dinsdag, mei 01, 2012

OLV van Kortenbos

Het Limburgse bedevaartsoord van Kortenbos heeft een nieuwe website www.parochiekortenbos.be en dit bij het begin van de Meimaand, gewijd aan Onze Moeder Gods Maria, die in Kortenbos wordt aanroepen als 'Behoudenis der Kranken'.

Gebed tot Onze Lieve Vrouw van Kortenbos

Gedenk,

Onze Lieve Vrouw van Kortenbos,

de onuitsprekelijke macht

die uw goddelijke Zoon u gegeven

heeft op Zijn aanbiddelijk Hart.

Vol vertrouwen op uw goedheid

komen wij uw bescherming afsmeken,

hemelse schatmeesteres van Jezus’ Hart,

dat gij naar welgevallen kunt openen

om de mensen te laten delen in Zijn liefde en Barmhartigheid.

Verleen ons, wij smeken u, de gunsten die wij verzoeken …

Neen, wij kunnen niet afgewezen worden omdat gij onze Moeder zijt.

Onze Lieve Vrouw van Kortenbos, verhoor ons gebed.

Onze Lieve Vrouw van Kortenbos, behoudenis der kranken, bidt voor ons

dinsdag, april 24, 2012

Pro multis = voor velen

Nu onze Heilige Vader (zie hier) in een voor hen beschamend schrijven aan de Duitstalige bisschoppen opnieuw heeft onderstreept dat 'pro multis' wel degelijk dient vertaald te worden met 'voor velen' en we ons opnieuw kunnen afvragen waar de sinds 2006 gevraagde catechese vanwege de Nederlandstalige bisschoppen blijft, wil ik graag herinneren aan mijn bijdrage uit 2010 waar ik uitvoerig op de historische en theologische achtergronden van deze kwestie ben ingegaan.

Zo schrijft Sint-Thomas hierover: (In Matth. 26,28): "Weliswaar werd het Bloed tot vergeving van de zonden vergoten niet voor velen maar voor allen volgens 1 Joh. 2,2: "Hij is de verzoening voor onze zonden, maar niet enkel voor onze zonden maar ook voor die van de gehele wereld." Maar omdat velen zich onwaardig maken om zulk een werking te ontvangen (se reddunt indignos), wordt wat betreft de werkzaamheid (quantum ad efficaciam) gezegd dat het Bloed voor velen vergoten werd."

UPDATE TER CORRECTIE EN AANVULLING 25 APRIL 2012

In  het mededelingenblad van de Nederlandse Kerkprovincie (Rkkerk.nl, Blad voor katholiek Nederland, 5 (2007)), nr. 1, p.19-21; overgenomen in het Bulletin van de Vereniging voor Latijnse Liturgie) verscheen van de hand van Mag. Dr. J. Hermans, secretaris van de NRL, begin 2007 de korte bijdrage “Vaticaan vraagt wijziging in vertaling van de consecratiewoorden ‘pro multis’.” Hier wordt het theologische en pastorale belang van de nieuwe vertaling als volgt verwoord: het is "een oproep na te denken over het wezen van de verlossing door Jezus Christus en het menselijk antwoord van iedereen die voor de vraag gesteld wordt of men Christus daadwerkelijk toelaat en ontvangt als de Verlosser van eigen zondighei" (p. 21).

De stilte van de Romeinse Canon


“Terwijl een diepe stilte alles omgaf en de nacht was voortgesneld tot de helft van zijn baan, daalde uw almachtig Woord, o Heer, van zijn koninklijke troon, alleluia” (Magnificat-antifoon van de Vespers van 26 december)

Eén van de meest opvallende verschillen tussen de beide vormen van de Romeinse Ritus is de stilte waarmee in de buitengewone vorm de Romeinse Canon wordt gebeden.
Net zoals bij de gebedsrichting zwijgt Sacrosanctum Concilium in alle talen over het eeuwenoude gebruik de Romeinse Canon in stilte te bidden. Daarom spreekt ook Paulus VI in zijn Apostolisch Motu Proprio Sacram Liturgiam over het van kracht worden van bepaalde voorschriften van de Constitutie over de Heilige Liturgie van 25 januari 1964 niet hierover.
Maar in nr. 48 van Inter Oecumenici, de Instructie voor de uitvoering ([sic!] van de Constitutie over de heilige Liturgie vanwege het Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie van 26 september 1964 wordt bepaald dat de doxologie van de Romeinse Canon hardop dient gebeden te worden.
Drie jaar later bepaalt de Congregatie voor de Riten in Tres abhinc annos, de tweede Instructie voor de juiste uitvoering [sic!] van de Constitutie over de H. Liturgie  van 4 mei 1967 in nr. 10 dat “In Missen met gelovigen, ook al worden ze geconcelebreerd, mag de celebrant de canon hardop lezen, naargelang het hem goed dunkt.”
Vanzelfsprekend is men in beide gevallen (1964 en 1967) niet in staat om deze bepaling te funderen vanuit Sacrosanctum Concilium!

Het eeuwenoude gebruik gaat terug tot de vroege 9e eeuw (zie Jungmann, Missarum Sollemnia II, 131). Het Concilie van Trente zag zich genoodzaakt deze praktijk te verdedigen: “Si quis dixerit, Ecclesiae Romanae ritum, quo submissa voce pars canonis et verba consecrationis proferuntur, damnandum esse; aut lingua tantum vulgari Missam celebrari debere; aut aquam non miscendam esse vino in calice offerendo, eo quod sit contra Christi institutionem: an. s.” (DH 1749). ‘Submissa voce’ of ‘secreto’ zoals het Missaal van 1570 dit bepaalt betekent volgens ditzelfde missaal dat de celebrant zijn eigen stem moet kunnen horen.

Deze eeuwenlange traditie heeft zeer goede gronden.

1/De mysteries van onze verlossing (Menswording, Dood en Verrijzenis) gebeurden in stilte. De liturgie stelt deze mysteries weer tegenwoordig en dus is het gepast deze tegenwoordigstelling opnieuw met stilte te omhullen, om “de onuitsprekelijke waarheden met een eerbiedwaardige stilte te vereren” (Pseudo-Dionysius, De divinis nominibus I, 3).

2/De stilte bewaart en beschermt het geheim dat gevierd wordt: “de waardigheid van de mysteries wordt het best bewaard door de stilte” (Basilius, De spiritu sancto, nr. 66).

3/De canon is als het allerheiligste van de tempel te Jeruzalem dat enkel de hogepriester éénmaal per jaar betreden mocht (Hebr. 9, 7). De stilte van de canon is er omwille van de heiligheid van het gebeuren waar enkel de priester in binnentreedt. De stilte van de canon brengt daarom op uitzonderlijke wijze de bijzondere plaats van de priester als middelaar ‘in persona Christi’ naar voren. De priester die ‘versus orientem’, naar God gericht, in stilte de canon bidt, geeft uitdrukking aan het woord van Hebr. 5, 1: “Want elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden”. De stilte van de canon is zo uitermate geschikt om de priesterlijke identiteit van het wijdingsambt te vormen en verdiepen.
Het is daarom niet verwonderlijk dat Luther dit beschouwt als een duivelse daad (“Hat nit hie der Teufel uns daö Hauptstuck von der Messe meisterlich gestohlen, und in ein Schweigen bracht?” (1520: Ein Sermon von dem neuen Testament, das ist von der heiligen Messe (Weimar Ausgabe 6, 362). Terecht heeft het Concilie van Trente daarom hierover een anathema uitgesproken! Het betreft hier de grondslagen van het katholieke geloof, nl. het gewijde priesterschap!

4/Het besef dat de priester geheel en al opgenomen is in het Christus-mysterie, zonder communicatie met het volk, vormt het hart van de priester zodanig dat er, wars van alles wat er rondom gebeurt, innerlijke ruimte wordt geschapen tot een persoonlijke vereniging met Christus die zich hier op het altaar in het offer als gave schenkt.

5/Het luidop bidden van de canon verhindert dat het volk komt tot een participatio actuosa. Meer of minder aandachtig hoort men wel naar de woorden maar tot echt gebed komt het niet. Of zoals een Nederlandse bisschop ooit zei: “De mensen hebben opgehouden te bidden toen ze alles begonnen te verstaan en hun handmissaals niet meer konden gebruiken”. Paradoxalerwijze gebeurt hier vaak wat men aan de ‘oude’ Mis verweet, nl. dat het volk enkel erbij zit en luistert. Niet enkel ondanks maar precies dankzij het feit dat nu de woorden ogenschijnlijk verstaan worden, ontstaat er een passiviteit van het horen. De stilte daarentegen vereist een inwendige deelname om zich met de heilige handeling te verenigen. Bovendien wordt het volk niet beperkt tot het horen zoals in de novus ordo; integendeel, het allerheiligste hart van de H. Mis dat in stilte geschiedt laat de mogelijkheid om naar eigen vermogen en aard en dus op velerlei wijze in het geheim binnen te treden.
De stilte van de canon maakt bij uitstek mogelijk te komen tot een contemplatieve beschouwing en ontmoeting met Christus.


donderdag, april 12, 2012

Feiten omtrent de celebratie 'versus orientem'


Wetenschappelijk feit 1: de bewijslast ligt bij hen die een eeuwenlange traditie van gebedsrichting ‘versus orientem’ of ‘versus apsidem’ willen wijzigen.
Immers, zowel in het antieke heidendom als in het jodendom is de gebedsrichting op het Allerheiligste gericht. De mens richt zich bij het offeren naar Diegene aan wie hij het offer opdraagt en niet voor diegene en met diegene voor wie en met wie hij offert.
Bovendien is er geen enkele katholieke of orthodoxie liturgie die ‘versus populum’ celebreert, minstens tijdens het Hooggebed.
Daarenboven is er de uitspraak van Pius XII: “Het tabernakel van het altaar scheiden is het scheiden' van twee dingen, die door hun oorsprong en hun aard verenigd moeten blijven.” (22 sept. 1956).
Daarenboven is er het feit dat Sacrosanctum Concilium zwijgt over dit onderwerp en dus veranderingen niet gewenst heeft.
Wetenschappelijk feit 2: De ‘oude Kerk’ kende geen celebratie ‘versus populum’ ondanks de misverstanden die Romeinse basilieken kunnen veroorzaken. Zelfs in deze architectonische context is er geen ‘versus populum’ in de zin van een tegenover elkaar staan en elkaar aankijken van celebrant en volk. De studie van Uwe Michael Lang heeft dit aangetoond.
Wetenschappelijk feit 3: Celebratie ‘versus orientem’ maakt de theologie van de H. Mis zichtbaar. De uitwendige richting van gebed is een manifestatie van de inwendige richting van het gebed. De gebeden richten zich immers niet tot de gelovigen maar tot de Vader. Er is hier geen sprake van dialoog maar van aanbidding. Door deze gebedsrichting wordt er een dam opgeworpen tegen het huidige gevaar de liturgie te reduceren tot een pedagogie en catechese.
Wetenschappelijk feit 4: Elke H. Mis wordt gevierd in de verwachting van de wederkomst van Christus en geeft in zekere zin daar een voorsmaak van. De celebratie ‘versus orientem’ verhindert dat de gemeenschap zichzelf viert, bijna letterlijk als in een kring maar integendeel als in een processie naar de komende Heer opgaat.
Wetenschappelijk feit 5: Indien zoals wij belijden de H. Mis op de eerste plaats een offer is waarbij de priester ‘in persona Christi’ handelt en dus ipso facto op God de Vader gericht is, dan is ‘versus orientem’ de aangewezen celebratierichting en niet ‘versus populum’ aangezien dan, zoals de praktijk geleerd heeft alhoewel niet de iure, de H. Mis primair verstaan wordt als een maaltijd waarbij het volk dialoogpartner is en de priester ‘voorzitter’. Integendeel, bij het offer richt de offeraar zich naar de persoon aan wie het offer gebracht wordt.
Wetenschappelijk feit 6: Celebratie ‘versus orientem’ de-individualiseert de priester terwijl ‘versus populum’ riskeert een schadelijk klerikalisme te installeren bij de ‘voorzitter’. De priester die ‘versus orientem’ celebreert heeft geen ‘publiek’ waarvan hij afhankelijk kan worden maar concentreert zich volledig op het gevierde mysterie. De gelovigen wordt een grotere gelegenheid tot innerlijke deelname aan het offer geboden en dit net doordat gedeelten van het offer voor hen verborgen en verhuld worden zodanig dat de gelovigen zich net niet fixeren op het zichtbare handelen van de priester maar op het onzichtbare handelen van de Hogepriester.

zondag, maart 18, 2012

Gebed van de Z. Johannes XXIII tot Sint-Jozef

De Zalige Johannes XXIII: 1 mei 1960




O Sint-Jozef, hoeder van Jezus, zeer zuivere bruidegom van Maria, 
die uw leven doorgebracht in de volmaakte vervulling van de plicht 
en met het werk van uw handen het Heilige Huisgezin van Nazareth ondersteund hebt, 
bescherm in genegenheid zij die zich in vertrouwen tot u richten. 

Gij kent hun verzuchtingen, hun angsten, hun hoop: zij richten zich tot u omdat zij weten dat zij in u iemand vinden die hun begrijpt en beschermt. 
Ook Gij hebt beproevingen, inspanningen en vermoeidheid gekend. 
Maar te midden van bekommernissen over het materiële leven was uw ziel vervuld van de meest diepe vrede en jubelde zij van onbeschrijflijke vreugde wegens de intimiteit met de Zoon van God, die aan u was toevertrouwd, en met Maria, zijn zeer zoete Moeder.

Zorg ervoor dat zij die Gij beschermt mogen begrijpen dat zij niet alleen zijn in hun werk 
maar dat ze in staat zijn Jezus naast zich ontdekken, 
Hem in genade te ontmoeten, Hem trouw te bewaren, net zoals Gij dit hebt gedaan. 
En verkrijg dat in elk gezin, in elk kantoor, in elke werkplaats, overal waar christenen werken, 
alles geheiligd mag zijn in liefde, in geduld, in rechtvaardigheid, 
in het zoeken naar het doen van wat goed is 
opdat overvloedige gaven mogen neerdelen uit de hemel.

Vertaling uit het Italiaans: A Belgian Thomist
Bron: AAS 52 (1960), p. 400.

Johannes Paulus II over Sint-Jozef

Angelus 21 maart 1999

Geliefde broeders en zusters!
De christelijke volkstraditie wijdt de maand maart aan de heilige Jozef, wiens liturgisch feest wij op 19 maart vieren.

Sint-Jozef, bruidegom van de Heilige Maagd Maria, is de Patroon van de universele Kerk en geniet bij het volk Gods een bijzondere verering. Dit blijkt al uit de grote groep christenen die zijn naam dragen. Tien jaar geleden heb ik aan de figuur en de zending van de Hoeder van de Verlosser en van de Kerk een apostolische Exhortatie gewijd. Deze zou ik vandaag graag opnieuw bij allen onder de aandacht willen brengen nu wij in het laatste jaar ter voorbereiding op Grote Jubileum zijn aanbeland, gewijd aan God de Vader. Immers, in Jozef, die geroepen werd om de aardse vader te zijn van het mensgeworden Woord, weerspiegelt zich op geheel bijzondere wijze het goddelijke vaderschap.

Jozef is vader van Jezus omdat hij echt de bruidegom van Maria was. Zij heeft dankzij God als maagd ter wereld gebracht maar het Kind is ook zoon van Jozef, de wettige echtgenoot van Maria. Daarom worden zij in het Evangelie samen “de ouders” van Jezus genoemd (Lc 2, 27. 41). Door middel van de uitoefening van zijn vaderschap werkt Jozef, in de volheid der tijden, mee aan het grote mysterie van de verlossing (cf. Redemptoris Custos 8): “Zijn vaderschap heeft zich concreet uitgedrukt "doordat hij zijn leven tot een dienst gemaakt heeft, … aan het mysterie van de menswording en aan de heilszending die daarmee verbonden is; … doordat hij zijn menselijke roeping tot de huiselijke liefde omgevormd heeft tot het bovenmenselijke offer van zichzelf van zijn hart en van al zijn vermogens in de liefde welke hij ten dienst gesteld heeft van de Messias, die in zijn huis is opgegroeid". Voor dit doel heeft God Jozef laten deelnemen aan zijn eigen vaderlijke liefde, de liefde “naar wie alle vaderschap in de hemel en op de aarde genoemd wordt” (Ef. 3, 15).
Zoals elk kind heeft Jezus de basisbegrippen over leven en gedrag van zijn ouders geleerd. En hoe niet met diepe verwondering te denken dat Hij zijn volmaakte gehoorzaamheid aan de wil van God heeft doen groeien, beschouwd vanuit het menselijke perspectief, vooral door het voorbeeld van zijn vader Jozef, de “rechtvaardige” (Mt. 1, 19) te volgen?

Ik wens vandaag de hemelse bescherming van Sint-Jozef af te roepen over alle vaders en hun taken in het gezin. Aan hem vertrouw ik ook de bisschoppen en de priesters toe, aan wie in de kerkelijke Familie de dienst van het geestelijke en pastorale vaderschap is toevertrouwd. Moge ieder van hen, in de concrete uitoefening van hun verantwoordelijkheden, de voorzienende en trouwe liefde van God kunnen laten weerspiegelen. Moge Sint-Jozef en de Allerheiligste Maria, Koningin van het gezin en Moeder van de Kerk ons dit doen bereiken.

Vertaling uit het Italiaans: A Belgian Thomist

zaterdag, maart 17, 2012

Benedictus XVI over Sint-Jozef


 



Angelus 20 december 2010

Geliefde broeders en zusters!
Op deze vierde zondag van de Advent vertelt het Evangelie volgens Mattheus ons over de geboorte van Jezus vanuit het standpunt van de heilige Jozef. Hij was verloofd met Maria, die “voordat zij gingen samenwonen, zwanger was van de Heilige Geest” (Mt 1, 18). De Zoon van God wordt mens in de schoot van een maagd en brengt hiermee een oude profetie in vervulling (Jes. 7, 14). Dit geheim toont zowel de liefde, de wijsheid als de macht van God ten gunste van de mensheid die gewond is door de zonde. De Heilige Jozef wordt voorgesteld als een “rechtschapen man” (Mt. 1, 19), trouw aan de wet van God, bereid om Zijn wil te volbrengen. Daarom treedt hij binnen in het  mysterie van de Menswording nadat een engel van de Heer, die hem verscheen in een droom, hem meldt: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” (Mt. 1, 20-21). Hij geeft het idee om in het geheim van Maria te scheiden op en neemt haar tot zich want nu zien zijn ogen in haar het werk van God.

Sint-Ambrosius merkt hierbij op dat “in Jozef de beminnenswaardigheid en de figuur van de rechtvaardige was om zo zijn kwaliteit als getuige nog waardiger te maken” (Exp. Ev. sec. Lucam II, 5: CCL 14, 32-33). Hij – zo vervolgt Ambrosius – “zou de tempel van de Heilige Geest, de Moeder van de Heer, de schoot die vruchtbaar was geworden door het mysterie, niet hebben kunnen besmetten” (ibid. II, 6: CCL 14, 33). Alhoewel hij zich ontdaan had gevoeld, handelt Jozef “zoals de engel van de Heer hem had opgedragen”, in de zekerheid dat hij een juiste taak volbrengt. Ook door de naam ‘Jezus’ te geven aan dit Kind dat heerst over geheel het universum, schaart Jozef zich in de rij van nederige en trouwe dienaars, gelijkend op de engelen en de profeten, de martelaren en de apostelen – zoals het bezongen wordt in oude oosterse hymnen. Door getuigenis af te leggen van de maagdelijkheid van Maria, van het gratuite handelen van God en door het aardse leven van de Messias te beschermen verkondigt Jozef het wonder van de Heer. Laten we dus de wettige vader van Jezus (cfr. CKK 532) vereren want in hem toont zich de nieuwe mens, die met vertrouwen en moed naar de toekomst kijkt en niet zijn eigen project volgt maar zich geheel toevertrouwt aan de oneindige barmhartigheid van Hem die de profetieën zal vervullen en de tempel van het heil opent.

Geliefde vrienden, ik wens alle priesters toe te vertrouwen aan Sint-Jozef, de universele patroon van de Kerk en hen aan te sporen “aan de christengelovigen en aan geheel de wereld eenvoudig en dag na dag het woord en de daden van Christus te brengen” (Brief bij het begin van het Priesterjaar). Moge ons leven steeds meer in eenklank zijn met de persoon van Jezus. Want Hij “die het Woord is neemt nu zelf een lichaam aan, Hij komt van God als mens en trekt het gehele menselijke bestaan naar zich toe en brengt dit bestaan tot in het Woord van God” (Jezus van Nazareth, Milaan 2007, 383). Roepen wij met vertrouwen de Maagd Maria aan, die vol van genade is en “getooid met God” opdat bij het naderende Kerstmis onze ogen zich mogen openen en Jezus mogen zien en het hart zich moge verheugen in deze wonderlijke ontmoeting van liefde.

Vertaling uit het Italiaans: A Belgian Thomist