maandag, augustus 21, 2006

Ter ere van de H. Pius X

Ter ere van de wijze Pius X en in het licht van gebeurtenissen in verschillende bisdommen volgende tekst uit "Haerent animo" (nrs. 54-56) van Pius X (1908) over priesterverenigingen.


Wij stellen er prijs op nog een ander punt aan te bevelen, nl. de vereniging van priesters, waarin zij zich, zoals het broeders betaamt, onderling nog nauwer aaneensluiten, met goedkeuring en onder de leiding van het Bisschoppelijk gezag. Zeker, het verdient aanbeveling, dat priesters een vereniging vormen tot onderlinge hulp in tijden van tegenspoed, tot verdediging van hun eer en hun bedieningen tegen de sluwe aanvallen van vijanden, of voor andere soortgelijke doeleinden. Maar ongetwijfeld is het van nog meer belang, dat zij zich aaneensluiten tot uitbreiding van hun bezit aan gewijde wetenschap, en vooral tot ijveriger vasthouden aan het heilig doel van hun roeping en tot bevordering van de belangen van de zielen, door hun ideeën en hun krachten wederzijds ter beschikking te stellen. De geschiedenis van de Kerk bewijst het: in tijden, waarin de priesters overal een soort gemeenschappelijk leven gingen leiden, bracht zulk een vereniging uitstekende en overvloedige vruchten voort. Waarom zou men juist in onze tijd niet iets dergelijks weer kunnen invoeren, natuurlijk rekening houdend met het verschil van landen en werkzaamheden? Zou men, tot vreugde voor de Kerk, niet met recht dezelfde vruchten als vroeger daarvan mogen verwachten?

Er bestaan inderdaad soortgelijke verenigingen, die door de Bisschoppen zijn goedgekeurd. Zij hebben des te groter nut, naarmate men er zich eerder, reeds van het begin van het priesterschap, bij aansluit. Wijzelf hebben tijdens ons episcopaat zulk een vereniging bevorderd, wier geschiktheid wij door ondervinding kenden. Ook nu nog koesteren wij voor die vereniging, evenals voor andere, gevoelens van bijzondere welwillendheid.

Deze hulpmiddelen voor de priesterijke genade en ook andere, die de Bisschoppen met waakzame voorzichtigheid naar gelang de omstandigheden aan de hand zullen doen, moet gij, beminde zonen, zo waarderen en zo benutten, dat gij van dag tot dag u meer "gedraagt overeenkomstig uw roeping". (Ef. 4, 1) zo doet gij uw bediening eer aan en volbrengt gij de wil van God: "uwe heiligmaking".

Geen opmerkingen: