zaterdag, november 16, 2013

De diepe wortels van de situatie van de Kerk in België



In een lezersbrief in Kerk & Leven van 13 november 2013 (p. 19) spreekt een lezer zijn waardering uit voor de onlangs overleden Antoon Vergote (1921-2013), de bekende priester, theoloog en psycholoog (zie hier en hier). De lezer schrijft dat zij samen in 1955-1956 in Parijs in een Belgisch studentenhuis verbleven hebben. Vervolgens geeft de schrijver een anekdote weer.

“Op een zondag was ik, na een uitgelopen studentikoze zaterdagnacht, niet naar de mis in de internationale studentenparochie geweest. Het was de allereerste keer dat me dat overkwam en ik voelde me rot. Ik wilde dat biechten – zo waren wij tenslotte opgevoed. Maar Vergote glimlachte warmhartig: “Zoiets moet je niet biechten”, zei hij. “Vanavond op je kamer bidden, is veel belangrijker.”

Indien we uitgaan van de betrouwbaarheid van deze anekdote (er kan natuurlijk sprake zijn van een Scalfari-effect: een hoogbejaarde man citeert vanuit zijn geheugen en, vanuit een bepaalde vooringenomenheid, neemt hij zijn wensen voor waarheid) en ons onthouden van commentaar op de persoon van Antoon Vergote, dan blijkt uit deze anekdote welke diepe wortels de situatie van de Kerk in België heeft.
Deze uitspraak van Vergote doet niet meer of niet minder dan het veronachtzamen van de sacramenten van Biecht en Eucharistie, en dit onder het mom van een niet-katholieke ecclesiologie en het miskennen van iemands verantwoordelijkheid.
Wij alvast herinneren aan de woorden van Pius XII uit een toespraak tot de priesters van Rome in 1943, woorden waarvan wij mogen verwachten dat zij ook in 1955-1956 bij de betrokkenen bekend waren:

“Zoals het lichaam nood heeft aan stoffelijk voedsel dat het in stand moet houden, zo ook behoeft de ziel het brood dat haar voedt, groeikracht geeft en de krachten herstelt die ze nodig heeft om steeds te volharden in de deugdbeoefening en te zegevieren over de driften. De Kerk nu roept ons, vooral op de zondag, tot dit hemels feestmaal. Het is een zware verplichting mis te horen op de feestdagen. Hoe dikwijls nochtans staan wij niet voor bijna verlaten kerken? Een christenmens die te gemakkelijk denkt dat hij om gelijk welke lichte en onbeduidende reden van die zware verplichtingen ontslagen is, is die naam niet waardig; en Wij beelden ons gaarne in dat de gelovigen niet aldus zouden handelen, hadden zij maar een klare en diepe kijk op en een vurige liefde tot het eucharistisch geheim. Gij moet hun derhalve dit verlossend offer van de GodMens uiteenzetten; hun aantonen dat het het middelpunt is van de katholieke eredienst. Verklaart hun welke de betekenis en de waardigheid van de katholieke priester zijn, en leert hun hoe zij met godsvrucht en geestelijk voordeel bij het heilig Misoffer kunnen tegenwoordig zijn. Welke waarde zou feitelijk de maatschappelijke eredienst hebben indien hij niet aanspoorde tot persoonlijke deelname en zelfheiliging?” (Bron)

Geen opmerkingen: