dinsdag, april 16, 2019

De profeet Jeremia

Jeremia 11, 16-18:
"`Prachtige groene olijfboom' heeft Jahwe u genoemd. Maar in een hevig onweer heeft Hij hem in vlammen doen opgaan, met takken en al. Jahwe van de legerscharen die u heeft geplant, kondig rampen over u aan; want Israël en Juda hebben kwaad bedreven: Ze hebben Mij beledigd en offers gebracht aan Baäl."

vrijdag, februari 22, 2019

Waarom is het gepast dat er een Laatste Oordeel is?



Een oordeel kan niet volmaakt geveld worden over eender welk veranderlijk ding alvorens de voltooiing van dat ding zoals een oordeel niet volmaakt kan geveld worden betreffende de kwaliteit van een handeling alvorens de voltooiing ervan en van de effecten van de handeling want er zijn vele handelingen die lijken nuttig te zijn maar waarvan de effecten blijken schadelijk te zijn. Zo ook kan een volmaakt oordeel over iemand niet geveld worden alvorens het einde van diens leven aangezien hij kan veranderd worden in vele opzichten van goed naar kwaad of omgekeerd van goed naar beter of van kwaad naar erger. Vandaar zegt de Apostel in Hebr. 9:27: “Het is het lot van de mens eenmaal te sterven, en daarna komt het oordeel”.

Men dient echter te weten dat, alhoewel het tijdelijke leven van een mens op zichzelf eindigt met de dood, het toch doorgaat afhankelijk van wat er gebeurt in de toekomst. Ten eerste, blijft het leven doorgaan in de herinneringen van mensen waarin soms, in tegenstelling tot de waarheid, goede en kwade reputaties blijven bestaan. Op een andere wijze in kinderen die als het ware iets van de ouders zijn volgens Wijsheid van Jesus Sirach 30, 4 “Is de vader van die zoon overleden, dan is hij toch niet gestorven, want hij heeft zijn evenbeeld nagelaten.” En toch hebben vele goede mensen slechte kinderen en omgekeerd. Ten derde als effect van zijn daden: zoals uit het bedrog van Arius en andere verleiders ongeloof blijft opgroeien tot aan het einde van de wereld en zelfs tot dan zal het geloof profijt vinden in de prediking van de apostelen. Ten vierde wat betreft het lichaam dat soms met eerbetuigingen begraven wordt  en soms onbegraven achterblijft en uiteindelijk geheel en al tot stof herleidt wordt. Ten vijfde betreffende de dingen waaraan een mens zeer gehecht is zoals tijdelijke zaken waarvan sommige snel voorbijgaan en andere langer voortduren.

Welnu, al deze dingen worden onderworpen aan het goddelijk oordeel. Bijgevolg kan een volmaakt en publiek oordeel van al deze dingen niet geveld worden gedurende het verloop van deze tijd. Daarom is het nodig dat er een Laatste Oordeel op de laatste dag is waarin alles over iedereen en in elk opzicht op volmaakte en publieke wijze zal geoordeeld worden.
(ST III, 59, a. 5)

donderdag, oktober 11, 2018

Niets nieuws onder de zon.

Uit Yves Congar, Journal d'un théologien (1946-1956), Paris: Cerf, 2005, p. 241.

"Si on passe au fond ecclésiologique des faits, voici, me semble-t-il, quel il est: Vus du côté des évêques, nous sommes une résistance, c'est-à-dire, que nous sommes la seule force organique qui pense, qui a une indépendance et ne se contente pas, chaque fois que l'idole romaine a parlé, de s'écrier: Ce n'est pas un homme c'est un dieu qui parle [cf. Actes, XII, 22].
Les évêques sont entièrement courbés dans la passivité et la servilité; ils ont, pour Rome, une dévotion sincère, filiale. Voire puérile, infantile. Pour eux, c'est 'l'Église'; Rome, concrètement, c'est le pape."

maandag, oktober 01, 2018

About Father Leo Elders s.v.d.

Thus far in 2018 Father Elders has published three books:
1. Aristote et Thomas d’Aquin. Les Presses universitaires de l’IPC, Paris, 2018, 650 p. ISBN 979-10-93043-23-4. An English translation will be published shortly.


2. Thomas Aquinas and His Predecessors .The Philosophers and the Church Fathers in His Works, Washington, D.C. : Catholic University of America Press, 2018, 400 p. ISBN 9780813230276.

3. Santo Tomás de Aquino y sus Predecesores: presencia de grandes filósofos y Padres de la Iglesia en las obras de santo Tomás, translated by Juan Carlos Ossandón Valdés, RiL Editores, Santiogo de Chile, 2018, 436 p. ISBN 978-956-01-0534-9. The Spanish translation of the English version.

2018 also saw the publication of:
'St. Thomas Aquinas’s Treatise on Temperance and Aristotle’, Nova & Vetera (English Edition) 16/2 (2018), 465-487.

Currently he is working on a detailed commentary of St. Thomas' commentary on Dionysius' De divinis nominibus.









maandag, september 03, 2018

Een ietwat andere Duitse kardinaal


Van 22 januari 1459 tot en met 6 oktober 1460 werd de Duitse kardinaal Nicolaus Cusanus (1404-1464) door Paus Pius II aangesteld als vicaris-generaal (vicarium generalem in temporalibus cum pleno apostolice sedis legati de latere officio). In die hoedanigheid schrijft in de eerste helft van Juli 1459 zijn Reformatio generalis. Daarin stelt hij voor dat in een eerste fase de paus en de curie worden gevisiteerd door drie “ernstige en volwassen” (graves et maturos) mannen die de waarheid liefhebben, de ijver voor God bezitten en niet streven naar eer en rijkdom en aldus vrij zij te oordelen, denken en handelen (qui veritatem        cunctis praeferant, zelum dei scientiamque ac prudentiam habeant opportunam nihilque amplius honoris et divitiarum habere exspectent, ut sint in iudicio, cogitatione et opere liberi et mundi…).  

Aangaande de visitatie van de paus schrijft hij:
“Dat zij niet afgeschrikt worden de Paus te visiteren wanneer zij dezelfde die zij als plaatsvervanger van Christus zien, ook als dienaar van de christenen zien, de vader der vaderen ook als dienaar van de dienaren, diegene die met uitzonderlijke waardigheid de hoogste en heiligste is ook als samen met de anderen tot zonde geneigd en zwak en zich als zodanig erkent en volgens het Evangelie verklaart dat zijn prioriteit en hoogheid niet ligt in het heersen (dominatione) maar in de dienst tot opbouw van de Kerk. Wie dus in ons [de Paus] iets vindt dat niet opbouwt maar veeleer de Kerk ergernis geeft, zegge dit ons opdat wij ons verbeteren.” (Nec terreantur papam visitare, quando eundem, quem vident vicarium Christi, vident et christianorum ministrum, et quem vident patrem patrum, vident et servum servorum, et quem vident singulariter dignitate altissimum et sanctissimum, vident etiam communiter cum aliis hominibus peccabilem et infirmum et se pro tali cognoscentem et iuxta evangelicam doctrinam profitentem prioritatem et maioritatem non in dominatione, sed in ministerio aedificandae ecclesiae consistere. Quidquid igitur in nobis invenerint, quod non aedificat, sed scandalizat potius ecclesiam, omnino nobis manifestent, ut emendemus.) 

maandag, augustus 13, 2018

Waarom méér integralisme?


Integralisme is een moeilijk te definiëren begrip maar in het algemeen kan men zeggen dat het integralisme een wijze van denken is die elk gebied van het leven wil vormen geven vanuit en door het katholieke geloof. Het is niet anders dan een toepassing van de betekenis van het woord ‘katholiek’, nl. algemeen of universeel of integraal, op elk gebied van de werkelijkheid. Als zodanig is elke katholiek ipso facto een integralist of zou dat moeten zijn. Vaticanum II schrijft hierover in AA 13: “Het apostolaat in het sociale milieu, d.w.z. het streven om de mentaliteit en de zeden, de wetten en de structuren van de gemeenschap, waarin men leeft, te doordringen van een christelijk geest, is bij uitstek de taak en de plicht van de leken, die anderen nooit naar behoren kunnen vervullen.”

In zoverre het seculiere liberalisme precies werkt met de scheiding van kerk en staat, politiek en ethiek, economie en ethiek, publiek en privé, etc. is het integralisme per definitie anti-modern.
Maar is het mogelijk het integralisme nader te bepalen. Hiervoor kunnen we te raden gaan bij het essay “Mentalité de droite et Intégrisme en France” van Yves Congar, verschenen als appendix III in zijn Vraie et fausse réforme de l’Église uit 1950 (pp. 604-622). Nota bene dat in de tweede druk van dit werk in 1968 deze appendix werd weggelaten, niet, zoals de auteur schrijft, bij wijze van retractatie maar omdat hij wil bijdragen aan de sereniteit van het debat.

Allereerst schrijft hij dat het integralisme niet allereerst een “doctrinele positie” is maar een “mentaliteit” en een “attitude” (605) die erin bestaat “s’opposer au monde moderne, à la révolution, à la république”. Dit leidt ertoe dat men “fatalement” gericht is op “les choses d’avant et, en tout cas, qu’on eût une solidarité d’esprit et d’action avec le passé » (611). Dit maakt dat integralisten steeds tot de rechterzijde van het politieke spectrum behoren.
Hier zou men reeds Congar kunnen antwoorden dat in 2018, veeleer dan de aantrekkelijkheid van de nostalgie naar het verleden bloot te leggen door middel van de ironie zoals de postmodernisten doen, nostalgie een positieve kracht is die een historisch-bewuste katholieke cultuur schept die minder in staat is ten prooi te vallen aan ideologische manipulatie; een kracht die verloren gewaande waarheden opnieuw geloofwaardigheid kan geven.
Deze attitude vertaalt zich volgens Congar op het religieuze plan in de primauteit van de orde, d.w.z. de orde zoals deze “van buiten komt”, “van omhoog”, door middel van “gezag” en “voorschriften”. (613) Dit omdat men een wantrouwen heeft in wat vanuit de mens komt en dus ook in nieuwe vragen of initiatieven. Ook hier zou men kunnen vragen of het toch niet gerechtvaardigd is, in het licht van de politieke en culturele werkelijkheid, dit wantrouwen te bezitten?

Vervolgens geeft Congar acht kenmerken van het integralisme (zonder argumentatie.
1/Insisteren op de corruptie van de natuur, op de erfzonde. Inderdaad, de jonge Ratzinger merkte op dat passages in Gaudium et Spes neigen naar een pelagianistisch optimisme.
2/Besturen door middel van gezag. Inderdaad, als zondig schepsel en zondige gelovige kan geen enkele katholiek zichzelf besturen.
3/A priori verwerpen van de notie van evolutie; wantrouwen t.a.v. ontwikkeling; allergisch wanneer iemand redeneert op basis van “leven” of “ervaring”. Inderdaad, het gaat erom dat wij God dienen en niet dat wij onze ideeën over God ten dienste stellen van onze ervaringen.
4/Een afgrijzen voor een “plan incliné dans l’accès du christianisme”. Inderdaad, er is geen geleidelijkheid van de wet.
5/Nadruk op de objectieve kant van het geloof (fides quae creditur) ten nadele van subjectieve kant van het geloof (fides qua creditur). Een halve eeuw catechese toont waar de nadruk op de subjectieve kant van het geloof toe leidt.
6/Nadruk op de rede, bewijsvoering en weinig op ervaring, geweten. Gehecht-zijn aan de scholastiek maar enkel op St. Thomas. St. Thomas heeft alles gezegd (ayant tout dit). Opnieuw, een blik op de recente geschiedenis leert wat de gevolgen zijn van een al te grote nadruk op ervaring en geweten. En het beeld van St. Thomas dat hij schetst is karikaturaal; zelfs een Garrigou-Lagrange had oog voor ontwikkeling van St. Thomas’ denken.
7/Maximalisatie van de “paroles venue de Rome" ; zoekenden wordt snel het label ‘heretisch’ opgespeld. Het is heel makkelijk een dozijn theologen op te noemen, enkel in de Lage Landen die zich decennia lang niet geïnteresseerd hebben aan Rome en voor wie “heretisch” niet de minste van hun bekommernissen is.
8/De Kerk wordt wel gezien als een “mystère de gràçe” maar enkel op het persoonlijke niveau en de ecclesiologie wordt op autoritaire wijze uitgelegd. Zie punt 2.

Op basis van deze punten zou men het integralisme kunnen definiëren als volgt:
Het integralisme is een denkvorm die het “katholische und” consequent toepast in alle domeinen van de werkelijkheid. Door de blik te richten op het verleden is het integralisme in staat een historisch-bewuste katholieke cultuur te ontdekken waardoor de integralist minder in staat is ten prooi te vallen aan ideologische manipulatie en méér in staat verloren gewaande waarheden opnieuw geloofwaardigheid te geven.
Dit historisch bewustzijn levert de integralist een realistische kijk op de menselijke natuur en diens noodzaak tot geleid-worden en gecorrigeerd-worden. De integralist denkt theocentrisch en bemerkt de sporen van de goddelijke logos in de Openbaring en het menselijke verstand. Aangezien het doel helder geopenbaard is als ook het middel (de Kerk) tot het bereiken van dit doel, is er ook ruimte voor een goddelijke providentiële pedagogie waartoe ook de leer van St. Thomas behoort.

Kortom, méér integralisme graag!