af van de eerste. De wezenlijke handeling die dus het het gewijde ambt definieert is de viering van de Eucharistie.
Daarom hangt de zending van een bisschop, alhoewel deze meer van de secundaire handeling over het mystieke lichaam van Christus vereist dan dan het geval is bij de priester, af van de wezenlijke handeling van de viering van de Eucharistie. Voor Sint-Thomas zijn bisschoppen en priesters instrumenten van het uitstromen van Christus' genade: "de dienaars van de Kerk zijn boven de anderen geplaatst, niet om iets aan zichzelf te bedelen krachtens hun eigen heiligheid (want dit behoort enkel toe aan God), maar als dienaars, als instrumenten van het uitstromen van het Hoofd naar de ledematen".
Daarom ligt het onderscheid tussen de verschillende Wijdingen in de relatie tot de Eucharistie. Priester en bisschop kunnen beiden dezelfde Eucharistie vieren,  maar de bisschop heeft een meer volkomen 'potestas' binnen dezelfde Wijding aangezien hij bv. anderen kan wijden.
De Buitengewone Vorm van de éne Romeinse Ritus
Wanneer we zo dus de Romeinse daadkracht combineren met de woorden van Sint-Thomas omtrent de relatie tussen Eucharistie en de Heilige Wijdingen, in het bijzonder van priester en bisschop, dan is het volgende bericht van immens belang.
In het kader van de conferentie voor het Jaar van de Priester, georganiseerd door Amerikaanse en Australische priesters en welke zich voltrekt in het Vaticaan en meer bepaald in Domus Sanctae Marthae, zullen zowel de Prefect als de Secretaris van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst celebreren volgens de Buitengewone Vorm.
Woorden wekken, voorbeelden trekken

donderdag, juli 02, 2009

Back to basics!


Van NLM en TIA komt het heugelijke nieuws dat alweer een communiteit overgaat naar (minstens) de beide vormen van de Romeinse Ritus. En niet de minste: Het Monastero di San Benedetto in Nursia. Lees en hoor hier meer over deze jonge gemeenschap.

vrijdag, februari 20, 2009

De buitengewone vorm in de parochie

Reeds eerder hebben we over dit thema bericht. Bij wijze van voorbereiding op de conferentie in Herzogenrath 2729 maart 2009, staat ons nu de prachtige tekst van father Finigan ter beschikking "Sacred and Great". Voor wie er rustig wil bij gaan zitten.
Het slot luidt als volgt:
"One day we will agree on the Liturgy. That will be the day when we are fully, consciously and actively participating in the heavenly liturgy described by St John in the Apocalyse. Before then, we will probably all have to spend some time in purgatory where St Justin, St Gregory and St Pius X will patiently explain to our acute embarrassment where we were wrong. In the meantime, let us unite under the inspiring leadership of our Holy Father, Pope Benedict who, like the scribe trained for the Kingdom of Heaven, brings out of his store what is old and what is new."

zondag, januari 11, 2009

Persbericht van de Latin Mass Society

5 January 2009 Latin Mass Society

British Catholic Newspapers Recognise the Extraordinary Form (Traditional Latin Rite) Calendar

After prompting from the Latin Mass Society of England and Wales, two leading British Catholic journals now publish weekly information on the Liturgical Calendar for the Extraordinary Form.

The Catholic Herald, the main ‘conservative’ Catholic paper, publishes the full weekly calendar for the Extraordinary Form alongside that for the Ordinary Form. This is provided for them each week by Gordon Dimon, the LMS’s Senior MC, who also compiles the LMS’s annual Ordo which is used by priests worldwide.

More surprisingly, The Tablet – the main British journal of ‘liberal’ Catholicism – also runs a weekly link to the Latin Mass Society’s website (www.latin-mass-society.org) where the full Ordo can be consulted (along with much else of interest to enquiring Catholics).

John Medlin, LMS General Manager, said: “I was pleased at how responsive both The Catholic Herald and The Tablet were to my suggestion that they acknowledge the calendar for the Extraordinary Form. It shows that the Extraordinary Form is becoming accepted for what it is – a rite of equal standing with the Ordinary Form. The other two main British Catholic newspapers – The Universe and The Catholic Times – have yet to catch up with the Herald and Tablet. I will keep prodding them!”

zaterdag, november 01, 2008

Kalenderhervorming 1969-I

We hebben er reeds vaker op gewezen: het verschil tussen de gewone vorm (=GV) en de buitengewone vorm (=BGV) ligt niet in de elementen die aan de oppervlakte anders lijken zoals het Gregoriaans, het Latijn, ‘versus Orientem’, etc. Al deze elementen zijn immers behouden in de GV. Het tegendeel is een perceptie die ontstaan is (en soms gepropageerd) maar die niet de hermeneutiek van de continuïteit weerspiegelt. Het verschil tussen de GV en de BGV ligt in de inhoud van de liturgische boeken. Eenzelfde redenering dient men toe te passen wat betreft Vaticanum II zoniet komt men in een hermeneutiek van de discontinuïteit terecht, een interpretatie-model dat zowel de Pius X-broederschap als de Nederlandse dominicanen delen.

