Het zijn drukke tijden voor liturgisten.
1/ Er is het nieuwe misformulier voor de nieuwe evangelisatie waarover B. Suijkerbuijk bericht in het 2013/3 nummer van Communio.
2/ Per decreet van 31 juli 2012 heeft de Congregatie voor de Eredienst het feest 'Onze Heer Jezus Christus Eeuwige Hogepriester' ingesteld (zie hier), een feest dat vanaf 2014 ook op de kalender in Nederland staat (zie hier)
3/ In verband met de liturgie staat ook het nieuwe Directorium voor het Ambt en het Leven van de Priesters waarover we hier hebben bericht en dat inmiddels in het Nederlands is vertaald (zie hier)
4/ Het decreet van 22 februari 2013 verandert 'communitas christiana' in 'Ecclesia Dei' in nrs. 41, 79, 111, 136, en 170 van de Latijnse editio typica van het rituaal voor het doopsel. (zie Notitiae 2013/1-2, p. 54-56).
5/ Per decreet van 1 mei 2013 heeft de Congregatie voor de Eredienst de toevoeging van de naam van Sint-Jozef in de Eucharistische Hooggebeden II, III en IV verordent (onze vertaling van dit decreet is hier te vinden).
6/ Een voorlopig slot is het decreet 'Unigenitum Filium Suum' van 30 mei 2013 van de Congregatie voor de Eredienst waarin de tekst van de litanie "van Onze Heer Jezus Christus Priester en Slachtoffer" en van de litanie "van het Allerheiligste Sacrament" wordt goedgekeurd. Net zoals het feest 'Onze Heer Jezus Christus Eeuwige Hogepriester' is ook dit decreet een uitloper van het Jaar van de Priester. Over de eerste litanie spreekt de zalige Johannes Paulus II uitvoerig in zijn boek Gave en Geheim en in zijn brief aan de priesters uit 1997. Deze litanie blijkt immers zeer populair te zijn geweest gedurende zijn seminariejaren in Krakow. De tweede litanie "van het Allerheiligste Sacrament" gaat waarschijnlijk terug op de 18e eeuw.
dinsdag, september 24, 2013
zondag, september 22, 2013
De vermenging van water met de wijn: Sint-Thomas van Aquino
Moet water vermengd worden met de
wijn? (ST III, 74, 6)
Objectie 1. Het lijkt dat water niet dient
vermengd te worden met de wijn. Het offer van Christus werd immers voorafgebeeld
door het offer van Melchisedech (Gen. 14,18) die enkel brood en wijn offerde.
Men moet dus niet water toevoegen.
|
Objectie 2. Bovendien hebben de
afzonderlijke sacramenten hun eigen materie. Water is echter de materie van
het doopsel. Het moet daarom niet gebruikt worden als de materie van dit
sacrament.
|
Objectie 3. Bovendien zijn brood en wijn
de materie van dit sacrament. Er wordt echter niets toegevoegd aan het brood.
Daarom moet er ook niets toegevoegd worden aan de wijn.
|
Daarentegen. Paus Alexander I schrijft: “Tot
de sacramentele offergaven die in de Mis aan de Heer worden geofferd dienen
enkel brood en wijn, gemengd met water, te worden geofferd in dit offer”.
|
Antwoord. Water moet gemengd worden met
de wijn die in dit sacrament wordt geofferd. Ten eerste omwille van de
instelling van dit sacrament. Want men gelooft dat het waarschijnlijk is dat de
Heer dit sacrament ingesteld heeft met wijn, vermengd met water, volgens de
gewoonten van dit land. Daarom staat er in Spreuken 9, 5: “Drink de wijn die
ik voor u vermengd heb.” Ten tweede omdat het overeenkomt met de
voorstelling van het lijden van de Heer. Daarom immers zegt Paus Alexander I
(Ep. 1 ad omnes orth.): “In de kelk van de Heer dient er niet enkel wijn of
enkel water geofferd te worden maar beiden vermengd want we lezen dat uit
Zijn zijde tijdens Zijn lijden water en wijn vloeide.” Ten derde omdat dit
passend is voor het betekenen van het effect van dit sacrament want, zoals
Paus Julius zegt (Conc. Bracarens III, can. 1): “Wij zien dat door het water
het volk wordt aangeduid maar het bloed van Christus door de wijn. Ten vierde
past dit bij het laatste effect van dit sacrament, nl. het binnengaan in het
eeuwige leven. Vandaar zegt Ambrosius (De Sacram. V): “Het water vloeit in de
kelk en brengt eeuwig leven voort.”
|
Ad 1. Zoals Ambrosius zegt (De
Sacram. V) wordt, net zoals Christus’ offer wordt betekend door de offergave
van Melchisedech, zo ook wordt dit offer ook betekend door het water dat
vloeide uit de rots in de woestijn volgens 1 Kor. 10, 4: “Zij dronken uit een
geestelijke rots die met hen meeging en die rots was de Christus”.
|
Ad 2. Bij het doopsel wordt water
gebruikt voor de afwassing van de zonden maar in dit sacrament wordt water
gebruikt ter verkoeling volgens Ps. 22, 3: “Hij heeft mij geleid naar verkoelende
wateren”.
|
Ad 3. Brood wordt gemaakt van water
en bloem. Aangezien water wordt gemengd met de wijn bestaan geen van beiden
zonder water.
|
Is het mengen van water
noodzakelijk voor dit sacrament? (ST III, 74, 7)
Objectie 1. Het lijkt dat het mengen van
water noodzakelijk is voor dit sacrament. Cyprianus zegt immers tot Caecilius
(Ep. 63): “De kelk van de Heer is niet enkel water en enkel wijn, tenzij
beiden worden gemengd zoals het lichaam van de Heer niet enkel bloem kan zijn
maar beiden”, nl. bloem en water, “worden verenigd tot één”. Maar de
toevoeging van water aan de bloem is noodzakelijk voor dit sacrament. Dus, om
dezelfde reden, is de toevoeging van water met de wijn noodzakelijk.
|
Objectie 2. Bovendien vloeiden bij het
lijden van de Heer, waarvan dit sacrament de gedachtenis is, zowel water als
bloed uit Zijn zijde. Maar wijn, dat het sacrament van het bloed is, is
noodzakelijk voor dit sacrament. Om dezelfde reden is daarom ook water
noodzakelijk.
|
Objectie 3. Bovendien, indien water niet
noodzakelijk was voor dit sacrament, dan zou het niet uitmaken wat voor soort
water gebruikt zou worden en dus zou water, gedistilleerd uit rozen of elke
andere soort van water kunnen gebruikt worden. Het gebruik van de Kerk staat
dit echter niet toe. Water is dus noodzakelijk voor dit sacrament.
|
Daarentegen zegt Cyprianus (Ep. 63): “Indien
iemand van onze voorgangers uit onwetendheid of onnozelheid dit gebruik niet
in acht heeft genomen”, d.i. het mengen van water met de wijn in dit
sacrament, “dan mag men hem deze onnozelheid vergeven”. Dit zou niet het
geval zijn indien water noodzakelijk was voor dit sacrament zoals dit het
geval is met wijn of brood. De toevoeging van water aan de wijn is dus niet
noodzakelijk voor dit sacrament.
|
Antwoord. Het oordeel over een teken
dient afgeleid te worden uit het ding dat betekend wordt. De toevoeging van
water aan de wijn dient om de deelname van de gelovigen aan dit sacrament te
betekenen. Door de toevoeging van water aan de wijn wordt de eenheid van het
volk met Christus betekend zoals gezegd is in art. 6. Het vloeien van het
water uit de zijde van Christus die aan het kruis hangt, verwijst naar
hetzelfde want met het water wordt de afwassing van de zonde betekend,
datgene nl. wat bewerkstelligd wordt door het lijden van Christus. Boven werd
reeds gezegd dat dit sacrament voltooid wordt in de consecratie van de
materie (q. 73, art. 1, ad 3) terwijl het gebruik ervan door de gelovigen
niet noodzakelijk is voor dit sacrament maar enkel een gevolg van het
sacrament. Bijgevolg is de toevoeging van water niet noodzakelijk voor dit
sacrament.
|
Ad 1. De woorden van Cyprianus
dienen als volgt begrepen te worden, nl. dat iets niet kan wat niet op
gepaste wijze kan. De vergelijking verwijst dus naar wat dient te gebeuren
maar niet naar wat noodzakelijkerwijze moet gebeuren. Water behoort immers
tot het wezen van het brood maar niet tot het wezen van de wijn.
|
Ad 2. Het vergieten van bloed
behoorde rechtstreeks tot het lijden van Christus want is natuurlijk dat er
bloed vloeit uit een menselijk lichaam dat gewond is. Maar dat er water
vloeit is niet noodzakelijk voor het lijden maar dient om het effect van het
lijden aan te wijzen, nl. het afwassen van de zonden en de verkoeling van het
vuur van de begeerte. Daarom wordt in dit sacrament water niet afzonderlijk geofferd
zoals de wijn afzonderlijk van het brood wordt geofferd maar het water wordt
gemengd met de wijn geofferd om te tonen dat wijn vanuit het wezen van het
sacrament ertoe behoort terwijl het water tot dit sacrament behoort als iets
dat toegevoegd wordt aan de wijn.
|
Ad 3. Aangezien het mengen van water
met de wijn niet noodzakelijk is voor het sacrament maakt het voor het wezen
van het sacrament niet uit welke soort water aan de wijn wordt toegevoegd, of
het nu natuurlijk of kunstmatig water is, zoals water van rozen. Maar met
betrekking tot de gepastheid van dit sacrament zou degene zondigen die ander
dan natuurlijk en waarlijk water zou vermengen met de wijn. Immers, er vloeide
uit de zijde van Christus aan het kruis waarlijk water. Aangezien het mengen
van water met bloem noodzakelijk is voor dit sacrament omdat dit de
samenstelling van brood is, zou de toevoeging van water van rozen of enige
andere vloeistof anders dan waarlijk water, het sacrament ongeldig maken wan
het zou niet waarlijk brood zijn.
|
woensdag, september 18, 2013
Feest van Onze Heer Jezus Christus Eeuwige Hogepriester op de kalender in Nederland vanaf 2014
In verband met onze bijdrage van 7 mei 2013 over het nieuwe feest op de kerkelijke kalender, nl. dit van Onze Heer Jezus Christus Eeuwige Hogepriester, waarin wij vastgesteld hebben dat de samenstellers van dit nieuwe feest te rade zijn gegaan bij het Missaal van 1962, kunnen we nu signaleren dat in Nederland dit feest op de kalender zal staan vanaf 2014.
Meer informatie is te vinden op de officiële site van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.
Meer informatie is te vinden op de officiële site van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.
vrijdag, september 13, 2013
Third update on the activities of Father Leo Elders
This is our third post in our series of yearly updates on the activities of the Dutch Thomist Father Leo Elders SVD (for previous posts click here and here)
A few
months ago we were able to track down his earliest writings. During the early
50’s father Elders wrote a series of reports on his travels to catholic places
in Europe, reports which were published in
Katholieke Missiën, the missionary magazine of his Congregation. These
pictures are taken from this magazine and most likely are the first public
images of Father Elders.
In the Fall
of 2012 his revised introduction to Aquinas in Dutch was published; a French
edition of this book will be published shortly.
In the same
Fall of 2012 Father Elders blessed the restored statue of St. Thomas Aquinas in
the library of the Major Seminary of the Diocese of Haarlem-Amsterdam.
Un aperçu de la métaphysique selon la doctrine de saint Thomas d’Aquin, in: Sapienza e libertà: studi in onore del prof. Lluís Clavell, a cura di Miguel Pérez de Laborda, Rome: Edusc, 2012, 115-146.
The Primacy of Reason According to Aquinas in: Logos et Musica. In Honorem Summi Romani Pontificis Benedicti VI, Szczurko, Elzbieta; Guz, Tadeusz; Seidl, Horst (Hrsg./eds.), Frankfurt am Main, Peter Lang, 2012, 87-115 (Ars Musica. Interdisziplinäre Studien 3).
In October 2012 he gave a lecture in Torun, Poland on ‘Aristotle in the Summa Theologiae’ and in March 2013 in Metz, France entitled ‘La sagesse dans l’oeuvre de Thomas d’Aquin’.
In June 2013 he attended the annual meeting of the Pontifical Academy of Saint Thomas at the Vatican and gave a series of conference on Truth in Aquinas for the Sita in Rome.
In September 2013 he went to Chile and Argentina. At the Universidad Santo Tomas he gave a series of conferences entitled ‘Santo Tomás de Aquino y los grandes filosofos’ and at the Semana Tomista in Argentina a paper on Aquinas and the gnosis.
He will give a paper on Gaudium et Spes at the yearly theological conference at the University of Navarra, Pamplona in October and also prepared a contribution on Inspiration in Aquinas for a Festschrift of a friend at the university there.
Finally and most recently, his important article on Thomas’s commentary on Aristotle’s Physics was published in the renowned journal ‘Review of Metaphysics’: St. Thomas Aquinas’s commentary of Aristotle’s Physics in: The Review of Metaphysics 66 (June 2013) 713-748
woensdag, juli 17, 2013
donderdag, juni 27, 2013
Het nieuwe Directorium voor het Ambt en het Leven van de Priesters
Op 14 januari 2013 keurde Benedictus XVI de publicatie van
een nieuw Directorium voor het Ambt en het Leven van de Priesters, vanwege de
Congregatie voor de Clerus, goed. Een eerste versie was verschenen in 1994 en
in het Nederlands in 1995 vertaald en uitgegeven als een bijzonder nummer van
Kerkelijke Documentatie. De nieuwe editie is op www.clerus.org
te downloaden.
Hier zijn enkele opvallende wijzigingen en aanvullingen ten
opzichte van de eerste editie uit 1994.
A/Toegevoegd aan nr. 6 over de identiteit van de priester
“Dit bewustzijn van zijn identiteit is van bijzonder belang in de hedendaagse culturele context van de secularisatie waar “ de priester ‘vervreemd’ lijkt van het algemene aanvoelen, precies omwille van de meest fundamentele aspecten van zijn ambt, zoals daar zijn: een mens zijn van het heilige, onttrokken aan de wereld om ten gunste te spreken voor de wereld, waarbij hij tot deze zending aangesteld is door God en niet door de mensen (cf. Heb. 5,1)”[i]. 7/ Dit bewustzijn – gegrondvest op de ontologische band met Christus – neemt afstand van “functionalistische” opvattingen die de priester enkel hebben willen beschouwen als sociaal werker of uitvoerder van riten “met als gevaar het Priesterschap van Christus zelf te verraden” [ii] en het leven van de priester te reduceren tot een louter uitvoeren va plichten. Alle mensen een natuurlijke religieuze band die hen onderscheidt van elk ander levend wezen en die hen maakt tot zoekers van God. Echter, de mensen zoeken in de priester de man van God waarin zij Zijn Woord, Zijn Barmhartigheid en het Brood van de hemel ontdekken, het Brood dat “het Leven geeft aan de wereld” (Joh. 6, 33): “God is de enige rijkdom die de mensen uiteindelijk in een priester verlangen te vinden”[iii]. In het bewustzijn van zijn identiteit zal de priester, ten aanzien van tegenslag, ellende of verdrukking, ten aanzien van de geseculariseerde en relativistische mentaliteit die de fundamentele waarheden van ons geloof in twijfel trekt of ten aanzien van zovele andere situaties in de postmoderne cultuur, gelegenheden zien om zijn specifiek ambt van herder, geroepen om het Evangelie aan de wereld te verkondigen, uit te oefenen.”
B/Secties over missionair aspect van het priesterschap in de
context van de Nieuwe Evangelisatie is sterk uitgebreid, nieuw is ook de sectie
over het geestelijk vaderschap van de priester.
C/In de sectie over de gehoorzaamheid wordt, na het
vaststellen dat een afwijkende mening op het gebied van geloof en zeden iets
ernstigs is omdat het ergernis veroorzaakt en gelovigen in de war brengt,
toegevoegd onder beroep op Benedictus XVI: “De oproep tot ongehoorzaamheid aan
het definitieve Leergezag van de Kerk is niet een weg om de Kerk te vernieuwen.”
D/De sectie over de verplichting als geestelijke gekleed te
gaan voegt toe: “De kerkelijke kleding is het uitwendig teken van een inwendige
realiteit: “immers, de priester behoort niet meer toe aan zichzelf maar door
het ontvangen van het sacramentele merkteken is hij “eigendom” van God. (CKK
1563, 1582). Zijn “toebehoren aan een Ander” moet voor iedereen herkenbaar
worden door middel van een heldere getuigenis. … In de wijze van denken,
spreken, beoordelen van de gebeurtenissen in de wereld, in de wijze van dienen
en beminnen, zich verhouden tot personen, ook in de kleding, moet de priester
de profetische kracht halen uit zijn sacramenteel toebehoren”.[iv]
Tevens wordt er toegevoegd dat ook de transeunt diaken ofwel
de toog ofwel een passende kerkelijke kleding dient te dragen.
Het uitdrukkelijk noemen van de toog als eerste wordt nog
onderstreept door de toevoeging van een andere sectie, nl. “Bovendien is de
toog, ook in de vorm, de kleur en de waardigheid ervan, bijzonder geschikt
omdat het de priesters duidelijk onderscheidt van de leken en beter het gewijde
karakter van hun ambt doet inzien doordat het in herinnering brengt dat de
priester altijd en op elk moment priester is, gewijd om te dienen, te
onderrichten en de zielen te leiden en te heiligen, op de eerste plaats door
middel van de viering van de sacramenten en de prediking van het Woord van God.
Het dragen van het klerikale habijt fungeert bovendien als bescherming voor armoede
en kuisheid.”
E/De zin “Gewijd om het heilig offer voort te zetten, toont
de priester op de meest duidelijke wijze zijn identiteit” wordt nu ondersteund
door een mooi citaat van Thomas: “Sacerdos habet duos actus: unum principalem,
supra corpus Christi verum; et alium secundarium, supra corpus Christi
mysticum. Secundus autem actus dependet a primo, sed non convertitur” (ST,
Suppl., q. 36, a. 2, ad 1) of te wel “De priester bezit twee handelingen: de
voornaamste over het ware lichaam van Christus en de secundaire over het
mystieke lichaam van Christus. De tweede handeling echter hangt af van de
eerste maar niet omgekeerd.”
F/Vanzelfsprekend wordt de sectie over de viering van de
Eucharistie aangevuld met het leergezag van Benedictus XVI hieromtrent.
G/Nieuwe en uitgebreide secties betreffen de misintenties en
het getijdengebed.
H/Sterk uitgebreid is ook de sectie met de argumenten ten
gunste van het celibaat.
Kortom, deze en andere aanvullingen maken een Nederlandse
vertaling noodzakelijk!
[i] Benedictus XVI, Toespraak
Tot de deelnemers van het theologisch congres, georganiseerd door de
Congregatie voor de Clerus (12 maart 2010).
[ii] Ibid.
[iii] Benedictus XVI, Toespraak tot de deelnemers aan de plenaire sessie van de Congregatie
voor de Clerus ( 16 maart 2009).
[iv] Benedictus XVI, Toespraak
Tot de deelnemers van het theologisch congres, georganiseerd door de
Congregatie voor de Clerus (12 maart 2010).
