dinsdag, november 25, 2014

Vijf tips voor het gebed

Met dank aan Dominicanablog:

Prayer, St. John Damascene says, is the unveiling of the mind before God. When we pray we ask Him for what we need, confess our faults, thank Him for His gifts, and adore His immense majesty. Here are five tips for praying better– with the help of St. Thomas Aquinas.

5. Be humble.

Many people falsely think of humility as a virtue of a low self-esteem. St. Thomas teaches us that humility is a virtue of acknowledging the truth about reality. Since prayer, at its root, is an “asking” directed at God, humility is crucially important. Through humility we recognize our neediness before God. We are totally and entirely dependent on God for everything and at every moment: our existence, life, breath, every thought and action. As we become more humble, we recognize more profoundly our need to pray more.

4. Have faith.

It’s not enough to know that we’re needy. To pray, we also have to ask someone, and not just anyone, but someone who can and will answer our petition. Children intuit this when they ask mom instead of dad (or vice versa!) for permission or a gift. It is with the eyes of faith that we see God is both powerful and willing to help us in prayer. St. Thomas says that “faith is necessary… that is, we need to believe that we can obtain from Him what we seek.” It is faith which teaches us “of God’s omnipotence and mercy,” the basis of our hope. In this, St. Thomas reflects the Scriptures. The Epistle to the Hebrews underlines the necessity of faith, saying, “Whoever would draw near to God must believe that he exists and that he rewards those who seek him” (Heb 11:6). Try praying an Act of Faith.

3. Pray before praying.

In old breviaries you can find a small prayer that begins, “Open, O Lord, my mouth to bless your Holy Name. Cleanse, too, my heart from all vain, perverse and extraneous thoughts…” I remember finding this slightly amusing– there were prescribed prayers before prescribed prayers! When I reconsidered it, I realized that although it might seem paradoxical, it gives a lesson. Prayer is utterly supernatural, and so it is far beyond our reach. St. Thomas himself notes that God “wishes to bestow certain things on us at our asking.” The prayer above continues by asking God: “Illumine my mind, inflame my heart, that I may worthily, attentively and devoutly recite this Office and merit to be heard in the sight of Your divine Majesty.” The attentiveness and purity of heart needed to attain to God in prayer is itself received as a gift– and we will only receive if we ask.

2. Be intentional.

Merit in prayer– that is to say, whether it brings us closer to heaven– flows from the virtue of charity. And this flows from our will. So to pray meritoriously, we need to make our prayer an object of choice. St. Thomas explains that our merit rests primarily on our original intention in praying. It isn’t broken by accidental distraction, which no human being can avoid, but only by intentional and willing distraction. This also should give us some relief. We need not worry too much about distractions, as long as we don’t encourage them. We realize something of what the Psalmist says, namely, that God “pours gifts on His beloved while they slumber” (Ps 127:2).

1. Be attentive.

Although, strictly, we need only be intentional and not also perfectly attentive to merit by our prayer, it is nevertheless true that our attention is important. When our minds are filled with actual attention to God, our hearts too are inflamed with desire for Him. St. Thomas explains that spiritual refreshment of the soul comes chiefly from being attentive to God in prayer. The Psalmist cries out, “It is your face, O Lord, that I seek!” (Ps 27:8). In prayer, let us never cease to search for His Face.

woensdag, oktober 29, 2014

De heilige Johannes van Capestrano en de liturgiehervorming



Wij hebben hier al herhaaldelijk gewezen op de inhoudelijke verschillen tussen de teksten van beide missaals van de Romeinse ritus. Sint-Johannes van Capestrano (1386-1456), die wij in de gewone vorm op 23 oktober en in de buitengewone vorm op 28 maart vieren, is weer een voorbeeld om deze verschillen duidelijk aan het licht te brengen. De Franciscaanse priester Johannes van Capestrano heeft een belangrijke rol gespeeld bij het weerstaan aan het Ottomaanse Rijk bij wat is komen te heten ‘De slag van Belgrado’ in 1456.

Het is daarom passend dat er in de buitengewone vorm als openingsgebed of collecta staat:
Deus, qui per beatum Joannem fideles tuos in virtute sanctissimi nominis Jesus de crucis inimicis triumphare facisti: praeseta, quaesumus; ut, spiritualium hostium, ejus intercessione, superatis insidiis, coronam justitiae a te accipere mereamur. Per eumdem Dominum nostrum.
God, die uw gelovigen, door de heilige Johannes, in de kracht van de allerheiligste Naam Jezus, over de vijanden van het kruis hebt doen zegevieren, geef, bidden wij U, dat wij, door zijn voorspraak, over de listen van onze geestelijke vijanden zegevieren, zodat wij van U de kroon der gerechtigheid kunnen ontvangen. Door onze Heer.
Hierbij komt nog dat de buitengewone vorm voor 28 maart ook een eigen secreta en postcommunio heeft en dit in tegenstelling tot de gewone vorm waarbij er een keuze is tussen niet minder zes gebeden voor de offerande en de postcommunio. En in deze eigen gebeden in de buitengewone vorm is er opnieuw sprake van de listen van de vijanden (inimicorum insidias) en de kwaadwillige vijand (ab hoste maligno) waartegen de voorspraak van de heilige Johannes van Capestrano de Kerk beschermt.

Lauren Pristas heeft in haar boek The Collects of the Roman Missal. A Comparative Study of the Sundays in Proper Seasons before and after the Second Vatican Council (Bloomsbury, 2013) aangetoond dat één van de richtlijnen voor de herziening van bovenstaand gebed erin bestond de gebeden aan te passen aan de noden van het hedendaagse christelijke leven (accomodentur necessitatis hodiernae vitae christianae; p. 16, voetnoot 44).

Met dit voor ogen is het makkelijk in te zien dat bovenstaand gebed volledig onaangepast is. Vandaag zouden we zeggen dat het gebed absoluut politiek incorrect is. In de context van de dictatuur van het relativisme en het heilsuniversalisme zijn er immers geen vijanden meer van het kruis. Bovendien zijn we zodanig ‘verlicht’ dat we niet meer hoeven te geloven in wezens die ons geestelijk leven met listen proberen te beïnvloeden. En heeft Nostra Aetate ons niet geleerd dat we vriendelijk en lief moeten zijn voor allen die toch dezelfde God aanbidden.

Al deze foutieve meningen kunnen makkelijk weerlegd worden en dit is al meermaals gebeurd maar iedereen die in gesprek komt met (rand-)kerkelijken kan vaststellen dat de praktijk geleid wordt door deze dwalingen.

Men zou zich kunnen afvragen of nieuw geschapen gebed voor de heilige Johannes van Capestrano ook daar niet heeft aan bijgedragen. Want wat lezen we in de collecta van de gewone vorm op 23 oktober:
Deus, qui, ad pópulum fidélem in angústiis confortándum, beátum Ioánnem suscitásti, praesta, quaesumus, ut nos in tuae protectiónis securitáte constítuas, et Ecclésiam tuam perpétua pace custódias. Per Dóminum.
God, Gij hebt de heilige Johannes van Capestrano geroepen om in tijden van bedreiging Uw gelovigen bij te staan en aan te moedigen. Bescherm en beveilig ons, houd ons staande in genade en bewaar Uw kerk in vrede. Door onze Heer.
Nog afgezien van de zeer gebrekkige vertaling (die de gelovigen echter al decennia gehoord en meegebeden hebben) valt op dat
-er geen sprake meer is van voorspraak; een te katholiek begrip wellicht.
-er geen sprake meer is van een objectieve vijand maar van een subjectieve bedreiging; het Latijn ‘angustiis’ is nog subjectiever wanneer het vertaald wordt met ‘nood’.
-ook zijn de vijanden van het kruis, een duidelijke verwijzing naar de Islam, verdwenen
-het geheel is geschreven in een mildere toon

woensdag, oktober 08, 2014

De theologische competentie van de Vaticaanse persdienst

Net als canonist Edward Peters was het ook mij opgevallen dat de theologische helderheid en precisie van de samenvattingen van de Synode-discussies die de Vaticaanse persdienst rondstuurt flink
tekortschiet.
Je hoeft geen canonist te zijn maar een gewone kennis van de catechismus volstaat om in te zien dat er ernstige leerstellige fouten in deze samenvattingen staan.
Hier zijn een aantal voorbeelden van Edward Peters:

I hope it’s the Vatican’s synodal news summaries themselves that are badly phrased. Else, the level of imprecision in comments on marriage matters is very worrisome.

Four examples from today’s VIS 141008:

(A) “First and foremost, the debate focused on the Church in the Middle East and in North Africa. … In these contexts, interreligious or so-called ‘mixed’ marriages are present and on the increase in these contexts …”

Now, the vast majority of marriages between Catholics and non-Catholics in the Middle East and Africa are those contracted with Muslims, Jews, or animists. But to call these marriages “mixed” is to confuse marriages between Catholics and non-Catholic Christians (which are sacramental and are designated “mixed” in Canon 1124) with marriages between Catholics and non-baptized persons which, though presumptively valid, are not sacraments. Entering marriage without the grace of Matrimony is a pastoral challenge quite distinct from entering marriage with those graces (albeit with a spouse not in full communion). The language being reported does not seem to recognize that important fact.

(B) “A further challenge is also represented by those Christians who convert to Islam in order to marry: also in this case, suitable reflection is necessary …”

This phrasing makes little sense. First, Catholics who “convert” to Islam are canonically “apostates” per Canon 751, a state with serious negative implications regardless of one’s matrimonial status. Second, Catholic marriage with any non-baptized person is, unless dispensed, null (Canon 1086), so, whatever the civil relationship is, the Church does not even recognize it as a marriage.

(C) “The question is not simply interreligious, but at times also ecumenical: there are cases in which a Catholic who has contracted a canonical marriage and is not able to obtain a declaration of nullity passes to another Christian confession, remarrying in a Church which permits this …”

More confusion I’m afraid. “Interreligious” and “ecumenical” are distinct concepts and the statement starts off recognizing that, but then it confuses “Christian confession” with (presumably separated) “Church”, leaving one wondering what exactly is being addressed: Protestant confessions or Eastern Orthodox Churches, both of whose approaches to divorce differ between themselves and are serious at odds with Catholic teaching on the permanence of marriage. In any case, the main problem here is one of pastoral care for lapsed Catholics, not theological dialogue about the definition of marriage.

(D) “With regard to the question of divorced and remarried persons, it was highlighted that the Synod must certainly … combine the objectivity of truth with mercy for the person and for his or her suffering. It is necessary to remember that many faithful find themselves in this situation through no fault of their own …”

Setting aside the ambiguous notion of “fault”, one can indeed be divorced through no fault of one’s own. But how can someone be remarried through no fault of one’s own? And is not remarriage after divorce, and not just divorce, what is at issue here? An issue framed with a mistaken premise is not likely to be discussed fruitfully.

Praying for real clarity in true charity.

Ontbreekt het de Vaticaanse persdienst aan theologische basiscompententie? Of erger: zijn deze samenvattingen een accurate weergave van de discussies op de Synode en ontbreekt het de deelnemers aan theologische basiscompetentie?
Is dit het resultaat van het loslaten van het Latijn en het invoeren van het Italiaans als voertaal waarvan de deelnemers uit heel de wereld vaak ook maar een gebrekkige kennis bezitten?

Het doet ons denken aan een bepaling van de H. Paus Johannes XXIII in Veterum sapientia (één van de vele bepalingen die door de 'fans' van Johannes XXIII nooit in de praktijk zijn gebracht) nr. 8:
De taal, die door de Kerk gebruikt moet worden, dient echter niet alleen universeel maar ook onveranderlijk te zijn. Want indien de waarheden van de katholieke Kerk worden overgeleverd door enige of meerdere levende talen van deze tijd, dan zou toch geen enkele ervan de andere in gezag overtreffen; het gevolg hiervan zou zijn dat van de ene kant de betekenis van die waarheden wegens die verschillende talen dan ook niet voor iedereen duidelijk of helder genoeg zou blijken en van de andere kant zou er geen enkele gemeenschappelijke vaste norm zijn, waaraan de betekenis van de waarheid in de andere talen kan worden getoetst.
Zomaar een andere bepaling van Johannes XXIII die vandaag politiek incorrect is, nl. zijn oproep aan de afgescheidenen in Ad Petri Cathedram:
Moge daarom deze wonderbare manifestatie van eenheid, waardoor alleen de katholieke Kerk zich onderscheidt en kenmerkt, mogen de gebeden en smekingen, waardoor zij die eenheid voor allen van God vraagt, indruk op u maken en u op een heilzame wijze beïnvloeden, u die van deze Apostolische Stoel zijt afgescheiden.Sta toe dat Wij u in een dierbaar verlangen broeders en zonen noemen; gun ons de hoop die Wij met gevoelens van vaderlijke liefde koesteren omtrent uw terugkeer.

