maandag, oktober 31, 2022

Is er wel een priestertekort?

Is er wel een priestertekort?

Het Ad Liminarapport van de Nederlandse bisschoppenconferentie, dat op 28 oktober 2022 werd gepubliceerd en dat -tenminste cijfermatig- de periode 2012-2021 bestrijkt, levert interessante cijfers op.

Zo leren we dat het aantal diocesane priesters, werkzaam in parochies, gedaald is van 439 in 2012 naar 355 in 2021. In dezelfde periode is het aantal katholieken gedaald van 4.044.000 of % 24,1 van de bevolking naar 3.667.000 of % 20,8 van de bevolking. 

Dit betekent bv. dat waar er in 2012 1 priester per 9211 katholieken was er in 2021 1 priester per 10329 katholieken is.

Wanneer we echter de kerkgang (gebaseerd op een telling in het voorjaar per weekend en gedaald van 226.100 of % 5,6 naar 89.800 of % 2,4) en de andere sacramenten tegenover elkaar zetten, stellen we als feit vast dat een parochiepriester in 2021 gemiddeld de volgende aantallen op zijn agenda heeft:

250 gelovigen per weekend

17 doopsels (0-17 jaar) per jaar

0,7 volwassenendoopsels per jaar

26 eerste communicanten per jaar

1,8 huwelijken per jaar

41 uitvaarten per jaar

Deze cijfers worden nog verminderd indien we de 149 actieve diakens in de parochies meetellen aangezien zij vaak ook doopsels en uitvaarten voor hun rekening nemen.

Dit levert dan volgende cijfers op:

12,5 doopsels (0-17 jaar) per jaar

0,5 volwassenendoopsels per jaar

29 uitvaarten per jaar

Is er wel een priestertekort?

zaterdag, oktober 29, 2022

Synode: Continentale fase

Wie de 56 pagina's van het nieuwe document voor de "continentale fase" van de synode niet wil lezen, volstaat nr. 103:
 
The message of our synodal way is simple: we are learning to walk together, and sit together to break the one bread, in such a way that each is able to find their place. Everyone is called to take part in this journey, no one is excluded. To this we feel called so that we can credibly proclaim the Gospel of Jesus to all people. This is the path we seek to continue on in our next Continental Stage.

Ceterum autem censeo, Missam extraordinariam esse promovendam

dinsdag, augustus 23, 2022

Traditi Humilitati Paus Pius VIII 1829


Uit de encycliek Traditi Humilitati van paus Pius VIII, 1829

“Hoewel de Heer ons troost door uw moed, Eerwaarde Broeders, zijn wij toch gedwongen bedroefd te zijn, omdat wij de wrede bitterheid voelen die de kinderen van deze eeuw ons, zelfs in een situatie van vrede, aandoen. Laat ons spreken, o broeders, over die bekende, duidelijke kwaden die wij met gemeenschappelijke tranen betreuren, en die wij met vereende krachten moeten corrigeren, uitroeien, verslaan. Laten we het hebben over de ontelbare dwalingen, de perverse leerstellingen die het katholieke geloof bestrijden, niet langer heimelijk en in het geheim, maar met openlijke woede.

Gij weet, hoe de goddelozen oorlogstekenen tegen de godsdienst hebben opgeworpen door hun toevlucht te nemen tot de wijsbegeerte, waarin zij zich leraren noemen, en tot dwaze drogredenen, ontleend aan wereldse denkbeelden. Deze Heilige Stoel van de gezegende Petrus, waarop Christus de grondslag van zijn Kerk heeft gelegd, wordt bovenal vervolgd; beetje bij beetje worden de banden van haar eenheid verbroken. Het gezag van de Kerk wordt ondermijnd, de heilige bedienaren worden geïsoleerd en veracht. De deugdzaamste voorschriften worden verworpen, met goddelijke riten wordt de spot gedreven, de aanbidding van God wordt door de zondaar verfoeid (Sir. 1, 32); alles wat met godsdienst te maken heeft, wordt beschouwd als een oude fabel en als ijdel bijgeloof. Wij zeggen met tranen: "Waarlijk, de leeuwen brulden over Israël (Jer. 2, 25); waarlijk, zij verzamelden zich tegen God en tegen Christus; waarlijk, de goddelozen riepen uit: verwoest Jeruzalem, verwoest het tot op de grondvesten" (Ps. 137, 7).

Dit is het doel van de verachtelijke samenzwering van de sofisten van deze eeuw, die geen onderscheid toestaan tussen de verschillende geloofsbelijdenissen; die menen dat de haven van het eeuwige heil openstaat voor allen, ongeacht hun godsdienstige belijdenis, en die van dwaasheid beschuldigen degenen die de godsdienst waarin zij zijn opgevoed verlaten om een andere te omhelzen, ook al is het de katholieke godsdienst. Het is zeker een afschuwelijk wonder van verdorvenheid om dezelfde lof toe te kennen aan waarheid en dwaling, aan deugd en ondeugd, aan eerlijkheid en oneerlijkheid.

Deze vorm van religieuze onverschilligheid is werkelijk dodelijk en wordt verworpen door het licht zelf van de natuurlijke rede, die ons duidelijk waarschuwt dat tussen tegenstrijdige godsdiensten, als de ene waar is, de andere noodzakelijkerwijs vals is, en dat er geen relatie kan zijn tussen licht en duisternis. Het is noodzakelijk, Eerwaarde Broeders, het volk te behoeden voor deze misleiders, te onderwijzen dat de katholieke godsdienst de enige ware is, volgens de woorden van de Apostel: "Eén Heer, één geloof, één doop" (Ef 4,5).”

“Maar gezien de tijd waarin wij leven, hebben wij besloten met klem aan te bevelen uw liefde voor de gezondheid van de zielen en in uw kudde een verering voor de heiligheid van het huwelijk bij te brengen, zodat er nooit iets gebeurt dat afbreuk doet aan de waardigheid van dit grote sacrament, dat de zuiverheid van het huwelijksbed aantast, dat enige twijfel kan insinueren over de onverbrekelijkheid van de huwelijksband. Dit kan worden bereikt indien het christelijke volk er ten volle van overtuigd is dat het huwelijk niet alleen onderworpen is aan menselijke wetten, maar ook aan de goddelijke wet; dat het moet worden beschouwd als een heilig goed en niet alleen als een aardse realiteit, en dat het daarom volledig onderworpen is aan de Kerk. Want de echtelijke band, die vroeger geen ander doel had dan voortplanting en voortzetting van de soort, is nu door Christus de Heer verheven tot de waardigheid van een sacrament en verrijkt met hemelse gaven, omdat de genade haar natuur vervolmaakt; daarom wordt die band niet zozeer verlevendigd door het nageslacht, als wel door hen op te voeden tot God en zijn goddelijke godsdienst; zo strekt zij ertoe het aantal aanbidders van de ware God te vermeerderen. Want het blijkt dat dit huwelijksverbond, waarvan God de auteur is, de eeuwigdurende en verheven vereniging van Christus de Heer met de Kerk uitbeeldt, en dat deze zeer innige verbintenis tussen man en vrouw een sacrament is, d.w.z. een heilig symbool van de onsterfelijke liefde van Christus voor zijn Bruid. Op deze wijze is het noodzakelijk het volk te onderrichten en het uit te leggen wat door de regels van de Kerk en de decreten van de concilies is bekrachtigd en wat is veroordeeld, opdat het volk zo handelt dat het de deugd van het sacrament verkrijgt en niet durft te doen wat de Kerk heeft veroordeeld; en voor zover wij kunnen, vragen wij u in deze te handelen met alle vroomheid, leer en ijver waarmee u begiftigd bent.”

donderdag, juni 30, 2022

Spiritualiteit van de synodaliteit

 Voor wie ooit slapeloze nachten heeft gehad over de vraag wat de spiritualiteit van de synodaliteit zou kunnen betekenen, is er een document verschenen met precies deze titel op https://www.synod.va/en.html.