“Wij willen mensen niet wegjagen uit de Kerk” – Het dogma van de geleidelijkheid
Je hoort het wel vaker. Er worden duidelijk liturgische misbruiken vastgesteld maar de bevoegde personen verdedigen een niet-optreden (niet-optreden is natuurlijk ook een vorm van optreden!) want “we willen de mensen niet wegjagen uit de Kerk”, “je moet zulke dingen geleidelijk doen en niets forceren”, “een pastorale aanpak is nodig”, “er is al zoveel veranderd, nu nog meer veranderen, brengt alleen maar verwarring”, etc.
Het klinkt natuurlijk sympathiek om rekening te houden met
de gevoelens van mensen en geleidelijkheid is op zich waardevol (alhoewel er
grenzen zijn aan de geleidelijkheid, bv. wachten tot een actor van liturgische
misbruiken overleden is alvorens in te grijpen is zo’n overschrijding van een
grens) net zoals een uitleg van de correcties die men wil doorvoeren belangrijk
is, maar bekijken we de zaak eens wat grondiger. Eigenlijk zegt men zoiets als
“een misbruik verbeteren, beter maken, het goede proberen te bereiken, zal
enkel de mensen wegjagen, brengt enkel verwarring”, etc. Terwijl iedereen het
er over eens zal zijn dat per definitie een misbruik iets is wat gecorrigeerd
dient te worden en het goede dient bevorderd te worden.
Je kunt niet twee dingen tegelijkertijd willen, nl. verbaal
verkondigen dat je achter een hermeneutiek van de continuïteit staat en in het
handelen of niet-handelen laten blijken dat er in feite een hermeneutiek van de
breuk heerst. Ofwel probeer je de liturgie die je op een plek aantreft in
overeenstemming te brengen met de traditie van de Kerk ofwel probeer je dit niet.
Ook hier geldt, stilstand is achteruitgang. Wat er in feite gebeurt wanneer er
niet opgetreden wordt, is een bevordering en ondersteuning van een mentaliteit
die de Kerk afwijst.
“Maar dan komen de mensen niet meer”. Hier dienen we
duidelijk en moedig te zijn. Duidelijk, nl. dat de Kerk, net zoals Christus,
niet op zoek mag gaan naar applaus. Een Kerk die trouw is aan Christus zal
altijd een struikelblok zijn. Moedig, nl. om correcties van misbruiken uit te
leggen en te verhelderen door de gelovigen de volledige katholieke visie op
sacramenten te geven. Als we zeggen dat de liturgie bepalend is voor de
katholieke identiteit (en zelfs cultuurkatholieken zijn het daarover eens met
hun esthetiek van wierook en Gregoriaans) en we werkelijk ernstig nemen wat Sacrosanctum
Concilium zegt over de Eucharistie als “bron en hoogtepunt”, dan is elke
liturgische misbruik schadelijk voor onze identiteit en dus voor een echt
authentieke verkondiging van onze boodschap.
Er is dus een religieuze en morele plicht van elkeen een
liturgisch misbruik te willen corrigeren of nog, er is zoiets als de zonde van
het niet-willen zich ernstig inspannen om een liturgisch misbruik te willen
corrigeren.
“Maar is het écht wel zo belangrijk”. Hierop dienen we te
antwoorden met het adagium van Benedictus XVI: lex orandi, lex credendi, nl. de
wijze waarop wij bidden, bepaalt wat wij geloven. Indien het meest heilige van
de Kerk niet op een heilige wijze bejegend wordt, ja zelfs, ontheiligd wordt,
dan zal ook al het overige ontheiligd worden. De core business van de Kerk is
de aanbidding van God en de heiliging van de gelovigen en dat begint allereerst
in de liturgie en de sacramenten.
Hoe langer een misbruik voortduurt, hoe verder een gelovige
afdwaalt van de Kerk en een eigen traditie fabriceert: “Mijnheer pastoor, wij
doen dit al jaren zo”. De liturgie is de plaats bij uitstek waar wij moeten
werken aan het overwinnen van de tegenstelling pre-conciliair en
post-conciliair.
Abonneren op:
Posts (Atom)