vrijdag, oktober 03, 2014

De lotgevallen van een citaat: Mons. Dino Staffa en Thomas op Vaticanum II

“Ter verdediging van Sint Thomas staat de toenmalige mons. Dino Staffa, secretaris van de H. Congregatie voor de Seminaries, op. Hij verzet zich tegen de poging het denken van de Aquinaat terzijde te schuiven om meer open te lijken ten aanzien van de hedendaagse wereld: “Zoals het nieuwe dat zich losmaakt van het ware geen vooruitgang is, zo ook is de ijver die de voorheen ontdekte waarheid negeert of verwerpt geen vooruitgang. Want dan zou de wijsbegeerte niets anders worden dan een onvermoeibare en absurde zoektocht die niet het object van haar onderzoek kan vinden, nu niet en niet in de toekomst. [ …] De leer van Sint-Thomas, krachtens het feit dat zij steunt op eeuwige waarheden, is niet eigen aan de middeleeuwen, maar geldig voor alle tijden, voor alle plaatsen ( en niet enkel voor de westelijke landen), en is toegankelijk voor alle mensen in de mate dat ze beantwoordt aan de fundamentele eisen van de menselijke rede.”
Dit citaat kwam ik tegen in het artikel van Michael Konrad, ‘San Tommaso d’Aquino nella recezione del concilio Vaticano II’, in: CVII-Studi e Ricerche VII/2 (2013),  pp. 216-270 het tijdschrift van het Centro Studi e Ricerche sul Concilio Vaticano II van de Pauselijke Lateraanse Universiteit te Rome.

Maar er is wat aan de hand met dit citaat. Konrad verwijst naar de Acta Synodalia III, VIII, 719. Daar is inderdaad een toespraak te vinden van Mons. en later Kardinaal Dino Staffa. Wanneer we zoeken naar het Latijnse origineel vinden we het volgende:
"Ut novum quod dissentit a vero non est progressus, sic pariter progressum non constituit labor qui veritatem iam detectam et probatam ignoret aut respuat, nam secus philosophia nihil aliud fieret quam absurda investigatio assidua et inutilis, quin posset, nunc vel inposterum, inquisitionis suae obiectum invenire."
Dit stemt inderdaad overeen met de Italiaanse vertaling die Konrad geeft en waarvan ik de Nederlandse vertaling boven heb gegeven.

Maar de rest van het citaat van Konrad, te beginnen met “De leer van Sint-Thomas” vinden we pas onderaan p. 719. Konrad voegt terecht […] om aan te geven dat hij een stuk tekst overslaat. Onderaan p. 719 lezen we: “Non absque ratione, docet Paulus VI f.r., S. Thomas salutatus fuit homo omnium horarum [NU BEGINT DE TEKST DIE KONRAD AANHAALT]. Doctrina enim sua, quae in essentia innitur rerum, ideoque in earum certa et immutabilii veritate, nec medii aevi est nec determinatae gentis propria, sed tempus et spatium transcendit, ita ut minus valida non sit pro nostrae aetatis hominibus.”

Dit is dus niet een tekst van Mons. Staffa maar, zoals Staffa zelf aangeeft, een citaat uit een brief van 7 maart 1964, te vinden in AAS 56 (1964), p. 304 waar inderdaad Paulus VI aan de magister-generaal van de Predikheren, Aniceto Fernandez, een brief in het Engels schrijft ter bedanking voor de overhandiging van een nieuw volume in de kritische editie van Sint-Thomas. Daar lezen wij:
“Not without reason he has been hailed as the ‘man of every hour’. His philosophical knowledge, which reflects the essences of really existing things, in their certain and unchanging truth, is neither medieval nor proper to any particular nation; it transcends time and space and is no less valid for humanity in our day.”

Vatten we nog eens samen wat er gebeurd is:
1/Konrad beweert een Italiaanse vertaling te geven van een citaat van Mons. Dino Staffa waaruit zou moeten blijken dat Staffa zich verzet tegen het terzijde schuiven van Thomas om meer open te lijken voor de hedendaagse wereld.
2/Deze Italiaanse vertaling is gedeeltelijk foutief; Staffa zegt bv. niet “en niet enkel voor de westelijke landen” maar vooral: Konrad schrijft een uitspraak toe aan Staffa die in feite afkomstig is van Paus Paulus VI.
3/Maar ook Staffa maakt een fout door het Engelse origineel “philosophical knowledge” te vertalen als “doctrina”
4/Het punt dat Mons. Staffa wil maken is NIET dat er een tegenstelling bestaat tussen Thomas en openheid of tussen Thomas en de hedendaagse wereld  zoals Konrad suggereert met zijn inleidende zin. Staffa wil enkel aanduiden dat vooruitgang op waarheid moet gebaseerd zijn en dat Thomas geen relict is.
5/Zelfs in de veronderstelling dat de intentie van Konrad goed is blijft het feit wel staan dat hij een citaat aan Staffa toeschrijft wat eigenlijk van Paus Paulus VI afkomstig is. Het is natuurlijk niet in het voordeel van aanhangers van een clash tussen ‘conservatieven’ en ‘open geesten’ over Thomas dat Paus Paulus VI zich schaart bij de conservatieven.

Kardinaal Dino Staffa
 
Besluit: Dit voorval bevestigt nog eens dat 1/elke referentie moet gecontroleerd worden in de bronnen zelf 2/hoe makkelijk het is bronnen te manipuleren

maandag, september 01, 2014

The activities of Father Leo Elders s.v.d. - part 4

This is our fourth post in our series of yearly updates on the activities of the Dutch Thomist Father Leo Elders SVD (for previous posts click here, here and here)

In the Fall of 2013 the French translation of his revised introduction to Aquinas, originally published in Dutch in 2012, was published at Les Presses Universitaires de l’IPC.

Further publications include:
*Santo Tomás de Aquino y el platonismo’, in El retorno de la filosofía. Jornada tomista, ed. Lobato Casado, A., Murcia, UCAM, 2013, 50-73
*Fe, pensiamento y cultura in Gaudium et Spes’, in: El torno al Vaticano II: Claves históricas, doctrinales y pastorales, dirigado par A. Aranda, Michael Lluch y Jorge Herrera, Pamplona, Eunsa, 2014, 535-547.

On October 15, 2013, he gave a lecture at the Universidad San Dámaso (Spain), entitled “Santo Tomás de Aquino y su filosofía del ser”. On December 4, 2013 he was at the University of Metz (France) to give a lecture on “L’être de Dieu et celui des créatures dans son Opus Tripartitum
et la doctrine respective de Thomas d’Aquin ».

In June 2014 he participated in the annual Plenary Session of the Pontifical Academy of St. Thomas Aquinas at Vatican City with a paper entitled “Aquinas on the Beatitude of Mercy”.

He is currently visiting the Centro Universitario de la Ciudad de México for a series of lectures.

However, the most part of the year 2013-2014 he was working on his new book, entitled Saint Thomas d'Aquin et ses prédécesseurs. La présence des grands philosophes et Pères de l’Église dans les oeuvres de Thomas, which will appear in the Fall of 2014.
In the sixteen chapters of this 400- page book, he investigates the presence of the most important philosophers and theologians in the work of Thomas Aquinas, starting with the Platonists, Aristotle, the Stoa up until Avicenna, Averroes and Maimonides.

Versus orientem en priesterlijke vroomheid

De Vultus Christi blog maakt een interessant argument (niet onbekend voor de lezers van onze blog) over het verband tussen 'versus Orientem' en priesterlijke identiteit.

"De fysieke herinrichting van de kerken, waardoor een priester verplicht is achter het altaar te staan, met het gezicht naar de mensen, heeft een vernietigend effect gehad op de theologie van het priesterschap en op de priesterlijke vroomheid. Helaas zijn vele priesters de Mis voornamelijk gaan  zien als geestelijk waar, gegeven aan de mensen voor hun opvoeding, onderricht, ondersteuning en comfort. Het idee het Heilig Offer op te dragen aan God, zelfs in afwezigheid van gelovigen, is snel aan het verdwijnen. Het wordt meer en meer gebruikelijk dat priesters afzien van het opdragen van het Heilig Offer behalve bij die gelegenheden waar er een ingeroosterde Mis is met mensen."

"In zekere zin heeft het weid verspreide gebruik om de Heilige Mis te vieren “met het gezicht naar de mensen” geleid tot een onvolledig en verkeerd begrijpen van de Heilige Eucharistie: de consecratie van brood en wijn in het ware Lichaam en Bloed van Christus wordt beschouwd niet zozeer in het licht van het Offer opgedragen aan God, maar in het licht van het Sacrament opgedragen aan het volk. Deze verandering in de richting van een protestants begrip van de Heilige Eucharistie wordt verder benadrukt door de weid verspreide praktijk dat iedereen aanwezig (of nagenoeg iedereen aanwezig) zich genoodzaakt voelt de Heilige Communie te ontvangen."

Lees hier meer met de ondersteunende argumentatie vanuit het Leergezag van Pius XII

maandag, augustus 25, 2014

Het 'Klein Missaal' en de volkstaal



Met de publicatie van het ‘Klein Missaal’ wordt voor het grote publiek voor het eerst de vruchten zichtbaar van het vertalingswerk met het oog op een correctere Nederlandstalige editie van het Romeins Missaal. Misschien is dit een goed moment om zich te bezinnen omtrent de introductie van de volkstaal in de liturgie überhaupt, één van de meest genoemde ‘verworvenheden’ van Vaticanum II. Een aandachtig lezer van Sacrosanctum Concilium (1963) weet natuurlijk dat er in nr. 36 staat dat het gebruik van de Latijnse taal moet bewaard blijven. Hoe kon het anders wanneer we weten dat Paus Pius XII, nauwelijks zeven jaar vóór de publicatie van Sacrosanctum Concilium, nog schreef: “Het zal niettemin overbodig zijn nogmaals in herinnering te brengen, dat de Kerk ernstige motieven heeft om in de Latijnse ritus de onvoorwaardelijke verplichting voor de celebrerende priester te handhaven om de Latijnse taal te gebruiken en even­eens, wanneer het gregoriaans het heilig Offer begeleidt, dat dit geschiedt in de taal van de Kerk.” (22 september 1956, Toespraak tot de deelnemers aan het internationaal liturgisch congres te Assisi).

De praktijk wijst echter uit dat het Latijn nagenoeg verdwenen is uit het leven van de Kerk en van de gelovigen. Zelfs in een internationale context wordt vaak toevlucht gezocht in het Engels en het Italiaans, zelfs indien celebranten en/of gelovigen deze taal nauwelijks meester zijn. Er zijn zelfs gevallen bekend waarin de consecratie door celebrant en concelebrant(en) in verschillende talen wordt verricht, iets wat uitdrukkelijk ingaat tegen Redemptionis Sacramentum nr. 113, maar wat de afwezigheid van het Latijn zelfs bij ambtsdragers nogmaals onderstreept.

In het licht hiervan zijn enkele opmerkingen voorafgaand aan de promulgatie van Sacrosanctum Concilium interessant.

Toekomstig kardinaal Dino Staffa, secretaris van de Congregatie voor de Seminaries en Universiteiten geeft volgende algemeen-culturele achtergrond:

In het schema wordt toegevoegd dat de gewijde liturgie zich moet aanpassen aan de veranderde tijden en gewoonten. Hier moeten wij ook aandacht hebben voor de gevolgen. Immers, de gewoonten, ja zelfs het uitzicht van de maatschappij zelf en vooral vandaag, verandert snel en zal nog sneller veranderen. Wat vandaag in overeenstemming lijkt met de verzuchtingen van de menigte zal in dertig of ten hoogste vijftig jaar reeds ongepast lijken. Men zou hieruit dus moeten besluiten dat in dertig of vijftig jaar de liturgie opnieuw integraal of nagenoeg integraal zal moeten hervormd worden. Dit lijkt mij logisch na wat gezegd is maar dit is helemaal niet gepast wat betreft de gewijde liturgie, helemaal niet nuttig voor de waardigheid van de Kerk, helemaal niet veilig voor de integriteit en eenheid van het geloof en helemaal niet bevorderlijk voor de eenheid van de discipline.
Terwijl dus de wereld elke dag steeds sneller naar eenheid op weg is door de grenzen van staten te overstijgen, vooral wat betreft de wijze van handelen en leven, verbreken wij de wonderbaarlijke liturgische eenheid van de Latijnse Kerk en verdelen wij deze in landen, regio’s, ja zelfs provincies? (Bron: Acta Synodalia I/I, pp. 428-429)

Mgr. Carolus de Mello, bisschop van Palmas onderstreept het hellende vlak. Veranderingen in de taal zijn het begin van een reeks van veranderingen die men, tegen het gezag van de Kerk in, zal doorvoeren.

De verandering van de taal brengt het gevaar van het laïcisme met zich mee. [de Latijnse term is ‘laicismus’: uit de context blijkt dat hij hiermee de overheersing door de leken bedoelt] Vandaag is het de taal, morgen zal het iets anders zijn. Vandaag gebeurt dit tesamen met de priesters die hun meningen gunstig gezind zijn, morgen zal dit gebeuren tegen of zonder de priesters, meer zelfs, zonder de bisschoppen. Deze zaken moeten wij voorzien. Indien wij op dit gebied verzaken, dit wil zeggen aan de éénmakende taal in de Romeinse liturgie voor de westelijke gebieden, dan zullen hierdoor op een dag andere zaken zich aandienen.” (Bron: Acta Synodalia I/I, p. 542)

Ik laat aan de lezer het oordeel of deze woorden al dan niet van profetische aard zijn.