dinsdag, maart 03, 2020

Chesterton

A queer and almost mad notion seems to have got into the modern head that, if you mix everybody and everything more or less anyhow, the mixture may be called unity, and the unity may be called peace.
It is supposed that, if you break down all doors and walls so that there is no domesticity, there will then be nothing but friendship. Surely somebody must have noticed by this time that the men living in a hotel quarrel at least as often as the men living in a street…
These foolish people trace all the chances of war to the very thing which will always be the best chance of peace — men’s habit of dwelling in their own boundaries and minding their own business. The only hope of attaining amity lies, not in ignoring boundaries, but, on the contrary, in respecting them.

Illustrated London News, 8 September 1917.

dinsdag, januari 28, 2020

Petrum et Paulum, 12 februari 1967


Apostolische Exhortatie van zijne heiligheid PAULUS VI, door de goddelijke voorzienigheid paus, aan alle bisschoppen die in vrede en gemeenschap leven met de Apostolische Stoel, ter gelegenheid van het negentiende eeuwfeest van de marteldood van de heilige apostelen Petrus en Paulus te Rome

Paus Paulus VI groet zijn eerbiedwaardige broeders en zendt hun zijn apostolische zegen.

De apostelen Petrus en Paulus worden door de christenen terecht als de voornaamste pijlers beschouwd niet alleen van deze Heilige Stoel van Rome, maar van geheel de Kerk van de levende God in heel haar verspreiding over de wereld. Wij achten het daarom in overeenstemming met ons apostolisch ambt u allen, eerbiedwaardige broeders, met nadruk aan te bevelen om elk in uw eigen bisdom en in eensgezindheid met ons het negentiende eeuwfeest te laten vieren van het martelaarschap dat deze twee te Rome zo moedig hebben ondergaan: Petrus, die door Christus de Heer als fundament van zijn Kerk is gekozen en als bis schop van deze heilige stad, en Paulus, de leraar van de heidenen (vgl. 1 Tim 2,7),  leermeester en vriend van de eerste christen gemeente van Rome.


Terwijl bij de mens van onze tijd het religieus gevoel, dat als het ware de grondslag is waarop het geloof steunt, aan het afnemen is, breken zich hier en daar op het veld van de katholieke leer nieuwe exegetische en theologische op vattingen baan, die vaak ontleend zijn aan stoutmoedige maar onbruikbare wijsgerige systemen. Deze opvattingen stellen de authentieke betekenis in twijfel van de waarheden die de Kerk uit kracht van haar gezag onderwijst, of misvormen haar; ja, onder voorwendsel het religieus denken aan te passen aan de huidige mentaliteit, verwaarlozen zij de richtlijnen van het kerkelijk leergezag, drukken een duidelijk, wat men noemt, historicistisch stempel op het theologisch onderzoek en gaan zover het getuigenis van de Heilige Schrift zijn gewijd karakter en historische betrouwbaarheid te ontzeggen; zelfs spant men zich in het volk van God een zogenaamde postconciliaire mentaliteit bij te brengen. 

Een dergelijke mentaliteit betekent evenwel een miskenning van de onwrikbare samenhang die er bestaat tussen enerzijds de rijke ontwikkelingen van het oecumenisch concilie op leerstellig en wetgevend gebied en anderzijds het gewijde erfgoed van kerkelijk leergezag en kerkelijke discipline; zij dreigt de traditionele geest van trouw jegens de Kerk af te breken en geeft voedsel aan een illusoir verlangen om het christendom een nieuwe interpretatie te geven, een interpretatie die echter nooit anders dan onrijp en onvruchtbaar kan zijn. Wat zou er overblijven van onze geloofswaarheden en van het geloof zelf, die theologale deugd, als dergelijke pogingen erin zouden sla gen zich aan het kerkelijk leergezag te onttrekken en de overhand te krijgen?

Om daarentegen een werkelijk authentiek geloof te versterken, om de studie te bevorderen van de bepalingen van het jongste oecumenisch concilie, om het katholiek denken te ondersteunen in zijn zoeken naar nieuwe theologische uitdrukkingsvormen, die overigens overeen moeten stem men met het geheel van de leer van de Kerk als gelijk naar inhoud en gelijk naar betekenis (vgl.Vincentius van Lérins, Commonitorium 1, 23; PL 50, 668; DS 3020); om ons met dit alles, herhalen wij, op weg te helpen, brengt de tijd ons nu het eeuwfeest van deze apostelen. 

AAS 59 (l967), pp. 193-200  


vrijdag, januari 24, 2020

Notre charge apostolique over broederlijkheid


Notre charge apostolique. Brief aan de bisschoppen van Frankrijk (Bron: ASS 2 (1910) 607-633)

Onze apostolische taak vereist van ons dat Wij waken over de zuiverheid van het geloof en over de integriteit van de katholieke discipline en dat Wij de gelovigen vrijwaren van de gevaren van de dwaling en het kwaad, vooral wanneer de dwaling en het kwaad voorgesteld worden in een aangrijpende taal die, terwijl het vage ideeën en dubbelzinnige uitdrukkingen verbergt onder de bevlogenheid van het gevoel en de welluidendheid van woorden, de harten kan ontvlammen ten gunste van verleidelijke maar funeste zaken. Dit waren vroeger de stellingen van de zogenaamde filosofen van de achttiende eeuw, van de revolutie en het liberalisme die meerdere malen zijn veroordeeld. Ook vandaag nog zijn dit de theorieën van Sillon die, onder hun schitterende en genereuze gedaantevormen, et zeer dikwijls ontbreekt aan helderheid, logica en waarheid. In deze zin behoren deze theorieën niet tot de katholieke en Franse geest.
….
Hetzelfde is het gesteld met de notie ‘broederlijkheid’ waarvan zij de basis leggen in de liefde voor gemeenschappelijke interesses of, aan de overzijde van alle filosofieën en religies, in het eenvoudige begrip ‘mensheid’ dat in dezelfde liefde en met een gelijke tolerantie alle mensen omvat met al hun ellendes, zowel intellectueel als moreel, fysiek en tijdelijk. Welnu, de katholieke leer onderwijst ons dat de eerste plicht van de liefde er niet in bestaat verkeerde overtuigingen te tolereren, hoe oprecht ze ook mogen zijn. Evenmin bestaat deze in de theoretische of praktische onverschilligheid voor de dwaling en de ondeugd waarin wij zien dat onze broeders zijn terechtgekomen. Daarentegen bestaat de eerste plicht van de liefde in de ijver voor hun intellectuele en morele verbetering en evenzeer voor hun materieel welzijn. Dezelfde katholieke leer onderwijst ons ook dat de bron van de naastenliefde zich bevindt in de liefde tot God, gemeenschappelijke vader en doel van geheel de menselijke familie, en in de liefde tot Jezus Christus, waarvan wij de leden zijn zodanig dat in het troosten van een ongelukkige wij goed doen ten aanzien van Jezus Christus zelf. Elke andere liefde is een illusie of een steriel en voorbijgaand gevoelen. Er is inderdaad de menselijke ervaring van heidense en seculiere maatschappijen van alle tijden om aan te tonen dat op een bepaald moment de beschouwingen over gemeenschappelijke interesses of natuurlijke gelijkenissen slechts weinig vermogen ten aanzien van de passies en begeerten van het hart.

Eerbiedwaardige Broeders, er is geen echte broederlijkheid buiten de christelijke liefde die, door de liefde voor God en Zijn Zoon Jezus Christus onze Redder, alle mensen omvat om hen allen te troosten en hen allen te leiden naar hetzelfde geloof en hetzelfde hemelse geluk. Door broederlijkheid te scheiden van de christelijke liefde in deze zin zou de democratie, veeleer dan een vooruitgang, een desastreuze stap terug betekenen voor de beschaving. Want, indien men wel komen tot  - en Wij verlangen dit met geheel Ons hart - het grootst mogelijke geheel van welzijn voor de maatschappij en voor elk van de leden door middel van de broederlijkheid of, zoals men ook zegt, door middel van de universele solidariteit, dan dienen alle geesten verenigd te zijn in de waarheid, elke wil verenigd in de moraal en elk hart verenigd in de liefde tot Gd en tot Zijn Zoon, Jezus Christus. Deze vereniging is enkel realiseerbaar door middel van de katholieke liefde en daarom kan de enkel de katholieke liefde de volkeren leiden naar in de mars naar de vooruitgang naar de ideale beschaving.
Gegeven te Rome bij Sint-Pieter op 25 augustus 1910, het achtste jaar van Onze Pontificaat.
Paus Pius X

maandag, januari 20, 2020

Moedige denkers 2.0!

Mgr Léonard, archevêque émérite de Malines-Bruxelles, « rejoin[t] entièrement la supplique que le cardinal Sarah, en étroite concertation avec Benoît XVI, adresse au Souverain Pontife ». Il demande fraternellement à tous les évêques qui pensent comme lui d’exprimer fermement leur position : que ne soit pas ouverte de brèche dans le célibat ecclésiastique. « Notre espoir est grand d'être entendus ». [Bron: https://www.hommenouveau.fr/3045/religion/l-appel-de-mgr-leonard-a-ses-freres-eveques----brrejoindre-la-supplique-du-cardinal-sarah-brapprouvee-par-benoit-xvi.htm]

En tant qu’archevêque émérite de Malines-Bruxelles, je m’abstiens de toute interférence dans le gouvernement des diocèses dont je fus le pasteur, Namur et Bruxelles. Mais je demeure évêque et peux, à ce titre, exprimer des convictions doctrinales ou pastorales, même si elles divergent éventuellement de l’une ou l’autre position de mes anciens collègues de travail.

Même si la chose est inédite et d’un impact infiniment supérieur, un Pape émérite, Benoît XVI en l’occurrence, peut semblablement collaborer légitimement à un livre projeté par un cardinal et, en concertation avec lui, émettre ses convictions théologiques et pastorales, sans manquer à son devoir de réserve. Il ne s’y exprime forcément plus en tant que successeur de Pierre et sa prise de position n’a pas d’autorité magistérielle. Mais sa parole est néanmoins d’un très grand poids.

Sa contribution active au livre projeté par le cardinal Sarah n’est en aucune manière une « attaque » contre le pape François. Benoît XVI, pas plus que le cardinal, ne critique son successeur. Ils lui adressent une « supplication » dans un esprit filial, sans rien retrancher de leur obéissance au pape actuel. Exactement comme quatre cardinaux s’étaient adressés au pape François en lui demandant filialement de dissiper leurs « dubia », leurs « doutes », leur perplexité, concernant certains aspects ambigus du chapitre VIII de l’exhortation Amoris laetitia, à savoir ceux qui touchent l’indissolubilité d’un mariage sacramentel valide, avec ses retombées concernant l’accès aux sacrements de la réconciliation et de la communion eucharistique lorsqu’on se trouve dans une situation permanente de cohabitation conjugale avec un partenaire qui n’est pas son conjoint « dans le Seigneur ».

D’autres ambiguïtés ont surgi ultérieurement. Il est parfaitement pertinent de répondre à la question d’un journaliste en déclarant en substance : « Si une personne homosexuelle cherche sincèrement à faire la volonté de Dieu, qui suis-je pour la juger ? » Mais, comme on ne précise pas en quoi consiste cette volonté de Dieu et quelles sont les conséquences morales qui en découlent, l’opinion publique retient, à tort, de cette réponse ambiguë que les pratiques homosexuelles sont désormais légitimées par l’Église catholique. Ce qui n’est pas vrai.

Semblablement, quand on signe une déclaration commune, avec un haut responsable de l’islam, suggérant que la diversité des religions correspond à la « volonté » de Dieu, il ne suffit pas de corriger oralement l’ambiguïté de cette formulation (le texte publié demeurant inchangé) en disant que Dieu « permet » simplement cette diversité. Il faudrait encore souligner positivement que le dialogue interreligieux ne peut porter atteinte à l’unicité absolue de la Révélation chrétienne, en laquelle le Dieu unique et trinitaire nous offre son amour sauveur en la personne de Jésus. Ce qui n’empêche pas de saluer des « semina Verbi » (des « semences » du Verbe de Dieu), voire des « reliquia Verbi » (des « restes » du Verbe) dans d’autres religions que le judéo-christianisme.
D’autres ambiguïtés se sont introduites dans le récent synode sur l’Amazonie, notamment concernant une certaine vénération de la « Pachamama », de la Terre-Mère. Mais, sur ce point, il faut attendre la publication de l’exhortation post-synodale. On peut espérer que notre pape François y dissipera les ambiguïtés de ce synode.

Une de ces ambiguïtés concernait précisément la question du célibat sacerdotal dans l’Église catholique latine. À cet égard, en communion avec beaucoup d’autres évêques, que j’invite fraternellement à exprimer eux aussi leur ferme position, je rejoins entièrement la supplique que le cardinal Sarah, en étroite concertation avec Benoît XVI, adresse au souverain pontife. Notre espoir est grand d’être entendus, car le pape François a nettement déclaré son attachement au célibat sacerdotal dans l’Église latine. Mais en envisageant quand même des exceptions… Qui, hélas, comme en d’autres matières, sont rapidement universalisées !
La supplique exprimée dans le livre en question est donc d’une urgente actualité et parfaitement légitime. Jamais il ne faut « attaquer » le Pape. Il faut, au contraire, toujours respecter sa personne et sa mission. Mais il s’impose parfois et il est toujours permis de le « supplier » et de lui demander des « éclaircissements ». Ce que nous faisons.

+ André LEONARD,
· archevêque émérite de Malines-Bruxelles.

Leo Elders' latest book