De collecta voor de gedachtenis van vandaag, de heilige Margareta Maria Alacoque (1647-1690), is een mooie illustratie van de inhoudelijke verschillen tussen het Missaal van 1962 en het Missaal van 1919/1970.
(Haar gedachtenis, in MR 1962 op haar daadwerkelijke sterfdag 17 oktober, werd in 1969 verplaatst naar 16 oktober omdat men St. Ignatius van Antiochië, in MR gevierd op 1 februari, wilde vieren op 17 oktober om zo de Syrische kerken gewillig te zijn die St. Ignatius reeds lang op 17 oktober vieren. Margareta Maria Alacoque werd daarom maar een dag vervroegd).
De collecta in MR 1962 luidt:
"Domine Jesu Christe, qui investigábiles divítias Cordis tui beátae Margarítae Maríae Vírgini mirabíliter revelásti: da nobis ejus méritis et imitatióne ; ut, te in ómnibus et super ómnia diligéntes, jugem in eódem Corde tuo mansiónem habére mereámur: Qui vivis."
Het openingsgebed in MR 1969/1970 luidt:
"Effúnde super nos, quaesumus, Dómine, spíritum, quo beátam Margarítam Maríam singuláriter ditásti, ut scire valeámus supereminéntem sciéntiae caritátem Christi, et impleámur in omnem plenitúdinem tuam. Per Dóminum."
Men vraagt zich af waarom deze verandering nodig was. Aangezien zij pas in 1920 door Benedictus XV is heiligverklaard en in 1929 op de kalender is gekomen, kan er geen sprake zijn van redenen zoals die gebruikelijk werden ingeroepen om collecta's in MR 1962 te veranderen, nl. herstel van oude gebeden, Tridentijnse en Posttridentijnse vervormingen van teksten, etc. (Zie de bijdrage van Lauren Pristas: The Orations of the Vatican II Missal: Policies for Revision)
Is het toevallig dat in het gebed van MR 1969/1970 elke verwijzing naar het Heilig Hart verdwenen is? En dit terwijl enkele jaren tevoren Paus Pius XII in Haurietis Aquas (1956) deze devotie nog sterk had benadrukt?
dinsdag, oktober 16, 2012
woensdag, oktober 10, 2012
Vaticanum II, Nieuwe Evangelisatie en de Zalige Paus Johannes XXIII
Wat was de bedoeling van Vaticanum II in de ogen van de Zalige Paus Johannes XXIII? Is de Kerk in deze bedoeling geslaagd nu wij 50 jaar later deze teksten van Johannes XXIII lezen?
Een kleine greep uit teksten van 1960 en 1961 kunnen op deze vragen een antwoord geven.
Een kleine greep uit teksten van 1960 en 1961 kunnen op deze vragen een antwoord geven.
11 september 1960:
Alla populazione di Castel Gandolfo
Bron: Discorsi Messaggi
Colloqui den Santo Padre Giovanni XXIII, vol. 2, 686-691
"Vandaag bestaan er in de Kerk geen meningsverschillen en geen strijd, terwijl daarentegen in grote gebieden van de wereld de poging zich doorzet geheel de christelijke beschaving te verwerpen. In de Kerk daarentegen toont zich de wens om grootmoedig te hernemen, om een aggiornamento van de richtlijnen die Zij altijd gegeven heeft ten behoeve van het individuele, collectieve en sociale leven. Men wil daarom de leer altijd meer verspreiden en begrijpelijk maken, de constitutieve verordeningen en de richtlijnen voor het behoud en de ontwikkeling van de moraal altijd meer helder maken. Tot slot gaat het om de bijzondere verordeningen ten overstaan van de noodzakelijkheden van de tijden op de juiste wijze te presenteren zodanig dat de Kerk niet enkel iets is wat men halvelings aanvaardt maar iets wat volledig in de overtuiging van het verstand van de mensen binnengaat en iedereen begeestert …”
In Sollemnis
Toespraak van 14 november 1960 tot de voorbereidende
commissies van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie gehouden te
Sint-Pieter
Bron: AAS 52 (1960) 1004-1014
“In onze tijd echter, waarin de mensen in denken en streven sterk verschillen van vroeger, en enerzijds moeten vechten tegen allerlei verlokkingen en gevaren als gevolg van een bijna uitsluitend zoeken van de vergankelijke aardse goederen, anderzijds de beginselen van de godsdienstige en bovennatuurlijke orde, die de kenmerken waren van de christelijke beschaving al de eeuwen door, ofwel geheel vergeten hebben ofwel geringschatten, in onze tegenwoordige tijd, zeggen wij, gaat het niet zozeer om het bestuderen of definiëren van de katholieke leer of discipline, ons door God of Christus geopenbaard en door de apostelen overgeleverd, als wel om een nieuw elan en nieuwe luister [nova vis et claritas] te geven aan de christelijke denk- en levenswijze, waarvan de katholieke Kerk rechtens bewaarster en leermeesteres is.”
“Wij willen het nogmaals herhalen: wij verwachten werkelijke grote dingen van dit Concilie, zoals de versterking van het christelijk geloof en de christelijke leer, van de kerkelijke tucht, van het godsdienstig leven, maar ook een bijdrage tot een scherpere belichting en een bevestiging van de beginselen voor een christelijke orde, waarop de ware vooruitgang van het burgerlijk, economisch, politiek en sociaal leven volledig moet steunen.”
Qui e concessu
Toespraak van 16 januari 1961 in het geheim consistorie
Bron: AAS 53 (1961) 66-70
“Met het volste recht verwacht de Kerk van Christus rijke vruchten van deze gebeurtenis: nl. dat zij de zaak van de waarheid dient, een bewijs geeft van de christelijke liefde en een voorbeeld van de broederlijke vrede, die uit deze burcht der katholieke eenheid, toegewijd aan de nagedachtenis van het hoofd van de apostelen, als vanaf een hoog verheven cathedra plechtig aan alle volken wordt verkondigd."
Progredientes
Toespraak van 20 juni 1961 bij het einde van de eerste
zitting van de centrale commissie ter voorbereiding van het Tweede Vaticaans
Oecumenisch Concilie
Bron: AAS 53 (1961) 499-503
“Kort samengevat is het doel van het Concilie: een nieuwe opbloei van heiligheid in alle rangen van de geestelijkheid; het onderricht van het volk Gods in de leer en de voorschriften van de christelijke godsdienst op de meest aangepaste wijze; de juiste vorming van de jeugd, die als een nieuwe kiem de hoop vormt van een betere toekomst, tot een goed christelijk leven; de bevordering van het sociaal apostolaat; de versterking van de missiegeest, van die geest nl. waardoor allen zich elkaars broeders en vrienden tonen.”
Accipietis
Homilie 10 juni 1962 Pinksteren
Bron: AAS 54 (1962) 437-447
“Zij [de liturgische bijeenkomst van deze dag] is een klein beeld, een eerste schets van het schouwspel dat de Heer zelf in Zijn goedheid ons wil schenken op deze Vaticaanse heuvel op de elfde oktober, om van hieruit een nieuw elan [nuovo slancio] te wekken voor de heiligheid van de hiërarchie, de geestelijkheid en het volk, voor de verlichting van alle volken, en om aan alle menselijke activiteit nieuw leven te geven. De wereld zal dus spoedig met eigen ogen kunnen zien wat het Concilie is, welke grootse dingen de heilige katholieke Kerk weet te bieden in het licht van Jezus, haar goddelijke Stichter, zoals Hij haar gewild heeft, zoals Hij haar gemaakt heeft en zoals Hij haar door alle eeuwen heen het leven blijft schenken. Zij zullen de Kerk zien in haar werken voor het heil van alle mensen en alle volken, in haar uitstraling van hemelse leer en genaderijkdom; zij zullen zien, hoe de Kerk door middel van het offer de weg is tot vrede hier op aarde en tot de onvergankelijke heerlijkheid in het eeuwig leven.”
“Het tweede Vaticaans Concilie wil op een spontane wijze en zo breed mogelijk de uitdrukking zijn van wat Christus nog altijd betekent, thans meer dan ooit: licht en wijsheid, leiding en aansporing, troost en verdienste voor het menselijk lijden in dit aardse leven, en een belofte voor het toekomstig leven.”