We lezen hierin op p. 29 deze opvallende passage welke op al onze vragen een antwoord geeft:

What is a merciful heart? It is a heart on fire for the whole of creation, for humanity, for the birds, for the animals, for demons, and for all that exists. By the recollection of them, the eyes of a merciful person pour forth tears in abundance. By the strong and vehement mercy that grips such a person’s heart, and by such great compassion, the heart is humbled, and one cannot bear to hear or to see any injury or slight sorrow in any in creation. For this reason, such a person offers up tearful prayer continually even for irrational beasts, for the enemies of the truth, and for those who harm her or him, that they be protected and receive mercy. And in like manner, such a person prays for the family of reptiles because of the great compassion that burns without measure in a heart that is in the likeness of God.

 

maandag, april 25, 2022

Wat is een goede theoloog volgens Sint-Thomas van Aquino?


Sint-Thomas over de ongelovige Thomas

De commentaar van Sint-Thomas van Aquino op het evangelie van Beloken Pasen over de ongelovige Thomas uit het Johannesevangelie, hoofdstuk 20, verzen 19-31 is een mooi voorbeeld van ‘bijbels Thomisme’ en waard als geheel gelezen te worden (bv. hier). Helaas is nog zeer weinig van Sint-Thomas’ bijbelcommentaren naar het Nederlands vertaald.

Sint-Thomas schrijft in lectio 5 (nrs. 2545-2550 over verzen 24-25: “Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam.  De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.”) dat het behoorde tot het plan van Gods mededogen dat de apostel Thomas niet aanwezig was want door de wonden in het vlees van zijn Leraar te voelen worden ook in ons de wonden van ongeloof genezen. 

Het mededogen van God, zo vervolgt Sint-Thomas, laat zelfs toe dat sommige heiligen in zonde vervallen om ons iets te leren, nl. nederig en voorzichtig te zijn opdat we niet zouden menen dat wij dit niet nodig hebben. De koppigheid van de apostel is onredelijk, zo vervolgt Sint-Thomas. Weliswaar is het niet onredelijk niet meteen te geloven overeenkomstig de Wijsheid van Jezus Sirach 19, 4 (“Wie te snel vertrouwen geeft is lichtzinnig…”) maar hierin te overdrijven toont de ruwheid (grossities) van de geest van de apostel want had hij geloofd alvorens te zien dan zou hij méér gezien hebben dan de wonden, nl. de gehele verrezen persoon van Christus.

In lectio 6 (nrs. 2251- 2568 over verzen 26-31) merkt Sint-Thomas op dat de apostel de enige was voor wie het nodig was dat Christus nogmaals verscheen maar dat Christus niettemin aan de groep van de apostelen verschijnt. Dit toont volgens Sint-Thomas dat het aan God behaagt te leven “in communitate caritatis”. Christus komt de twijfelende leerling te hulp en geeft hiermee voor de tweede maal (de eerste maal is het toelaten van de twijfel) een teken van Zijn mededogen, nl. dat God zijn uitverkorenen snel te hulp snelt zelfs wanneer ze gevallen zijn. “Want de uitverkorenen vallen soms, net zoals de verdoemden maar met dit verschil: de verdoemden worden gebroken maar de Heer ondersteunt echter met Zijn hand de uitverkorenen zodat ze op zouden staan: “mocht hij vallen, geveld is hij nooit, want de Heer heeft zijn hand reeds gegrepen” (Ps. 37, 27). Christus komt de apostel Thomas redden door tegemoet te komen aan zijn voorwaarden om te geloven(v. 25: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.”).

Vervolgens laat de Heer de apostel Thomas zijn belofte houden (“wees niet langer ongelovig, maar gelovig”). Sint-Thomas vervolgt: “Vervolgens wanneer hij zegt ‘Thomas antwoordde’ is er de belijdenis van Thomas. Hier blijkt dat Thomas dadelijk (statim factus est Thomas bonus theologus) een goede theoloog werd door het ware geloof te belijden want hij beleed de mensheid van Christus wanneer hij zei: ‘Mijn Heer’. Zo immers noemden ze Hem voorafgaand aan de passie (hfdst. 12, 13: ‘Jullie noemen mij leraar en heer’). Zo ook de goddelijkheid omdat hij zei: ‘Mijn God’. Voorafgaand hieraan immers noemden ze Hem niet God, behalve toen Petrus in Mt. 16, 16 zei: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’”