Wat de inhoud van de liturgische boeken betreft, hebben wij eerder reeds gesproken over de ontoereikendheid van de implementatie van Sacrosanctum Concilium nr. 51.

Een ander enigma van de hervorming betreft de liturgische kalender. Het Calendarium Romanum (=CR) van 1969 geeft een verantwoording betreffende de talrijke veranderingen. Laten wij nader ingaan op enkele opvallende argumentaties.

Het Feest van het Allerkostbaarst Bloed 1 juli verdwijnt
CR geeft als reden (p. 67) dat dit feest overbodig is omdat Christus’ lijden al reeds vooral in de Goede Week gevierd wordt als ook op het Hoogfeest van het H. Sacrament en het feest van het Allerheiligste Hart van Christus en het feest van de Kruisverheffing. Maar daarentegen geldt dat Hebr. 12, 24 teruggrijpt naar de eerste tijden, naar Abel (“Gij zijt genaderd … tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, wiens vergoten bloed iets beters afroept dan het bloed van Abel.” Zie de secreta in de BGV) De oudtestamentische gebruiken betreffende de verzoening door het offeren van dieren verwezen reeds naar Christus en worden door Hem vervolmaakt zoals het epistel in de BGV (Hebr. 9, 11-15) duidelijk maakt (9, 14: “Hoeveel groter is de kracht van Christus’ bloed). Het Bloed van Christus neemt dus een centrale plaats in in Zijn verlossingswerk zoals onderstreept wordt door het graduale in de BGV: “Hic est qui venit per aquam et sanguinem, Jesus Christus: non in aqua solum, sed in aqua et sanguine” (1 Joh. 5, 6). Daarom bidt de postcommunio in de BGV terecht: “sanguis eius fiat nobis, quaesumus, fons aquae in vitam eternam salientis.” Het Feest van het Allerkostbaarst bloed drukt dus een ander aspect uit dan de feesten die CR noemt.

Verplaatsing Maria Koningin van 31 mei naar 22 augustus
CR geeft als reden dat zo het verband met Maria’s Tenhemelopneming, dat gevierd wordt op 15 augustus, beter uitkomt (p. 125). Volgens deze logica had men ook het feest van Christus Koning moeten verplaatsen naar kort na Zijn Hemelvaart, maar dat is niet gebeurd.


Onbevlekt Hart van Maria 22 augustus, eerst vrije gedachtenis derde zaterdag na Pinksteren, dan sinds 1996 verplichte gedachtenis dezelfde dag

22 augustus had sinds 1944 het feest van het Onbvlekte Hart van Maria, werd vervolgens een vrije gedachtenis volgens CR 1969 en sinds 1996 een verplichte gedachtenis. Deze overgang van vrij naar verplicht heeft zonder meer te maken met de derde verschijning te Fatima waar Maria opriep de wereld toe te wijden aan Haar Onbevlekt Hart, wat Johannes Paulus II tot tweemaal toe (1984 en 2000) gedaan heeft.

2 februari: De zuivering van de Maagd Maria – Maria Lichtmis heet nu Opdracht van de Heer in de Tempel –Maria Lichtmis “quo manifestius intelligi possit quod agitur de festivitate Domini” (CR p. 115).
Maar het gaat wel degelijk om de zuivering van Maria zoals Lucas 2, 22 getuigt. Het gaat om twee feiten: de zuivering van Maria én de voorstelling van de Heer die beide in deze volgorde door Lucas worden genoemd. Weliswaar voldoet de plaatsing van dit feest bij de Mariafeesten niet helemaal, maar evenmin de nu gekozen oplossing die lijkt voor het éne te kiezen ten nadele van het andere.

H. Naam van Maria (12 september) verdwenen in CR 1969, sinds 2002 terug als vrije gedachtenis
CR, p. 138 geeft als reden dat dit feest een verdubbeling is van het feest van de Geboorte van Maria. Men zou eenzelfde redenering dan verwachten voor de verwijdering van het feest van de H. Naam van Jezus (eerste zondag van het jaar of 2 januari in de BGV). CR p. 67 probeert echter de verwijdering van het feest van de Jezus’ H. Naam te rechtvaardigen door te zeggen dat hiervan sprake zal zijn in de eerste lezing en het evangelie van 1 januari. Maar dit is toch niet hetzelfde dan het vieren van de H. Naam. Bovendien gaat het niet over de Naam van Jezus zonder meer maar over de naamgeving, een feit dat tot het heilsmysterie behoort: door de engel Gabriel een Maria genoemd en door Hem ‘waargemaakt’. Wie deze naam zal aanroepen, zal zalig worden. Evenmin als in de Naamgeving van Jezus een herhaling van Kerstmis is gezien geworden, zo is dit ook niet met deze twee feesten van Maria gebeurd geworden. Heeft men hier een theorie ingeroepen om de meer politiek correcte reden, nl. de herinnering aan de overwinning op de Turken als oorsprong van het feest, te verdoezelen?

Catharina van Alexandrië (25 november, GV en BGV) en Sint-Apollinaris (20 juli GV, 23 juli BGV) zijn twee andere voorbeelden van ‘herstel’.
Deze twee heiligen waren in 1969 afgevoerd van de algemene kalender aangezien Apollinaris geen universele betekenis heeft (CR p. 131) en van Catharina “nihil certum affirmari potest” (CR p. 147). Maar tegelijkertijd zegt CR dat (p. 69) er in verband met Sint-Caecilia “historicae difficultates non paucae exstant” maar dat men omwille van de devotie (popularis devotionis causa) Cecilia bewaard heeft in de algemene kalender. Verwachtte men minder tegenstand van de filosofen dan van de zangers? Maar vooral: zijn er tussen 1969 en 2002 dergelijke historische vondsten gebeurd dat het leven van Catharina veel duidelijker is geworden of is tussen 1969 en 2002 de verering voor Sint-Apollinaris op mondiale schaal gestegen? Of was CR 1969 een typisch product van deze utilitaristische en rationalistische kruideniers?

Er zijn geen heiligenfeesten meer
Volgens CR zijn alle vroegere onderscheidingen vervangen door die tussen sollemnitas, fest en memoria, waarbij deze laatste onderscheiden is in verplicht en vrij. Sollemnitas en festum zijn voor de feesten van Christus, voor een aantal feesten van Maria, voor de apostelen en evangelisten, Johannes de Doper, Stephanus, de aartsengelen en nog enkele anderen. Alle andere heiligenfeesten zijn nu ‘gedegradeerd’ tot gedachtenis. Gedegradeerd want men heeft nu nog slechts één bijzonder gebed, geen speciale lezingen, enz. Dit zal vreemde effecten geven wanneer de lectio continua niet overeenkomt of zelfs haaks staat op de heilige van de dag. Maar daarover later meer.

Wie heeft een universele betekenis?
Het onderscheid tussen een vrije en verplichte gedachtenis, zo stelt CR, p. 12, heeft te maken met de universele betekenis van de heilige (“sancti qui nomen universale prae se ferunt in Ecclesia universa obligatorie celebrantur; ceteri … ad libitum tamen celebrandi.”)
Hoe kan het dan dat de Kerk de viering van een heilige eens verplicht heeft gesteld op de algemene kalender, en dat dan later wordt gezegd dat deze heilige geen universele betekenis meer heeft?
Geven we enkele voorbeelden:
1/Er zijn heiligen die tot Kerkleraar zijn verheven omdat zij voor de leer van de Kerk en het geloof van uitzonderlijke betekenis zijn. Deze zullen toch wel van universele betekenis zijn? Blijkbaar niet want Anselmus, Cyrillus, Bellarminus, Albertus zijn slechts een vrije gedachtenis waard.
2/Zelfs een heilige paus als Pius V is slechts een vrije gedachtenis waard. Was zijn leven niet van universele betekenis? Of is hij te zeer met ‘Tridentijnse ritus’ verbonden?

(wordt vervolgd)

vrijdag, juli 25, 2008

Geschiedenis en spiritualiteit van de Buitengewone Vorm

Dit is een interessante cursusbeschrijving van het Liturgical Institute te Mundelein, gesticht door kardinaal Francis George van Chicago)

LI 557 History and Spirituality of the Extraordinary Form


Pope Benedict XVI’s assurance in the Apostolic Letter Summorum Pontificum that every Roman Rite priest may offer the Eucharist and other sacraments according to the form of the rite that was preeminent prior to 1969, provides new opportunities for people to encounter a manner of worship that represents two millennia of exegetical reflection and theological contemplation. Now designated as the “extraordinary” form of the Roman Rite, the Mass that serves as the rite’s liturgical center requires careful consideration. The constituent structures of this eucharistic liturgy’s ordo missae, the content of its ecclesiastical propers, its protocols for integrating biblical readings and antiphons, and the complex character of its multiple eucharistic prefaces and single eucharistic prayer (Roman Canon) preserve a form of liturgical celebration that was already well-established in Europe and North Africa before the 5th century. Subtle but meaningful refinements in this liturgy were implemented by Popes Gregory the Great (7th century), Innocent III (13th century), Pius V (16th century) and, at the start of the Second Vatican Council, John XXIII (1962). In a two-part course that considers the history and spirituality of the Mass of the Roman Rite in its extraordinary form, students will examine the theological foundations and tangible traditions within the Mass whose antiquity and subsequent centuries of celebration on every continent testify to the capacity of liturgy to transcend historical epochs and cultural divisions.


Met dank aan CMR