“Niet precies alle punten van de katholieke leer zullen op het aanstaande Concilie opnieuw worden behandeld, maar heel bijzonder de punten, die betrekking hebben op de fundamentele waarheden, die het moderne denken in discussie heeft gesteld of tegenspreekt als gevolg van de dwalingen van alle tijden, die steeds in andere vormen opduiken. De mens, die de diepten van de wetenschap doorvorst en zoekt naar het raakpunt tussen hemel en aarde, weet, dat ieder probleem een oplossing vindt in de apostolische leer, en dat geen enkele oplossing gegeven wordt met polemische bedoeling of met trotse vanzelfsprekendheid.”
“Het tweede Vaticaans Concilie verschijnt voor de katholieke wereld, aan de mensheid in de zekerheid van het apostolische Credo, beleden door een immense vergadering, en met de ervaring van een bijna universele uiteenzetting van de leer, in een allesomvattende visie, die het best beantwoordt aan de ziel van de moderne tijd. Dit zal van de kant van de Kerk een prachtig getuigenis zijn voor de leer van Christus, met een beroep op de bijzondere traditie vooral van het eerste Vaticaans Concilie, het Concilie van Trente, het vierde Lateraans Concilie, de roem van paus Innocentius III (1215), en met een beroep op de traditie van alle concilies, waardoor men een triomf beleefde van de waarheid, die doordrong in de gemeenschap en die men met ijver daarin trachtte te vestigen."
zondag, oktober 07, 2012
Mgr. Jan Hendriks in Kortenbos
Op 15 augustus jl. celebreerde Mgr. Dr. Jan Hendriks, hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam, een pontificale H. Mis ter gelegenheid van de inzegening van de nieuwe kroontjes voor het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw van Kortenbos.
dinsdag, oktober 02, 2012
Vaticanum II: Hoe het echt is gegaan?
Op deze spannende vraag kan misschien het congres dat de Pauselijke Commissie voor Historische Wetenschappen van 3-5 oktober 2012 organiseert een antwoord geven.
Bekijk hier alvast het programma!
Bekijk hier alvast het programma!
zondag, september 23, 2012
Leo Elders Library
The website of Father Leo Elders s.v.d. now contains 74 articles which can be downloaded. The oldest article is from 1960, the most recent article is from 2011. Enjoy reading his contributions in English, French, German and Spanish!
woensdag, september 19, 2012
Missie onder de Joden
Over de kwestie of missie onder de Joden vandaag nog noodzakelijk is, zijn twee geschriften van wijlen kardinaal Avery Dulles (1918-2008) interessant.
In "Covenant and Mission" uit 2002 geeft hij kritiek op het document van de Amerikaanse bisschoppen "Reflections on Covenant and Mission". Hij schrijft ondermeer:
In "Covenant and Mission" uit 2002 geeft hij kritiek op het document van de Amerikaanse bisschoppen "Reflections on Covenant and Mission". Hij schrijft ondermeer:
John Paul II is not so hesitant. He declares that “missionary evangelization is the primary service that the Church can render to every individual and all humanity in the modern world” (R.M., No. 2). The call to conversion, says the pope, must not be dismissed as “proselytization” in the pejorative sense of that word, since it corresponds to the right of every person to hear the good news of the God who gives himself in Christ. Conversion to Christ, he notes, is intrinsically joined to baptism as the sacrament of regeneration (No. 47). While he does not “target” Jews in any special way for conversion, he makes no exception for them. He simply assumes, as all Christians must, that if Christ is the redeemer of the world, every tongue should confess him. If Jesus offers a share in his divine life through the sacraments, all men and women, not excluding Jews, should be invited to the banquet.In "The Covenant with Israel" uit 2005 onderzoekt hij Nostra Aetate en postconciliaire documenten en schrijft ondermeer:
Some Christians, in their eagerness to reject a crude supersessionism, give independent validity to the Old Covenant. They depict the Old and New Covenants as two ‘separate but equal' parallel paths to salvation, the one intended for Jews, the other for gentiles. The commentator Roy H. Schoeman correctly remarks this thesis “has been presented as though it were the only logical alternative to supersessionism, despite the fact that it is utterly irreconcilable with both the core beliefs of Christianity and with the words of Jesus himself in the New Testament.” Joseph Fitzmyer, in his scholarly commentary on Romans, likewise opposes the theory of two separate ways of salvation: “It is difficult to see how Paul would envisage two different kinds of salvation, one brought about by God apart from Christ for Jews, and one by Christ for Gentiles and believing Jews. That would seem to militate against his whole thesis of justification and salvation by grace for all who believe in the gospel of Christ Jesus (1:16). For Paul the only basis for membership in the new people of God is faith in Christ Jesus.”
donderdag, september 13, 2012
De intolerantie van het seculier humanisme
Stap 1: Eerste stelling: het seculier humanisme is zelf een geloof
Het seculier humanisme (=SH) meent dat het vrij is van elke vorm van geloof maar in feite heeft het enkel een religieus geloof gewisseld voor een seculier geloof. Dit seculier geloof meent dat de mens niet een schepsel is maar een volledig autonome entiteit en schepper van zichzelf.
Het SH heeft als centrale dogma’s de verwerping van elke autoriteit die hoger staat dan de individuele wil, het criterium van het individuele welbevinden als hoogste criterium en dus de ontkenning van objectieve waarden.
Het SH hanteert een fundamenteel andere mensvisie dan het christelijke geloof. Het christelijk geloof stelt dat de waardigheid van de mens afkomstig is van het geschapen-zijn naar beeld en gelijkenis van God terwijl het SH stelt dat de waardigheid van de mens afkomstig is van het feit dat de mens van nergens en niemand afkomstig is. Het maakt geen verschil of men de mens ziet als enkel een individu (liberalisme) of een collectief (marxisme, fascisme), in beide gevallen is er een vergoddelijking van de mens.
Het SH heeft een eigen 'evangelie', nl. dat van de mensenrechten. De oorsprong van de mensenrechten ligt niet in de Verlichting maar bij laatmiddeleeuwse katholieke theologen zoals Francisco de Vitoria (1483-1546), Domingo de Soto, Francisco Suarez en anderen die de waardigheid en fundamentele gelijkheid van elke mens benadrukten ter gelegenheid van het vraagstuk naar de rechten van de Indianen in de Spaanse en Portugese kolonies. En een begrip als de ‘waardigheid van de mens’ of de ‘waardigheid van de menselijke persoon’ vinden we reeds bij Thomas van Aquino (1224/24-1274) om maar één iemand te noemen.
Maar, zo zal men opwerpen, de Verlichting was toch noodzakelijk om deze rechten publiek te erkennen. Maar wanneer in de Tien Geboden staat: “Gij zult niet doden”, stelt deze verplichting dan ook niet meteen het ‘recht op leven’ vast? En wanneer er staat: “Eer uw vader en moeder”, heeft dit dan niet een onmiddellijke toepassing aangaande de zorg voor ouderen? En wanneer er staat: “Gij zult niet stelen”, is dan niet eigendom een recht? De Verlichting was niet bedoeld om inhoudelijk iets nieuws te brengen maar om het christelijke fundament van de inhoud onderuit te halen. Niet God maar de mens wordt de maatstaf van alle dingen; er is geen hogere autoriteit meer waar de mens verantwoording aan moet afleggen. Er gaat niets boven de mens, dit is het centrale dogma van het seculier humanisme.
Stap 2: Tweede stelling: het seculier humanisme is intolerant
Het SH stelt dat, indien men meent dat er niet zoals iets als een objectieve maatstaf, men dan noodzakelijkerwijze moet aanvaarden dat er een ongelimiteerde diversiteit aan opinies is over alles. ‘Leven en laten leven’ zegt de populaire uitdrukking.
Maar, enkel indien men er absoluut van overtuigd is dat wat iemand doet of zegt slecht is, kan men eraan de voorkeur geven in sommige gevallen dit te tolereren. Anders gezegd, zonder een geloof dat iets absoluut waar of goed is, kan men niet tolerant zijn. Want wat is er dan nog dat men moet tolereren? Tolerantie is niet de mening dat er niet zoiets is als een absolute waarheid of goedheid. Integendeel, tolerantie veronderstelt dat men gelooft dat er een absolute waarheid of goedheid bestaat en dat men vervolgens en tegelijkertijd erkent dat anderen die over de inhoud van waarheid en goedheid anders denken of de mogelijkheid van zulk een waarheid of goedheid ontkennen, toch vrij zijn te spreken. Tolerantie betreft m.a.w. mensen, niet gedachten. Als ik zeg dat ik een bepaalde gedachte tolereer, dan bedoel ik eigenlijk dat mensen die het tegenovergestelde denken van wat ik denk, niet verhinderd mogen worden dit uit te drukken.
Maar nemen we de ‘verlichte’ denken Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) als voorbeeld. In zijn Du contrat social (1762, boek IV, 8) stelt hij dat religies dienen getolereerd te worden indien hun dogma’s niets bevatten dat haaks staat op de plichten van het burgerschap. Hier bepaalt de staat dus wat in religies kan getolereerd worden. Van hieruit is het recente dogma van de scheiding tussen publiek en privé inzake religie te begrijpen. Voor een SH kan religie en kerk enkel bestaan in de private sfeer van een individu. Zo niet “dring je je religieus geloof op aan anderen” en ben je “intolerant”.
Twee opmerkingen hierover. Ten eerste, de grote morele ‘issues’ zoals abortus, euthanasie, homo-‘huwelijk’(?!) zijn niet enkel fundeerbaar op basis van religieuze opvattingen; je hoeft geen christen te zijn om rationele argumenten hiertegen te kunnen ontwikkelen en dit is ook in feite het geval en in het verleden het geval geweest. Ten tweede, wanneer een seculier humanist zegt: “Stop, je mag als burger van een maatschappij niet een mening funderen op religieuze of morele motieven want deze motieven mogen niet meespelen in een publiek discours”, dan is dit een vorm van Apartheid. Maar dit is in feite steeds de strategie: een gelovig of moreel argument is uitdrukking van fanatisme of intolerantie, en dus hoeven wij, de seculiere humanisten, conform ons credo, er geen rekening mee te houden, meer zelfs, het is verwerpelijk.
Het seculier humanisme (=SH) meent dat het vrij is van elke vorm van geloof maar in feite heeft het enkel een religieus geloof gewisseld voor een seculier geloof. Dit seculier geloof meent dat de mens niet een schepsel is maar een volledig autonome entiteit en schepper van zichzelf.
Het SH heeft als centrale dogma’s de verwerping van elke autoriteit die hoger staat dan de individuele wil, het criterium van het individuele welbevinden als hoogste criterium en dus de ontkenning van objectieve waarden.
Het SH hanteert een fundamenteel andere mensvisie dan het christelijke geloof. Het christelijk geloof stelt dat de waardigheid van de mens afkomstig is van het geschapen-zijn naar beeld en gelijkenis van God terwijl het SH stelt dat de waardigheid van de mens afkomstig is van het feit dat de mens van nergens en niemand afkomstig is. Het maakt geen verschil of men de mens ziet als enkel een individu (liberalisme) of een collectief (marxisme, fascisme), in beide gevallen is er een vergoddelijking van de mens.
Het SH heeft een eigen 'evangelie', nl. dat van de mensenrechten. De oorsprong van de mensenrechten ligt niet in de Verlichting maar bij laatmiddeleeuwse katholieke theologen zoals Francisco de Vitoria (1483-1546), Domingo de Soto, Francisco Suarez en anderen die de waardigheid en fundamentele gelijkheid van elke mens benadrukten ter gelegenheid van het vraagstuk naar de rechten van de Indianen in de Spaanse en Portugese kolonies. En een begrip als de ‘waardigheid van de mens’ of de ‘waardigheid van de menselijke persoon’ vinden we reeds bij Thomas van Aquino (1224/24-1274) om maar één iemand te noemen.
Maar, zo zal men opwerpen, de Verlichting was toch noodzakelijk om deze rechten publiek te erkennen. Maar wanneer in de Tien Geboden staat: “Gij zult niet doden”, stelt deze verplichting dan ook niet meteen het ‘recht op leven’ vast? En wanneer er staat: “Eer uw vader en moeder”, heeft dit dan niet een onmiddellijke toepassing aangaande de zorg voor ouderen? En wanneer er staat: “Gij zult niet stelen”, is dan niet eigendom een recht? De Verlichting was niet bedoeld om inhoudelijk iets nieuws te brengen maar om het christelijke fundament van de inhoud onderuit te halen. Niet God maar de mens wordt de maatstaf van alle dingen; er is geen hogere autoriteit meer waar de mens verantwoording aan moet afleggen. Er gaat niets boven de mens, dit is het centrale dogma van het seculier humanisme.
Stap 2: Tweede stelling: het seculier humanisme is intolerant
Het SH stelt dat, indien men meent dat er niet zoals iets als een objectieve maatstaf, men dan noodzakelijkerwijze moet aanvaarden dat er een ongelimiteerde diversiteit aan opinies is over alles. ‘Leven en laten leven’ zegt de populaire uitdrukking.
Maar, enkel indien men er absoluut van overtuigd is dat wat iemand doet of zegt slecht is, kan men eraan de voorkeur geven in sommige gevallen dit te tolereren. Anders gezegd, zonder een geloof dat iets absoluut waar of goed is, kan men niet tolerant zijn. Want wat is er dan nog dat men moet tolereren? Tolerantie is niet de mening dat er niet zoiets is als een absolute waarheid of goedheid. Integendeel, tolerantie veronderstelt dat men gelooft dat er een absolute waarheid of goedheid bestaat en dat men vervolgens en tegelijkertijd erkent dat anderen die over de inhoud van waarheid en goedheid anders denken of de mogelijkheid van zulk een waarheid of goedheid ontkennen, toch vrij zijn te spreken. Tolerantie betreft m.a.w. mensen, niet gedachten. Als ik zeg dat ik een bepaalde gedachte tolereer, dan bedoel ik eigenlijk dat mensen die het tegenovergestelde denken van wat ik denk, niet verhinderd mogen worden dit uit te drukken.
Maar nemen we de ‘verlichte’ denken Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) als voorbeeld. In zijn Du contrat social (1762, boek IV, 8) stelt hij dat religies dienen getolereerd te worden indien hun dogma’s niets bevatten dat haaks staat op de plichten van het burgerschap. Hier bepaalt de staat dus wat in religies kan getolereerd worden. Van hieruit is het recente dogma van de scheiding tussen publiek en privé inzake religie te begrijpen. Voor een SH kan religie en kerk enkel bestaan in de private sfeer van een individu. Zo niet “dring je je religieus geloof op aan anderen” en ben je “intolerant”.
Twee opmerkingen hierover. Ten eerste, de grote morele ‘issues’ zoals abortus, euthanasie, homo-‘huwelijk’(?!) zijn niet enkel fundeerbaar op basis van religieuze opvattingen; je hoeft geen christen te zijn om rationele argumenten hiertegen te kunnen ontwikkelen en dit is ook in feite het geval en in het verleden het geval geweest. Ten tweede, wanneer een seculier humanist zegt: “Stop, je mag als burger van een maatschappij niet een mening funderen op religieuze of morele motieven want deze motieven mogen niet meespelen in een publiek discours”, dan is dit een vorm van Apartheid. Maar dit is in feite steeds de strategie: een gelovig of moreel argument is uitdrukking van fanatisme of intolerantie, en dus hoeven wij, de seculiere humanisten, conform ons credo, er geen rekening mee te houden, meer zelfs, het is verwerpelijk.
maandag, september 10, 2012
Another update on the activities of Father Leo Elders
In September of last year, we informed you on the activities of Father Leo Elders s.v.d. Since then, a lot has happened.
In the Fall of 2011, he started rewriting and revising his 1992 introduction to Thomas Aquinas. The book has been entirely updated and expanded and will be published shortly in the revived series 'Studia Rodensia' of the Major Seminary Rolduc under the title: Thomas van Aquino. Een inleiding tot zijn leven en denken.
This Fall will also see the publication of his monograph on education and instruction in the thought of Thomas Aquinas under the title: "Éducation et instruction selon saint Thomas d'Aquin", Parole et Silence, 2012.
Other publications include:
*‘Situatie van het geloof en de Katholieke Kerk in Nederland na het Vaticaans Concilie’, in: L. Hendriks e.a. (red.), Herder naar Zijn Hart. Bijdragen over de vorming en het leven van de priester. Feestbundel aangeboden aan pater dr. Joachim Becker SS.CC. en pater dr. Nobert Hoffmann SS.CC., 2VM uitgeverij, Bergambacht 2011, 347-388 (Studia Rodensia 5).
*‘Préface’, in: Saint Thomas d’Aquin, Questions Disputées De Veritate, Latin-Français, trad. A. Aniorté OSB, Éditions Sainte-Madeleine, Le Barroux 2011, 1-15.
*‘Grégoire le Grand’, in: Encyclopédie des Mystiques Rhénans d’Eckhart à Nicolas de Cues et leur Réception, Sous la direction de Marie-Anne Vannier, Walter Andreas Euler, Klaus Reinhard, Harald Schwaetzer — Édition française par Marie-Anne Vannier, Cerf, Paris 2011, col. 533-536.
*‘Der Toleranzgedanke bei Thomas von Aquin’, in : Toleranz und Menschenwürde / Tolerance and Human Dignity, hrsg. Anton Rauscher, Duncker & Humblot, Berlin 2011, 59-73.
*‘Jacques Maritain sobre la educación, la religión y el estado’, in: Religión, sociedad moderna y razón prática, XXXII Simposio de Teología (2011). R. Muñoz, J. Sánchez-Cañizares y G. Guitián (eds.), Pamplona, Eunsa, 2012, 267-274.
Apart from his usual teaching assignments at the Seminary Rolduc, the seminary Tiltenberg, the IPC in Paris and the Gustav Siewerth Akademie in Germany, he taught courses and gave lectures at the the Abbey of Saint Joseph de Clairval and the Abbey of Fontgombault (France). He attended the annual session of the PAST in Rome and will present a paper on Aristotle in the ST in Torun, Poland in October. He has also contributed to the forthcoming volume "Aquinas the Aristotelian", edited by M. Levering and R. Hütter, on Aquinas's treatise on temperance in the ST.
In the Fall of 2011, he started rewriting and revising his 1992 introduction to Thomas Aquinas. The book has been entirely updated and expanded and will be published shortly in the revived series 'Studia Rodensia' of the Major Seminary Rolduc under the title: Thomas van Aquino. Een inleiding tot zijn leven en denken.
This Fall will also see the publication of his monograph on education and instruction in the thought of Thomas Aquinas under the title: "Éducation et instruction selon saint Thomas d'Aquin", Parole et Silence, 2012.
Other publications include:
*‘Situatie van het geloof en de Katholieke Kerk in Nederland na het Vaticaans Concilie’, in: L. Hendriks e.a. (red.), Herder naar Zijn Hart. Bijdragen over de vorming en het leven van de priester. Feestbundel aangeboden aan pater dr. Joachim Becker SS.CC. en pater dr. Nobert Hoffmann SS.CC., 2VM uitgeverij, Bergambacht 2011, 347-388 (Studia Rodensia 5).
*‘Préface’, in: Saint Thomas d’Aquin, Questions Disputées De Veritate, Latin-Français, trad. A. Aniorté OSB, Éditions Sainte-Madeleine, Le Barroux 2011, 1-15.
*‘Grégoire le Grand’, in: Encyclopédie des Mystiques Rhénans d’Eckhart à Nicolas de Cues et leur Réception, Sous la direction de Marie-Anne Vannier, Walter Andreas Euler, Klaus Reinhard, Harald Schwaetzer — Édition française par Marie-Anne Vannier, Cerf, Paris 2011, col. 533-536.
*‘Der Toleranzgedanke bei Thomas von Aquin’, in : Toleranz und Menschenwürde / Tolerance and Human Dignity, hrsg. Anton Rauscher, Duncker & Humblot, Berlin 2011, 59-73.
*‘Jacques Maritain sobre la educación, la religión y el estado’, in: Religión, sociedad moderna y razón prática, XXXII Simposio de Teología (2011). R. Muñoz, J. Sánchez-Cañizares y G. Guitián (eds.), Pamplona, Eunsa, 2012, 267-274.
Apart from his usual teaching assignments at the Seminary Rolduc, the seminary Tiltenberg, the IPC in Paris and the Gustav Siewerth Akademie in Germany, he taught courses and gave lectures at the the Abbey of Saint Joseph de Clairval and the Abbey of Fontgombault (France). He attended the annual session of the PAST in Rome and will present a paper on Aristotle in the ST in Torun, Poland in October. He has also contributed to the forthcoming volume "Aquinas the Aristotelian", edited by M. Levering and R. Hütter, on Aquinas's treatise on temperance in the ST.
dinsdag, juli 03, 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)














